Hoflaankerk 175 jaar uitnodiging

okt 24, 17 Hoflaankerk 175 jaar uitnodiging

Op zaterdag   11 november symposium en presentatie glossy

De monumentale Hoflaankerk werd in 1842 gebouwd op een viersprong een paar kilometer verwijderd van het toenmalige dorp Kralingen. Het oude dorp moest worden verlaten vanwege wateroverlast, het gevolg van al te ongebreidelde turfwinning. Rondom de nieuw gebouwde kerk verrees een nieuw Kralingen, dat in 1895 is ingelijfd door de gemeente Rotterdam.

Na bijna 175 jaar is de Hoflaankerk nog volop in gebruik als kerkgebouw van de PKN in Kralingen. Ook wordt de kerk verhuurd voor tal van evenementen en samenkomsten. (van de site van de Hoflaankerk)

Uit de geschriften die De Ster zijn gezonden door de heer Gijs Roodhorst, een aantal citaten. Die betreffen de geschiedenis van het kerkgebouw:

De bouw
Het is begin 1840. De wegen naar de kerk aan de Veenweg zijn onbegaanbaar, met als gevolg talloze klachten van de kerkgangers. De kerkvoogden beginnen besprekingen over de bouw van een nieuwe kerk in Kralingen. In mei wordt architect K. Scholten gevraagd daarvoor een plan te maken. Een perceel grond is aangekocht op de hoek van de Hoflaan en de Oudedijk. (Scholten krijgt uiteindelijk de opdracht niet, die wordt gegund aan architect Roodenburg. Red.)

In december 1842 wordt op eerste Kerstdag de laatste leerrede in de oude kerk aan de Veenweg gehouden. Daarna verlaat de gemeente “in geroerde stemming het Heiligdom in statigen optocht”. De volgende morgen wordt de Hoflaankerk in gebruik genomen. Zangkoor ‘Orpheus’ zingt een door kerkvoogd Van Someren gemaakte cantate. Het orgel dat de zang begeleidt, is in bruikleen afgestaan; pas in 1857 krijgt de kerk een eigen orgel.

Klik voor groot

Haantje op de toren
Op 14 november 1977 raasde een zware najaarsstorm over Nederland met windsnelheden van 10 Beaufort. Dat veroorzaakte grote schade. Ook Kralingen kreeg te maken met omgevallen bomen en schade aan huizen.  Geconstateerd werd dat het haantje op de toren van de Hoflaankerk, waarschijnlijk door blikseminslag, scheef stond.  Ook bleek bij een andere inspectie dat het balkwerk van de toren ernstig aan het verrotten was. Voor het herstel werd in overleg met Monumentenzorg. Pas in maart 1978 werd om veiligheidsredenen besloten de haan met een hoogwerker weg te halen.

In de nacht van 26 op 27 november 1983 was er weer een zware storm in West-Nederland. Ook nu was er schade  toegebracht aan de Hoflaankerk. Opnieuw waren er  provisorische maatregelen nodig om verder verval van de kerk te voorkomen. Bij een totale inspectie  van de toren werd nog een vervelende ontdekking gedaan. De koppen van de houten palen van de fundering waarop het kerkgebouw rust, bleken door een verlaging van de grondwaterstand, mede door de aanleg van de metro, op veel plaatsen droog te staan. (de afgelopen jaren is het een en ander gerepareerd en vernieuwd. Red.)

Oorlog
De 14e mei: een dag en nacht van verschrikking. Vlakbij de bommen, de radeloze, vluchtende burgers en een hemel die in brand staat. Voor velen  doet dit denken aan het einde van de wereld. De Hoflaankerk, dichtbij de bommen en de brand, blijft gesloten. Maar ‘Zaait’, (de voorloper van de Oosterkapel aan de Ringvaartweg) en de kapel op begraafplaats Oud-Kralingen bieden onderdak aan vluchtelingen.

Symposium en glossy
De Hoflaankerk viert haar 175-jarig bestaan met een symposium en de presentatie van een ‘glossy’ op zaterdag 11 november. Zie de advertentie met uitnodiging in deze Ster. Op 26 december a.s., 2e Kerstdag, is het precies 175 jaar geleden dat de ‘waterstaatskerk’ in gebruik werd genomen. De volledige teksten van Gijs Roodhorst en Jacques la Croix, waaruit is geciteerd, zijn te vinden op www.desteronline.nl.

