Er  is onrust in de universiteit. Minister Robbert Dijkgraaf (Onderwijs en Wetenschap, D66) debatteerde vorige week met de Tweede Kamer over de verengelsing van het hoger onderwijs en de grote toename van het aantal buitenlandse studenten. Hij zei dat met ingang van het collegejaar 2025-’26 bij bacheloropleidingen maximaal een derde van de vakken in een andere taal dan het Nederlands mag worden gegeven. Op universiteiten werd geschrokken gereageerd.

Dat stond vorige week 21 juni in de NRC.

Het onderwerp is mij intiem vertrouwd. Ik haal een oude, mij dierbare herinnering op. Toen ik te oud werd bevonden om in mijn thuisbasis, de faculteit geneeskunde van de EUR, nog verder te mogen werken, nu twintig jaar geleden, werd mij bij de psychologen in de sociale faculteit een nieuwe uitdaging geboden.

Daar werd PGO = ProbleemGestuurd Onderwijs gegeven; in het Engels PBL Problem Based Learning geheten. Niks hoorcolleges – debat in kleine groepen.

Maar toen de internationalisering op gang kwam, stuitte ik al in de eerste groepsbijeenkomst op een kwestie die volgens mij onderbelicht was en nog steeds is. Het probleem staat mooi samengevat in de titel boven dit stukje: Is your language really yours? Dit citaat komt aan de orde in een boek van David Bellos onder de curieuze titel ‘Is That A Fish In Your Ear?’ (2011). Daarin stelt Bellos – van huis uit vertaler – dat de kunst om je uit te drukken in een vreemde, niet zijnde je moedertaal, meer is dan het simpelweg omzetten van woorden van de ene naar de andere taal.

Ik stuitte op dit probleem in mijn PBL-keuzeblok Toegepaste Wetenschapsfilosofie voor derdejaars studenten psychologie. Vijf Exchange studenten hadden zich daarvoor aangemeld: twee uit Canada, twee uit Turkije en een uit Thailand met academische thuisbasis in Singapore. Dat blok was uiteraard Engelstalig. Al in de eerste bijeenkomst werd het probleem heel concreet duidelijk. Een van de twee Canadezen had een mini-presentatie voorbereid, de anderen gingen daarop in, en al na korte tijd ging dat fout. De beide Engelstalige native speakers begrepen elkaar helemaal op de manier waarop sprekers in een gemeenschappelijke moedertaal elkaar kunnen begrijpen, de Thai-Singaporese student kon prima meekomen, maar de beide Turken en ik begrepen gaandeweg steeds minder waar het over ging.

Ik moest dus ingrijpen. Het plaatje van een tweetalig stopbord dat ik op internet had gevonden [STOP ARRÊT] gaf me inspiratie voor een oplossing voor dit probleem. Ik ging de beide Canadezen in de officiële tweede taal van hun land – die ik beter machtig ben dan het Engels –  vermanen om zó langzaam, empathisch nadrukkelijk en duidelijk te spreken dat ook wij, de drie met slechts steenkolenengels begiftigde deelnemers aan het gesprek, hun interactie konden volgen en konden meedoen.

Het werkte. De boodschap kwam over. Maar het probleem van ons Engelstalig onderwijs werd daardoor alleen maar scherper voelbaar. Voor de nadere precisering geeft Bellos een effectieve eerste probleemstelling. Op blz. 195-196 vertelt hij  hoe hij, als hij de kwaliteit moet beoordelen van Engelse teksten, vaak niet weet “what is ‘English’ and what is something else” Vaak stuit hij op passages waarvan hij moet zeggen ‘Het is niet grammaticaal fout, maar een Engelsman of Amerikaan zou het nooit zo zeggen’. In zijn onzekerheid herken ik een variant van mijn probleem. Hoe weet ik hoe mijn Engels overkomt op mijn buitenlandse studenten, die onderling zeer verschillen in hun proficiency in die taal?

Veel docenten kennen dit probleem. Een veel gehoorde oplossing stelt dat zich thans wereldwijd een scientific English ontwikkelt dat men in alle opzichten kan vergelijken met het Latijn als de lingua franca van de geleerden in de tijd van Erasmus. Maar zo werkt dat niet. In de tijd van Erasmus was al bijna duizend jaar Latijn voor geen enkel kind in de wereld meer de native speech. In onze tijd is dat inzake Engels totaal anders. Voor circa 400 miljoen mensen is dat de native speech, en voor tussen de 800 en 1800 miljoen mensen een taal die zij bijna zo goed spreken als hun moedertaal. Daardoor zal in ieder cohort studenten waarin native-speech-Engelstalige studenten meedoen, een tweedeling optreden tussen hen en de anderen die pas later Engels geleerd hebben.

Dat hoeft geen onoverkomelijk bezwaar te zijn – integendeel, het kan creatief gebruikt worden.

Minister Dijkgraaf, het probleem dat u terecht aan de orde stelt is miljoenen maal groter dan in de simpele probleemstelling waar in het nu in de media circuleert.

En rector en decanen van de EUR: ik zit niet verlegen om werk, maar het zou me deugd doen als ik de komende tijd wat vrijwilligerswerk over dit onderwerp bij u zou mogen komen doen.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.