We zijn in de greep van het virus, corona. Het virus dat de hele wereld heeft weten lam te leggen. Dat was nog nooit eerder gebeurd in de wereld, dat wij zo extreem de hele wereld zouden stilleggen. Het gekke is dat het besef heel langzaam bij ons mensen binnensloop. Als een sluipmoordenaar kwam die.  Heel langzaam begonnen de mensen het nieuws aan te horen maar namen het nog niet aan.

Men nam het nog niet serieus. Wereldwijd werden wij langzaam wakker en gingen naar elkaar luisteren. Ik volgde het nieuws en hoorde dat er een virus was waar je dood aan kon gaan. Maar, omdat het nog niet in Nederland was, zeg maar nog niet dichtbij, deden wij er makkelijk over. Je luistert naar het nieuws, vindt het erg maar 5 minuten daarna ga je weer door met waar je mee bezig was. Met andere woorden, het was een ‘ver van ons bed show’. Zo zie je maar weer, dat als iets niet dichtbij komt dat je daar anders mee omgaat. Langzaam begonnen ook wij in Nederland het steeds meer te hebben over dat virus.

Dat virus dat heel veel mensen het leven kostte in het buitenland. Nederland werd wakker. Hier begon men bij bosjes dood te gaan. Het was net een wervelwind die voorbij raasde. Wij begrepen er niks van. Beetje bij beetje kwam het besef dat het virus waar iedereen het over heeft, gevaarlijk is. En dat je het niet moest onderschatten. Het lastige is dat het als een soort griepje begint. Als je dat krijgt, denk je bij jezelf: Oh, een griepje, dat waait wel over. Maar het waaide niet over, integendeel, het sloeg genadeloos om zich heen. Het leek een beetje dat we er toch door verrast werden.

En aan de andere kant ook weer niet, want je had al het een en ander gehoord over wat er gebeurd was in andere landen. Dat scheelde, waardoor de landen steeds meer informatie uitwisselden zodat een land niet opnieuw het wiel hoefde  uit te vinden. Maar hoe wij als land met het virus omgaan, kan… maar hoeft niet te werken in een ander land. In ieder geval waren er wel genoeg overeenkomsten waardoor diverse landen elkaar konden helpen en informatie over de aanpak konden uitwisselen. Ik weet nog dat toen dat virus wild om zich heen sloeg, mensen het zelfs begonnen te hebben over een complottheorie. Ik ging daar niet op in. Want dat sloeg nergens op. Mensen gingen bij bosjes dood en je begint over een complottheorie te praten? Ik las inmiddels in de krant dat mensen in andere landen een moord konden begaan als ze aan het winkelen waren, omdat iemand voor hun neus het laatste pak rijst of iets dergelijks wegpakte. Er was zoveel onrust en die zorgde voor zoveel stress dat mensen een kort lontje kregen. Winkels werden leeggeplunderd in andere landen. Ik las dat in de krant. Ik weet nog dat ik tegen een collega zei: moeten wij hier in Nederland ook niet gaan hamsteren? Eten gaan inslaan? Ze antwoordde: nee, doe niet zo gek. Ik dacht, nou, als ze er zo op reageert, dan ga ik mij ook niet druk maken. Dus liet ik het op zijn beloop.

Totdat ik  ineens overal in kranten las dat iedereen in Nederland ging hamsteren. Het was vroeg ‘s morgens toen ik dat hoorde. Het leek een van de langste dagen te zijn voor mij. Het leek alsof er geen eind aan die dag kwam. Ik werd heel erg onrustig op  het werk. Ik wilde alleen maar dat het snel einde werktijd was. Zodat ik als een speer naar de supermarkt kon vliegen. Om ook in te slaan. Tot mijn verbazing waren het voornamelijk lege schappen die ik aantrof. Ik dacht, what the fuck! Ik zag een doemscenario voor mij. Ik ben een overbezorgde moeder. Ik dacht, als mijn zoon naar zijn moeder komt, wat kan ik hem bieden? Alles was op. Alleen gekke dingen waren er nog die haast niemand neemt. Ik had het warm. Dacht als er een soort hongersnood komt, kan ik mijn kids niet te eten geven.

Niet eens voor mezelf vond ik het erg. Maar voor mijn kids. Ik sprintte van winkel naar winkel. En ja hoor, overal leeg. Ik was verbaasd. Hoe kan dat? Een week geleden vroeg ik nog aan een collega, moeten we niet inslaan? En nu een week later is alles op. Ik piekerde mij suf. Maar wist nog niet hoe dat zou gaan lopen. Ik keek die avond naar het journaal en daar drukte de minister-president ons op hart om NIET in slaan. Dat er genoeg van alles is. En dat het niet correct is om in te slaan. En dat het hardwerkende medisch personeel dat zich dag en nacht inzette om de mensen weer gezond te krijgen, voor schappen kwam te staan die leeg waren. Ik besloot de volgende  morgen, heel vroeg als eerste klant naar de supermarkt te  gaan. En ja hoor, de minister-president had gelijk.

De winkels lagen weer vol met voorraad. De nachtploeg had alle schappen weer bijgevuld. Ik heb me suf gekocht. Het gekke was dat ik op een gegeven moment zoiets had van, oké, ik heb nu alles. Tot ineens een blond meisje verscheen in de winkel. Met heel veel toiletpapier in haar winkelwagen. Het is heel gek hoe het brein van een mens werkt hè? Ik zag dat. Ik had een kar die tot de nok volgeladen was. Maar ineens dacht ik, o ja, toiletpapier! Want eigenlijk was dat mijn hoofddoel om gaan halen en een hele voorraad ook. Maar ik was zo afgeleid door de andere producten die ineens ook allemaal voorradig waren, dat ik bijna dat toiletpapier vergeten was. Het was net een kettingreactie. Het winkelend publiek zag het van elkaar en ineens had iedereen hele voorraden toiletpapier in zijn winkelwagen.

Dat fenomeen toiletpapier is indrukwekkend. Diegene heeft succes die online meldt dat toiletpapier schaars is. Ik weet niet waar het is misgegaan dat de hele wereld ineens toiletpapier is gaan inslaan. Die vraag is nog steeds een vraag. Waarom aasden wij wereldwijd op toiletpapier? Het had van alles kunnen zijn. Maar het werd toiletpapier. Talloze grappen kwamen op het net voorbij over toiletpapier . Het was een hit: toiletpapier!

Lita Gunther


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.