Hoflaankerk | www.hoflaankerk.nl
Hoflaan 1 en Oudedijk 2
tel. 010-4112075
Rotterdam-Kralingen.


De wording van de Hoflaankerk

Het is begin 1840. De wegen naar de kerk aan de Veenweg zijn onbegaanbaar, met als gevolg talloze klachten van de kerkgangers. De kerkvoogden beginnen besprekingen over de bouw van een nieuwe kerk in Kralingen. In mei wordt architect K. Scholten gevraagd daarvoor een plan te maken. Een perceel grond is aangekocht op de hoek van de Hoflaan en de Oudedijk.

Dezelfde maand al wordt zijn plan besproken: 900 zitplaatsen; kosten 44.000 gulden. De kerk met ingang aan de Hoflaan krijgt een toren waarin de luidklok uit de oude kerk kan worden geplaatst en mogelijk een uurwerk. Een commissie buigt zich over de details en komt in augustus met een rapport. Er zijn twee bezwaren: de grootte van de ramen en de krappe ruimte voor maar 900 zitplaatsen. Maar 900? Ja, want sedert 1826 is het aantal zielen met 1400 toegenomen en nu een kerk bouwen die over 20 jaar te klein zal zijn is niet verstandig. Niettemin wordt het plan Scholten aangenomen en het zal ter beoordeling aan Z.M. Koning Willem II worden toegezonden. Zonder zijn goedkeuring en die van het ministerie van Waterstaat is kerkbouw met subsidie niet mogelijk. Een financiële bijdrage wordt gevraagd van fl. 9.000,- uit Rijks- en Provinciale fondsen. De Gemeenteraad van het dorp Kralingen draagt fl. 1.000,- bij, mits de luidklok ook ten dienste zal zijn van de gemeente.

In dezelfde augustusvergadering wordt nog besloten een commissie te benoemen om “Z.M. de Koning het bouwplan en de financiering persoonlijk te overhandigen en bij monde van den President Hoogstderzelve te verzoeken gunstig ons verlangen toe te staan alsmede bij den Minister van Eredienst een bezoek af te leggen ter bevordering van het doel”.

De commissie bracht op 7 september rapport uit van haar bezoek bij de Koning “die hen allervriendelijkst ontvangen had”.

Hoofdinspecteur van Waterstaat Beyerink, geeft ingenieur Boerrigter opdracht op te nemen waar en hoe de kerk geplaatst zou worden. Deze laat zich niet bijzonder gunstig uit over de ingezonden tekening. Hij stelt voor een nieuw plan te laten maken door de heer A. Roodenburg, architect en hoofdonderwijzer in de bouwkunde aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Die biedt aan voor hetzelfde geld een veel fraaier en groter kerkgebouw te vervaardigen. Na rijp beraad gaan kerkvoogden akkoord. Plan Scholten wordt verworpen, Roodenburg krijgt de opdracht en diens ontwerp wordt goedgekeurd. Het eigen kapitaal en de toegezegde bijdragen van Rijk, provincie, kerkelijke gemeenten, synode en particulieren maken de bouw mogelijk. Op 21 april 1841 vindt de aanbesteding plaats. Er zijn 14 inschrijvingen variërend van 41.800 gulden tot 69.500 gulden. Voor het laagste bedrag wordt de bouw gegund aan A. Kroon, aannemer uit Numansdorp. Deze heeft twee borgen, die verklaren “zich in solidum (hoofdelijk aansprakelijk) met hem verplichtende tot de richtige en volledige uitvoering van gezegde aanneming en renuntieerende (afstand doen van rechten) van al de beneficiën, welke in dezen zouden kunnen te stade komen”. Ook Provinciale Staten van Zuid Holland keuren de overeenkomst goed.
Het heien begint en dan blijkt dat de grond te slap is. Langere palen verhogen de kosten met 7.000 gulden

