Lang geleden, jongens en meisjes, heb ik in de rechtbank een eed afgelegd. Dat moest, je komt er anders niet in als advocaat. Ik denk dat ik nog steeds onder ede sta. Dat valt niet mee, want ik heb als overtuigd anti-monarchist trouw aan de Koning beloofd, naast nog wat andere zaken die minder van belang zijn. Niet dat ik er elke dag mee zit, de Koning evenmin trouwens, zo heb ik begrepen uit doorgaans betrouwbare bronnen. Als ongelovige behoefde ik aan de rechter uitsluitend  te melden: “dat beloof ik “, en het werd nog voorgezegd door de rechter ook. Een makkie dus.

Een gelovige advocaat in spe heeft het moeilijker. Die moet zonder stotteren eruit zien te krijgen: “zo waarlijk helpe mij God almachtig”. Gaat dat goed, dan kun je als advocaat toch zeker een jaar of tien mee. Een getuige moet in de rechtszaal ook de eed afleggen. We willen toch de waarheid op tafel krijgen? Getuigen zijn meestal heel zenuwachtig, voor hen tenslotte geen dagelijks werk. En zeker als de rechter en passant nog even heeft opgemerkt dat liegen een lange gevangenisstraf oplevert. De zenuwen bij getuigen leiden vaak tot komische taferelen, al mag er in de rechtbank niet al te hard gelachen worden.

Het verzoek van de rechter aan de getuige om de rechterhand op te steken leidt niet zelden ertoe dat de linkerhand de lucht in wordt gestoken. Dat is nog te herstellen, andere rechterhand dan maar en tenslotte is een links-rechts verwisseling in de operatiekamer van een ziekenhuis veel erger. Is eenmaal de rechterhand met twee opgestoken vingers in de lucht, dan moet die ingewikkelde tekst, voorgezegd door de rechter nog uitgesproken worden door de inmiddels bibberende getuige. Geloof het of niet, maar een zenuwachtig persoon, zelfs hoog opgeleid, heeft moeite om een zin bestaande uit zes worden na te zeggen, zelfs bij een zeer empathische (daar worden cursussen voor gegeven) rechter. Dolkomisch wordt het als de getuige in opperste staat van vertwijfeling  hardnekkig “mij almachtig” blijft zeggen in plaats van “God almachtig “.

De essentie van de eed gaat zo een beetje verloren om het maar zacht uit te drukken, al heb ik een rechter meegemaakt die na de vierde poging tot eedaflegging het er maar bij liet zitten. De pedagogisch ingestelde rechter, die overigens in de minderheid is, knipt de eed in stukjes met het oog op het succesvol nazeggen. Dat levert dan weer op dat de nog immer zenuwachtige getuige uit volle overtuiging uitroept “zeg mij na zo waarlijk”. Ja, humor genoeg in de rechtszaal, het recht moet op zijn tijd gerelativeerd worden. Overigens, om misverstanden te voorkomen, staat u als verdachte in de rechtszaal dan mag u desgevraagd liegen tot u barst. Dat is niet strafbaar. Doe het wel met overtuiging, de straf wordt anders een stukje hoger vanwege uw leugenachtige opstelling. Althans volgens de rechter.

Ton Rhijnsburger

Stichting Sociaal Advocaten Rotterdam
Crooswijksesingel 34
3034 CJ Rotterdam
010-4044085 direct of 010-4650966 algemeen


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.