‘Ik zou wel eens een onderzoek willen opzetten waarin ik met een steekproef bewoners van Nederland zou vragen wat de oorspronkelijke historische gebeurtenis is die de aanleiding vormt voor de feestdagen waarin wij dezer dagen leven.’

Dat schreef ik 22 december 2008 in De Ster. ‘Dat onderzoek zou ik elk jaar in deze tijd willen herhalen’, ging ik verder. ‘Mijn hypothese zou zijn dat het aantal mensen dat het correcte antwoord zou geven, jaarlijks kleiner zou worden. Vooruitlopend op de eventuele bevestiging van deze hypothese van dit eventuele onderzoek, speculeer ik hier alvast dat steeds minder mensen weten dat het gaat om de geboorte van Jezus Christus. Aan die verwachting koppel ik het oordeel dat dit een verschijnsel is dat aandacht, om niet te zeggen bezorgdheid verdient, en dat ik niet de enige ben die zo oordeelt. “De kerken lopen leeg”, zoals het cliché zegt, en de professionals die zich verantwoordelijk weten voor die kerken, putten weinig troost uit het feit dat hun kerken juist in de kerstnacht vaak weer relatief gevuld zijn. Dan blijkt dat best wel wat mensen in deze dagen nog wat herinneringen krijgen aan vroeger of zelfs een beetje heimwee naar kerstmis vroeger voelen. Maar nog voordat het oude jaar definitief weggeknald is, is dat gevoel bij de meeste van deze spijtoptanten alweer in rook opgegaan.’

Dat was dus ruim tien jaar geleden. De eeuwige vraag: ‘Waar blijft de tijd …’, gaat door me heen. En omdat dit een feestelijke tijd is, veroorloof ik me een uitstapje naar een tweeregelige oneliner die mij al sinds lang geleden dierbaar is:

De tijden verglijden, en stilletjes worden wij met de jaren ouder, en doordat ze niet door een teugel in bedwang gehouden worden, ontvluchten de dagen ons.

In het Duits klinkt het nog mooier: Die Zeit entgleitet, wir altern still mit den Jahren, und es entfliehen, ohne dass ein Zügel sie hemmt, die Tage

En in het Latijn is het nog mooier en wordt het éénregelig::

‘Tempora labuntur tacitisque senescimus annis et fugiunt freno non remorante dies‘,

Ik ga nog wat verder terug en citeer uit mijn stukje van De Ster van 21 december 2004 onder de titel: ‘Stille nacht op alle fronten:  Een van de merkwaardigste episodes uit de militaire geschiedenis deed zich in de kerstnacht 1914 voor in een van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Duitse soldaten kwamen ‘Stille nacht, Heilige Nacht’ zingend zonder te schieten op de Engelse loopgraven af, en daar vond vele uren lang een verbroedering plaats zoals bij mijn weten nooit elders in een oorlog is vertoond’. In dàt jaar, was dit stukje geschiedenis nieuw oor mij, en voor zover ik mij herinner heb ik in dit tijd niemand anders gesproken die het wel wist. In 2013 heb ik (23 december) er opnieuw over geschreven en ook uit dat jaar herinner ik me geen gesprek met anderen die het wel al wisten. Nu is dat anders; dezer dagen kom ik af en toe vrienden en bekenden tegen die dit wel weten. Dat bedoel ik eigenlijk met mijn oneliner over de verglijdende tijden.

Intussen is het verhaal nog mooier, althans levensechter geworden. Ik citeer uit de VPRO-gids van november 2018: ‘Op 11 november 1918 kwam een eind aan de Eerste Wereldoorlog. Die Grote Oorlog, zoals hij ook vaak wordt genoemd, wordt dezer dagen wereldwijd maar vooral in België en Groot-Brittannië in vele toonaarden herdacht. Het beeld van die oorlog wordt mede bepaald door de zwart-witopnamen die toen werden gemaakt. Het was de eerste oorlog die aan het front uitvoerig op camera werd vastgelegd en waarvan de beelden vaak werden gebruikt als propaganda voor het thuisfront. Iedereen kent de vaak sneeuwende, korrelige, soms versnelde beelden in grijstinten van verwoeste steden en dorpen, modderige loopgraven, ontploffende granaten en grote aantallen rennende of dode soldaten. Nu die loopgravenoorlog met zijn miljoenen doden meer dan honderd jaar oud is, lijken de beelden ervan steeds onwerkelijker en verder van ons af te staan. Een goede manier om te blijven ervaren hoe die oorlog werd gestreden is het restaureren en inkleuren van zwart-witbeelden – al zijn er ook preciezen die het inkleuren afwijzen omdat de filmer destijds natuurlijk wist dát hij in zwart-wit draaide en zijn opnamen daarop afstemde. Inkleuren zou afbreuk doen aan zijn werk. “De beelden raken door deze bewerking hun integriteit kwijt”, aldus filmhistoricus Laurent Veray. Maar voor de meesten zal gelden dat de combinatie van remastering en colouring, dat tegenwoordig digitaal gebeurt, de oorspronkelijke beelden helderder en gedetailleerder, ofwel interessanter en spannender maakt. … De frontsoldaten verdienen betere beelden dan de schokkerige opnamen die nu van hen in de archieven liggen’.

In de afgelopen maanden heb ik delen van dit programma op de buis gezien. Ik beveel de lezer aan ‘they shall not grow old‘ te googlen, even te kijken naar de korte voorbeelden die dan te zien zijn, en dan voor zichzelf na te gaan of u mijn ervaring delen kunt.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.