Eerste steenlegging
Wie bij de eerste steenlegging aanwezig wilde zijn moest een toegangsbewijs vragen. In het verslag staat te lezen: “Zo er ooit een dag van ware vreugde aanbrak voor de Hervormde Gemeente, was dat 29 september 1841. Reeds vroeg in de morgen zag men allerwege de huizen van de ingezetenen met vlaggen versierd. In statige optocht begeven kerkelijke colleges en andere autoriteiten zich naar het met vlaggen en groen versierde terrein. Predikant A.H.C. van Senus geeft enige godsdienstige leiding door de aanwezige opmerkzaam te maken op het gewicht van deze plechtigheid en hun te stemmen tot dankbaarheid aan den Allerhoogsten. Het benodigde metselgereedschap, aangedragen door Hendrik Reijer van Someren (13 jaar) en Pieter Lambert (11 jaar) wordt door de Leraar zegenend overhandigd.

Daarna wordt onder toeziend oog van burgemeester R.H. van Someren door kerkvoogd Lambert met statigen ernst de eerste steen gemetseld. Dit gebeurde onder eerbiedige stilte, gevolgd door een korte maar treffende godsdienstige rede door de Leraar waarna hij over de verrichte handeling als over de verderen voortgang des werks den zegen Gods biddende inriep”.

Daarna volgt een feestelijke eenvoudige broedermaaltijd, waar goeverneur van Zuid-Holland Van Duin Maasdam en gedeputeerde uit de Staten jonkheer Craan allerminzaamst gelukswensen uitspraken en heildronken uitbrachten.

Kerkvoogden wensten: “dat Hervormd Kralingen altijd met dankbaarheid deze plechtigheid zou herdenken.”

De bouw gaat voorspoedig. Het uit de oude kerk overgebrachte bord met de predikantnamen en de koperen doofpot krijgen een plaats, evenals het haantje op de toren en de luidklok.

Ingebruikname
In december 1842 wordt op eerste Kerstdag de laatste leerrede in de oude kerk aan de Veenweg gehouden. Daarna verlaat de gemeente “in geroerde stemming het Heiligdom in statigen optocht”.

De volgende morgen wordt de Hoflaankerk in gebruik genomen. Zangkoor ‘Orpheus’ zingt een door kerkvoogd Van Someren gemaakte cantate. Het orgel dat de zang begeleidt, is in bruikleen afgestaan; pas in 1857 krijgt de kerk een eigen orgel. Er zijn vele autoriteiten uit kerk-, lands-, provinciaal- en dorpsbestuur. De opkomst van kerkgangers is zo groot dat het gebouw te klein is. In alle rust, stilte en orde is niettemin de plechtigheid verlopen. Ook klinkt nu de wens: “dat de volgende geslachten die steeds aangenaam zullen herdenken.”

De eerste jaren
Aanvankelijk bestaat de verwarming uit één met turf gestookte kachel en uit warme stoven: prijs drie centen per dienst en bij twee diensten op dezelfde dag 5 centen. In plaats van met olie, wordt in 1861 de kerk verlicht met gas, kosten voor de aanleg: 300 gulden.

Herstelwerkzaamheden blijken nodig in 1886: de toren en het houten dak van de kerk lekken. Er wordt na rijp beraad besloten over te gaan op dakpannen. De Kralingsche Courant vermeldt “tijdens dit werk stortte een werkman 16 meter hoogte neerwaarts. Per draagmand is hij naar zijne woning vervoerd. Dankzij de onmiddellijke hulp van geneesheren De Hartog en Van Senus herstelt hij boven verwachting”.

In 1906 wordt besloten tot uitbreiding van het kerkgebouw naar twee kanten: er moet een aanbouw komen aan de Oudedijk en een gaanderij aan de zuidzijde.

Tot 1942 vinden er regelmatig verbeteringen en veranderingen plaats: elektriciteit vervangt het gas in 1926 en in 1927 worden plafond en muren gewit. Warme luchtverwarming in 1935 maakt een einde aan het gebruik van kachel en de stoven.

Gijs Roodhorst


GEDENKRAAM HOFLAANKERK

De hierbij afgedrukte foto is van het raam dat rechts van de galerij is te bewonderen. Het is een geschenk van de gemeenteleden en het is op 26 december 1942 bij de viering van het 100-jarig bestaan van de kerk onthuld.

