‘Postmortaal autobiografisch levenspanorama’

jun 19, 17 ‘Postmortaal autobiografisch levenspanorama’

Youp van ’t Hek, NRC Handelsblad afgelopen zaterdag: ‘Las dat er binnen twintig jaar een wc komt die – als je erin geplast hebt – meteen het zuur-, zout- en eiwitgehalte van je urine meet en zo nodig een recept naar de apotheek mailt. Daar kan je een paar uur later het medicijn ophalen. Waarom de uitslag niet naar je lijfarts gaat? Die bestaat niet meer. Die aardige dokter is vervangen door een robot. Die robot krijgt wel info van je plee en die slaat hij op in zijn geheugen. In dat geheugen staat ook al je bloeddruk die een in je lichaam ingebouwde chip die ochtend heeft doorgegeven. Dat doet die chip drie keer per week’.

Het idee is al oud. In mijn onderwijs algemene ziekteleer in de vorige eeuw leerde ik het al. ‘Binnen afzienbare tijd heeft elke burger van elk beschaafd land een ‘’smartcard´‘ waar zijn hele medische en genetische voorge­schiedenis op staat. Je voelt je niet lekker, gaat naar het lokale kantoor van de gezondheidsdienst, stopt je “smartcard” in een auto­maat, typt je klachten in en je krijgt binnen enkele seconden vanuit het lokale filiaal van de Wereldge­zondheidsorganisatie je diagnose tot in decimalen achter de komma, inclusief optimaal wetenschap­pelijk onderbouwd therapie-advies. De politiek helpt daar een handje bij via SoFi-num­mer, legitimatieplicht, DNA-databanken en aanverwante vernieuwingen. Het menselijk lichaam van de 21e eeuw zal een wiskundige formule zijn: een letterlijk tot in decimalen achter de komma te manipule­ren, optimaal hygiënisch en met wiskundige (!) precisie betrouwbaar algoritme.’

Echt nieuw is het volgende. Op 10 juni schreef Bas Heijne naar aanleiding van de intense aandacht die zelfmoordterroristen in de media krijgen: ‘Pas wanneer men zich begint te vervelen, is het afgelopen met het spektakel dat “aandachtshoeren” [mooi nieuw woord!] dagelijks in de media maken.’ Dat kan lang duren, voeg ik als commentaar toe; maar zó lang hoeven we niet te wachten. Ik waag een alternatieve oplossing.

In de tweede helft van de vorige eeuw is de zgn. BDE, de bijna-doodervaring, een belangrijk en controversieel item in de media geworden. Intussen is deze hype overgewaaid; het thema komt nog slechts incidenteel ter sprake. Buiten de schijnwerpers van de publiciteit wint intussen het inzicht veld dat er een essentieel verschil is tussen de authentieke bijna-doodervaring waarover de Zwitserse geoloog en alpinist Albert Heim in als eerste 1892 publiceerde en de vele latere ervaringen die in de loop van de 20e eeuw, toen de intensive care gemeengoed werd, bekend werden. Heim had alle berichten verzameld die hij kon vinden van mensen die onverwacht opeens oog in oog met de dood verkeerd hadden. Het waren voornamelijk verhalen van gezonde, meestal relatief jonge mannen, alpine klimmers, waar hij er zelf ook één van was, die tijdens het klimmen opeens gevallen waren, of zwemmers, die opeens meenden te verdrinken. Zij beschreven de ervaring die zij hierbij hadden als een ervaring zonder angst, waarbij ze opeens een zeer helder moment van denken hadden. Hun gedachtegang versnelde, en ze zagen hun hele leven aan zich voorbijschieten.

De latere verhalen in Nederland, vooral bekend geworden door het werk van de cardiolooog Van Lommel, zijn veel minder eenduidig. Vaak gaat het ook niet over het voorbije leven, en het betreft ook vaak oudere mensen die tijdens een langdurige ziekte niet onverwacht in levensgevaar komen te verkeren.

Analyse van de vele gepubliceerde berichten wettigt het vermoeden dat de authentieke eerst beschreven ervaring, een reëel nieuw fenomeen is, en geduid mag worden als een manifestatie van een verandering in het collectieve bewustzijn die in deze tijd optreedt. Op basis van de resultaten van de analyse van de berichten over de bijna-doodervaring, stel ik als tentatief nieuw wetenschappelijk feit in de zin van de wetenschapsfilosofie volgens Ludwig Fleck (1935) en Thomas Kuhn (1962) dat de mens kan gaan weten dat en hoe hij in de eerste tijd na zijn dood innerlijk een reëel ‘postmortaal autobiografisch levenspanorama’ beleeft. En ik durf te voorspellen dat dit feit op afzienbare termijn algemeen bekend zal worden en van invloed zal zijn op wat wij in de nabije toekomst zullen gaan denken over zelfmoordterroristen.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)


Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *