Een jaar geleden verscheen op deze plaats een stukje van mijn hand onder de titel ‘Wat doet een republikein op Koningsdag?‘ Het antwoord was ‘tosti’s bakken voor vrienden en verwanten’. De vraag die ik dit jaar voor deze dag stel, is minder eenvoudig, en het antwoord erop al helemaal niet. Om te beginnen: [1] wat is een ‘sceptische antroposoof’, ook wel te benoemen als [2] een ‘antroposofische scepticus’?

Antwoord [1]: een antroposoof is iemand die 1) op zijn eigen manier weet wat de tijdgeest wil en, 2) mede op grond daarvan probeert daar meer over te weten te komen en, 3) intussen ook probeert alvast zo goed en zo kwaad als dat kan, te denken en te handelen volgens de tijdgeest.

Antwoord [2] Een scepticus is iemand die zich herkent in het mooie verhaal dat ik ooit de gynaecoloog Gerrit Kloosterman heb horen vertellen over zijn leermeester De Snoo: ‘Dat was een wonderlijke man; een echte boerenzoon, uit Geervliet, bij Den Briel. Iemand met een buitengewoon helder denkend brein en ook met een ontzaglijke afkeer van kouwe drukte. In zijn huis hing bij de ingang een spreuk: “Ge zegt het wel – wie weet of het waar is”! Dat was echt iets in De Snoo dat me bijzonder aansprak.’ De Snoo was ook directeur van de Rotterdamse Vroedvrouwenschool aan de Henegouwerlaan.

Mij spreekt dat ook aan. Ik zeg zo veel wel, maar hoe weet ik of het waar is? En nu wil ik iets zeggen over 1) onze koning, 2) over het koningschap in het algemeen, en 3) over het gegeven dat ik bijna een eeuw geleden ervoor gekozen heb de incarnatie waarin ik nu leef door te laten brengen in het Koninkrijk der Nederlanden. Wat kan ik erover zeggen zonder meteen verlamd te raken door twijfel of het wel waar is?

Het koningschap staat sinds enkele jaren nogal ter discussie. Dat is op zich zelf al een probleem, want inherent aan de koning als zodanig is nu juist dat hij geacht wordt boven elke discussie verheven te zijn. Het koningschap heeft om zich een aura van het mythische, bovenmenselijke. Daarover kun je niet discussiëren; dat zie je, dat voel je, dat beleef je. Koningschap manifesteert zich in betekenisvolle beelden, in symbolen.

Een wonderlijk toeval reikt me een beeld aan waarmee ik dit kan toelichten. Op 15 april berichtte de krant over het bezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Duitsland. Daar viel het talloze Duitsers op hoe de borduursels op de jas van de koningin leken op hakenkruis-achtige symbolen. Dat kan dus, uiteraard, niet. In de Bondsrepubliek is het zelfs verboden en strafbaar om het hakenkruis in het openbaar te vertonen.

Uiteraard was het louter een misverstand; er ontstond nadrukkelijk géén rel over. Maar illustratief is het wel. De swastika, de oorspronkelijke vorm van wat wij onder Hitler hebben leren kennen 1617ColumnVerbrughIllals het hakenkruis, is een oer-oud symbool. Met name in India is het al eeuwen bekend. En wie ook maar een béétje kennis heeft van occulte symboliek, weet hoe de variant van de swastika die Hitler bedacht had, daadwerkelijk effect heeft en helpt om de mens zó te veranderen dat hij wordt zoals Hitler wilde dat hij zou worden. Net zoals psychologisch is aangetoond dat porno op de televisie daadwerkelijk schadelijk is voor kinderen, zo heeft systematische blootstelling aan het hakenkruis op iedereen psycho-fysiologisch een reële werking.

Om misverstanden te vermijden: dit specifieke beeld van het hakenkruis heeft met ons koningschap niets te maken. Ik stel hier alleen dat goed begrip van het koningschap in deze tijd alleen mogelijk is wanneer men enige benul heeft hoe beelden werken.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)