Het geeft een symbolische voorstelling van oprechtheid en waarheid.
Daarnaar verwijzen vier Bijbelteksten :
Genesis 6:9b – Noach wandelde met God
Filippenzen 3 :9b – Rechtvaardigheid is er door het geloof in Christus.
2 Thessalonicenzen 2: 13b – Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid.

Romeinen 9:30 – Hoewel ze er niet naar hebben gestreefd, zijn heidenen als rechtvaardigen aangenomen, op grond van hun geloof.

U ziet de figuur van Noach met opgeheven handpalmen tegen een lichtend kruis. Boven hem zweeft de duif met de olijftak. Noach staat onder de kleuren van de regenboog op een bergtop, die gekroond is met symbolen van vergankelijkheid en nieuwe bloei. Achter hem ebt de zondvloed af en in de rand zijn de zinnebeelden van geloof, hoop en liefde verwerkt.

Omdat de kerkzaal de lichtinval niet kan ontberen is het raam transparant gehouden.

Lood was in 1942 niet beschikbaar, daarom is het een gebrandschilderd glas-in-zink raam geworden. Aan architect ir M.C.A. Meischke was advies gevraagd. Het werd ontworpen door mejuffrouw G. van Geldermalsen en op glas geschilderd door H. van Kesteren. Volgens kenners heeft hij zich een voortreffelijk glazenier getoond.


De geschiedenis van de Hoflaankerk

“RUWE STORMEN MOGEN WOEDEN”

De Hoflaankerk die dateert uit 1842 is het oudste openbare gebouw van Kralingen. Deze ‘Waterstaatskerk’ is een Rijksmonument. In de loop van zijn bestaan heeft de kerk verschillende malen in de steigers gestaan.

Het aantal inwoners van Kralingen groeide en de kerk werd te klein. Daarom werd in 1906 besloten tot uitbreiding. Het werk werd uitgevoerd in 1907/1908. Aan de kant van de Oudedijk  kwamen een kantoor en een trouwkamer. Ook werd aan de zuidzijde een uitbouw gerealiseerd waardoor er een galerij ontstond. Daarom moest ook de indeling van de kerk veranderen. De kansel verhuisde  van de zijde van de Waterloostraat naar het midden van de lange zijde, aan de kant van de Oudedijk.

In 1957 werd het interieur opnieuw aangepast;  er kwamen nieuwe (moderne!) lampen, linoleum­vloerbedekking en de kerk werd geschilderd in nieuwe kleuren, zoals een lichtblauw plafond. Dat heette meegaan met  de moderne tijd, maar je kunt je afvragen of deze aanpassingen bij de stijl van de kerk pasten. Het zou niet de laatste verbouwing zijn.

Schade aan de toren en de kerk

Op 14 november 1977 raasde een zware najaarsstorm over Nederland met windsnelheden van 10 Beaufort. Dat veroorzaakte grote schade. Ook Kralingen kreeg te maken met omgevallen bomen en schade aan huizen.  Geconstateerd werd dat het haantje op de toren van de Hoflaankerk, waarschijnlijk door blikseminslag, scheef stond.  Ook bleek bij een andere inspectie dat het balkwerk van de toren ernstig aan het verrotten was. Voor het herstel werd in overleg met Monumentenzorg een begroting opgesteld van 229.000 gulden. Pas in maart 1978 werd om veiligheidsredenen besloten de haan met een hoogwerker weg te halen.

In de nacht van 26 op 27 november 1983 was er weer een zware storm in West-Nederland. Ook nu was er schade  toegebracht aan de Hoflaankerk. Opnieuw waren er  provisorische maatregelen nodig om verder verval van de kerk te voorkomen.

Bij een totale inspectie  van de toren werd nog een vervelende ontdekking gedaan. De koppen van de houten palen van de fundering waarop het kerkgebouw rust, bleken door een verlaging van de grondwaterstand, mede door de aanleg van de metro, op veel plaatsen droog te staan.

