Spreker en ooggetuige Kralinger Henk de Koning vertelde bij het herdenkingskruis aan de Oostzeedijk Beneden, ter hoogte van de Hoflaan, tijdens de dodenherdenking aldaar op 4 mei jl., onderstaand verhaal. Dat vertelde hij niet voor het eerst. Dit jaar kreeg dat verhaal een vervolg.

Hoflaan 1945 – Ooggetuige

Honger was de reden dat ik op 31 maart 1945 aanwezig was bij het Kralingse Volkshuis,naast het Politiebureau. Midden op die dag zou ik met andere, zwaar ondervoede kinderen, wat extra eten krijgen. Wanneer ik vroeg was mocht ik meehelpen in de zaal, om na afloop de gamellen leeg te kunnen schrappen.

Dan hoor ik motorgeluid. Dit kan niet waar zijn, want er is geen brandstof meer. Wat nog rijdt gaat op houtgas. Dit is bijzonder. Bij het politiebureau? Ik loop die richting uit. Bij het gebouw zie ik een motor tevoorschijn komen en over het trottoir naar de rijbaan gaan. Een politieman zeker, laarzen en handschoenen, indrukwekkend, een hoge Piet zeker. Belangstellend sta ik op de rand van het trottoir en kijk hem na.

Dan verschijnen in mijn beeld, aan de overkant, twee figuren, twee mannen, bij de St. Lambertuskerk. Identiek gekleed, bruine regenjassen en ze dragen hoeden. Tegelijk zie ik pistolen komen. Hoor en zie het schieten en zie de motor met de man tegen de grond klappen. De schutters rennen weg, richting Polanenstraat. Ik loop als in trance naar de man en de motor. Sta verstijfd van schrik. Het voorwiel draait nog. Dat gezicht! Ik ga zenuwachtig lachen en merk dat ik niet kan weglopen. Als in een droom, “aan de grond genageld” staan!  Grote angst en ik heb geen idee van tijd. Achter mij komt iemand aanrennen, in herinnering een heel grote agent die met zijn laars mij een geweldige schop geeft. Hij schreeuwt “Jongen, maak dat je wegkomt, de Grünen komen. (de Ordnungspolizei). Die schieten op alles, wegwezen”. Later ben ik hem dankbaar. Ik ren in grote angst naar huis, naar mijn moeder. Er loopt een vrouw met een boodschappentas. Achter ons horen we schieten. Zij neemt me bij de hand en trekt me een tuin in, achter de struiken, tegenover de Polanenstraat. Daar liggen we dan. Ze schieten zelfs op de zgn. spionnetjes, de spiegeltjes buiten aan de ramen. Tussen de struiken door zien we de Duitse laarzen, angstaanjagend. Even wordt het rustig en als ze wat verder weg zijn, worden we in het huis geroepen. Krijgen water te drinken.  Daarna rennend en huilende naar huis in de Lambertusstraat.

Op de morgen van 3 april zegt moeder dat er ergens wordt geschoten, we mogen niet naar buiten. Later die morgen ga ik naar de Hoflaan. Vanwaar ik sta, daar bij die hoek, bij de kerk zie ik ze liggen, twintig mannen. Slachtoffers van een vergeldingsactie voor de doodgeschoten

Politieofficier van drie dagen geleden. Eén met gele klompen en één houdt met beide handen een boodschappentas vast. Daar liggen er twee, een oudere en een jongere man, hand in hand. Daar ligt er één wat hoger en voorover tegen de dijk aan, in een bruine jas, ik zie een gat in de rug. Een vluchtpoging? De laatste van de rij, blijkt later, is Cor Zwiep, zoon van kennissen van mijn ouders, wonend in de Polanenstraat. Zo vlakbij zijn ouderlijk huis. Allemaal vermoord, zo zag ik dat.

Vijftien jaar later heb ik mijn laatste nachtmerrie, Duitse laarzen die mij vertrapten. Het bombardement en het vluchten, de angst en de terreur, de hongerwinter, tenslotte deze verschrikking. Het gaf mij bittere, intense haat tegen de Duitsers, tegen alles wat Duits was. In mijn ogen van toen, allemaal Nazi’s. Ik moet dan nog leren dat je met haat niet normaal kunt leven, geen maatschappij kunt opbouwen.  Dan blijven liefde en vreugde onbereikbaar.

Ing. H. de Koning, Rotterdam, Kralingen

Meer foto’s hier

Meer foto’s hier

Vervolg

Aantekeningen voor toespraak op 4 mei 2018

1- Introductie dat ik in okt 2015 het einde van mijn toenmalige toespraak “ met haat kom je niet ver” heb gepraktiseerd in het Herzcentrum te Hamburg, via het Evang. Amalie Sieveking-Krankenhaus. ’s Nachts getroffen door hartprobleem en per ijlbode

daar afgeleverd. Kennelijk dacht men dat ik gebrek aan vertrouwen had – de schok van gezond en plots ernstig ziek – en door mijn meerdere vragen of ik in Rotterdam kon worden behandeld. “Nee voor de grens bent u al dood”.

De anesthesist kwam me informeren over de gang van zaken: Zei: “ ik ben van na de oorlog en ik zie uw leeftijd, Rotterdam, wilt u mij vertellen, u was negen jaar, over uw beleving van het bombardement van 14 mei 1940?”. Hij bleef vragen en vragen en tenslotte noemde ik het einde van mijn verhaal van 2012, “ik haatte, met een blinde haat alles wat Duits was”. “ Ik heb moeten leren dat haat geen kans geeft op liefde, geen kans geeft aan een gezonde maatschappij. enz.”.  Na 1,5 uur zei de dokter: “ Dank u wel en ik ga dit al mijn collega’s vertellen”. 6 bypasses rijker sta ik nu hier. Omdat onrecht , terreur en oorlogsleed (Syrië) moeten worden bestreden en dus dit moet worden verteld. En doorverteld!

2- Willen de kinderen van 12-13 jaar luisteren waar ik in mijn verhaal moet huilen. (dit bleek in 2014 aan de Oudedijk een vondst)

3- In de Hongerwinter, uren in de rij wachtende op de gamellen met soep, bij de gaarkeuken (Tramremise a/d Oostzeedijk) en bijna aan de beurt, loopt een oude vrouw met haar pannetje soep weg, en wordt twee meter naast mij niet goed. Zakt langzaam in elkaar zet het pannetjes op de grond,  legt zich er naast en blijkt dood. Een man achter mij gaat er heen, voelt dat ze dood is, zet het pannetje soep aan de mond en drinkt het leeg. Zet het naast de dode en gaat weer in de rij achter mij staan. Niemand spreekt een woord.

4- Op 6 april 1945 krijg ik – hongerslachtoffer van 13 jaar – bij de architect Meischke aan de Oudorpweg tussen de middag wat te eten. Aankomende zie ik op straat een bult, met een vloerkleed afgedekt. Mijn impuls “op de ‘zwarte’ markt aan de Vlietlaan levert dit mij

een half brood op”.  Als ik het kleed optil zie ik dode ogen van een man en op dat moment roept mevr. Meischke snel mij naar binnen. Later bleek dat Marinus van der Stoep (verzetsstrijder. Red.) te zijn.

5-  En dan sta ik bij het politiebureau aan de Hoflaan op 3 april 1945 en dan…mijn verhaal…

Henk de Koning, geb. 11 april 1931

Meer foto’s hier


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.