Het hout was gaan rotten waardoor de vloerbalken van de kerkzaal hun steun dreigden te verliezen met op den duur verzakkingen van het kerkgebouw of nog erger het risico van het instorten van de kerk. De enige oplossing was de houten paalkoppen te vervangen door zogenaamde ‘oplengers’, betonnen bovenstukken van een paal. Het betekende  een enorme en kostbare operatie. Grote zorgen dus voor het College van Kerkvoogden. Hoe nu verder? Menige vergadering werd hieraan gewijd.

Vanuit het College van Kerkvoogden werd een bouwcommissie gevormd, bestaande uit  de heren ing. C. Monster, C. Struijk en J. la Croix, terwijl Mr.  I.J. Dutilh de geldwerving als taak kreeg.  Architectenbureau T. van Hoogevest uit Amersfoort  werd gevraagd een restauratieplan te maken.  De restauratie van de toren zou een bedrag vergen van ca. 590.000 gulden en een plan voor het herstel van de paalkoppen zou  ongeveer 970.000 gulden aan kosten met zich meebrengen.  Echter, de kas van de kerkvoogdij was leeg en er was al volop bezuinigd op predikanten en personeel. Financiële speelruimte ontbrak. Door de Kerkvoogden werd twee keer, in 1979 en in 1984,  een subsidieverzoek ingediend bij het Rijk. In beide gevallen werd – hoewel het plan werd goedgekeurd – het  verzoek tot subsidie afgewezen. Ook daar ontbraken op dat moment de financiële middelen.

In 1986 kwam dan toch het bericht dat de gemeente Rotterdam en de provincie zouden bijdragen maar alleen aan het herstel van de toren.  Begin oktober 1986 werd  door Gebr. Den Hoed uit Bergambacht  begonnen met de restauratie van de toren en binnen een jaar (10 juni 1987) kon wethouder M.J.D. Jansen de haan weer op de toren zetten.

Dat wil zeggen hij plaatste de opnieuw fraai vergulde haan op een bouwlift en de mannen van de aannemer boven op de toren maakten het karwei af.

Ondertussen was in november 1986 door Mr. I.J. Dutilh, secretaris van het College van Kerkvoogden, een niet-kerkelijke stichting ‘Vrienden van de Hoflaankerk’ opgericht met als voorzitter Prof. Mr. H. Franken (later opgevolgd door M.J. Hudig) en als leden de heren F.A.M. Mudde, H.C. van Soest en mevrouw A.E. Kok-de Jonge van Zwijnsbergen. Doel van de stichting was het bevorderen van de instandhouding door restauratie en onderhoud van het kerkgebouw middels het verlenen van financiële steun. Die vrienden hebben er met grote inzet voor gezorgd dat particulieren, bedrijven en fondsen gelden doneerden.

Uiteindelijk was het Monumentzorg die in 1989 alsnog een subsidie toekende  voor een restauratie van de kerk, met dien verstande dat 20 procent van de restauratiekosten door de Hervormde Gemeente Kralingen zelf moesten  worden opgebracht. Dat geld is in de loop van jaren bijeengebracht door bazars, oud-papieracties, vele kleine en grote giften en door de inzet van de Stichting Vrienden van de Hoflaankerk.

Er kon (en moest) méér opgeknapt worden. Dertig jaar na de opknapbeurt van 1957  was het linoleum sleets geworden en vertoonden wanden en plafond lekkagevlekken. Zeker nu vanwege de restauratie de vloer opengebroken werd, was dat het moment om terug te keren naar de oorspronkelijke staat  van de Waterstaatskerk zowel in kleurstelling als in inrichting. Experts kwamen er aan te pas om de oorspronkelijke kleur van de muren en het houtwerk te herontdekken. Jammer genoeg was er geen geld om de preekstoel weer naar de zijde van de Waterloostraat  te verplaatsen. Dat zou een te dure ingreep zijn geweest, mede omdat dan ook het meubilair vernieuwd moest worden.

Onésimuszaal

Ondertussen bestond al geruime tijd  de wens om in de kerk over meer ontmoetings- en vergaderruimte te beschikken. Daarvoor had men de niet meer in gebruik zijnde galerij en de daarachter gelegen ruimte op het oog. Dat betekende wel dat er ook een aparte opgang en een lift moesten komen. Zo’n verbouwing  zou een bedrag van ca. 500.000 gulden vergen.

Door de verkoop van hun gebouw aan de Gashouderstraat beschikte de C.J.M.V. (Christelijke Jonge Mannen Vereniging) Onésimus over gelden die wachtten op een bestemming. De leden besloten dit geld te bestemmen  door  zo’n  ontmoetingscentrum te creëren. Eind 1989 werd de laatste hand gelegd aan de verbouwing. Op 13 januari 1990 werd tijdens een open dag de ruimte overgedragen aan het College van Kerkvoogden en werd ook het uit het oude gebouw meegenomen plastiek, ontworpen door Ger van Iersel, onthuld.

Fundering

Najaar 1990 werd door de Koninklijke  Aannemingsmaatschappij Van Waning begonnen met afdekken van het orgel en het openbreken van de vloeren. Dit betekende dat er geen kerkdiensten konden worden gehouden. Dankbaar werd gebruik gemaakt van de Onésimuszaal waar nu tijdelijk de kerkdiensten gehouden werden. Ook de trouwkamer en het kerkkantoor werden opgeknapt. De handige heren Verkaaik en Amesz zorgden voor een nieuwe vergadertafel, waarvan de poten gemaakt werden van de spijlen van de leuning uit de afgebroken galerij. En er kwamen nieuwe borden met de namen van de predikanten bij. Ook werd een actie gehouden voor nieuwe stoelen in de trouwkamer en voor nieuwe lampen in de kerkzaal. Voorjaar 1992 volgde tenslotte  nog een grote schilderbeurt.

Als dank werd op 24 september 1992 aan de donateurs en Vrienden van de Hoflaankerk een muziekprogramma  aangeboden. De aanwezigen konden genieten van een concert met als gastorganist/pianist Louis van Dijk.

Na jarenlang werken was de Hoflaankerk weer in oude luister hersteld.

Jacques la Croix

College van Kerkvoogden (1981-2005)


FEEST IN 1992!

In september 1992 komt er eindelijk een einde aan de vele werkzaamheden bij de grote restauratie van de Hoflaankerk. Er is een comité dat sinds januari al plannen maakt om de voltooiing van de restauratie en de verbouwing van de galerij te vieren. En natuurlijk moet dan ook het 150-jarig jubileum van de kerk gevierd worden.

De eerste mijlpaal in dat jaar: de trouwkamer is in oude glorie hersteld! Met  de opbrengst van de bazaar was het laatste geldbedrag bijeengebracht.

Op 21 september is er ter afsluiting een luisterrijk concert met Louis van Dijk (piano) en John Floore (trompet) omlijstte de lezing door drs.  C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije met lichtbeelden over de verrichte werkzaamheden.

Drie maanden later, op zaterdag 19 december was de officiële herdenking van 150 jaar Hoflaankerk. De voorzitter van de jubileumcommissie, ds. Ruitenberg, ging in zijn openingswoord vooral in op het feit dat Kralingen een kerkgebouw heeft, waar 150 jaar onafgebroken Gods Woord is  verkondigd. Kerkvoogd mr. W.W. Timmers dankte iedereen die had bijgedragen aan de vernieuwing binnen- en buiten de kerk. Kralings ingezetene drs. Ruud Lubbers – als zodanig aanwezig, maar ook een beetje als Minister-president – kreeg het eerste exemplaar van het boek ‘150 jaar Hoflaankerk en de Viersprong’ uit handen van uitgever Gijs Roodhorst van boekhandel Amesz.

’s Middags een prachtig orgelconcert, gevolgd door het overdragen aan kerkvoogden van de nieuwe lichtkronen, bekostigd door giften van ‘buitenaf’.

Zondag 20 december vond de herdenkingsdienst plaats. Voorgangers waren de predikanten Van der Ploeg, Ruitenberg en Gall. Een volle kerk met 10 predikanten in toga als gasten. Muzikaal werkten Adriaan Verhoef en kerkkoor Kralingen o.l.v. Matthijs van Noort mee.

Een mooie start op weg naar 175 jaar!


Het gebouw en de gemeente in de oorlog

Bij het Duitse bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 werd ook een deel van Kralingen zwaar getroffen. Ook rond de Hoflaankerk vielen bommen: in de Hoflaan, de Waterloostraat en de Avenue Concordia. Maar de kerk werd niet getroffen en de branden kwamen ook niet tot bij de kerk.

Wat er zich tijdens de oorlog in de kerk in het verborgene heeft afgespeeld is slechts bij geruchte bekend. Er zouden onderduikers hebben gezeten en wapens zijn verstopt.  Maar zij, die daar direct bij betrokken waren, zwegen. Praten was immers levensgevaarlijk. En na de bevrijding waren er andere zaken die aandacht vroegen. Niemand zat op sterke verhalen te wachten.

Mensen, die het ons nu kunnen vertellen zijn er niet meer, we blijven dus in het ongewisse.

Over het wel en wee van de gemeente is wat meer bekend. Ds. G. van Veldhuizen schreef over de meidagen een boek, ‘7 dagen Rotterdam’. Op 9 mei vertelt hij over het gemeenteleven, over het gebrek aan Bijbelkennis, over de stad waar alles om geld draait en waar het kerkenwerk in Kralingen wordt belemmerd door geldgebrek. Op 10 mei en de volgende dagen beschrijft hij zichzelf als angstige vader, die ook predikant is. Hij is uit de stad gevlucht, brengt zijn gezin veilig onder, maar beseft dan dat hij zijn kudde hiermee in de steek laat en keert huiswaarts.

De 14e mei: een dag en nacht van verschrikking. Vlakbij de bommen, de radeloze, vluchtende burgers en een hemel die in brand staat. Voor velen – en hij ontkomt er ook niet aan – doet dit denken aan het einde van de wereld. De Hoflaankerk, dicht bij de bommen en de brand, blijft gesloten. Maar ‘Zaait’, (de voorloper van de Oosterkapel aan de Ringvaartweg) en de kapel op begraafplaats Oud-Kralingen bieden onderdak aan vluchtelingen.

Daar wordt hij gevraagd om een dienst te leiden. Heel moeilijk: want de schare is van velerlei pluimage. Niettemin: het Woord moet verkondigd worden.

Hij aanvaardt al het leed en de verwoesting als een door God gezonden straf voor het niet willen luisteren naar Zijn Woord. En nu moeten we onze nieuwe wettige overheid gehoorzamen. Hij was in die eerste oorlogsdagen lang niet de enige die zo dacht.

Het werk van de predikanten is zwaar in die dagen. Zoveel verdriet, verlies van naasten, en de vertrouwelijkheden die ze moeten verwerken.

Direct na het bombardement is er door diakenen heel veel gedaan om de nood te lenigen. Zij moeten veel ellende hebben aangehoord.

Er was ook vreugde: koster Izaak de Kat heeft als militair gevochten en komt ongeschonden thuis. Over zijn belevenissen rept hij niet.

Het gemeenteleven herneemt zijn loop. Neutrale koren worden verboden, maar een kerkkoor niet. Zo diende het kerkgebouw lange tijd als onderkomen voor het  Rotte’s Mannenkoor.

In de hongerwinter van 1944-1945 kregen gemeenteleden op ‘hongertocht’ van de kerkenraad een gedrukte kaart mee, ondertekend door de dominee. Daarop de tekst uit Matteüs 25 over hongerigen voeden als een daad aan de Heer gedaan. Ook op andere wijze werd getracht het gebrek aan voeding op te vangen.

Voor velen waren in die angstwekkende en benauwende tijd van oorlog de kerken – ook de Hoflaankerk – plaatsen, bronnen van troost en bemoediging.

Van Carla de Jong kregen we 3 hele kleine flyers over bijeenkomsten:

op 25 december 1943 een Kerstwijdingsdienst met Spangens Kerkkoor; woensdag 5 april 1944 een lijdensoverdenking met hetzelfde koor en met als motto: ‘Vredesklanken in oorlogstijd’ een orgelbespeling op 7 juni 1944 (6 juni D-day!) met Hervormd kerkkoor olv Paul Pul. Toen was er nog elektriciteit – maanden later niet en pompten sterke mannen (als ze er al waren) lucht in het orgel.


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *