We hebben een zeldzaam stukje samengebalde geschiedenis meegemaakt, de afgelopen dagen. Ik geef een korte opsomming: (1) Verkiezingen in Frankrijk met (1.1.) aanpalende rumpus over gelekte hacks en (1.2.) over hoe dat vanuit het Trump van Amerika georkestreerd lijkt te zijn, en nu (1.3.) de fantasieën over hoe het daar verder moet. (2) Verkiezingen in Engeland met, als ik het goed begrijp, (2.1.) ragfijn politiek spel van mw. May over hoe ze vanuit haar eiland in de Noordzee de Brexit-onderhandelingen in Brussel kan sturen. (3) Hier bij ons, vlak voor, tijdens en nu nog steeds door-etterend na de meivakantie met Koningsdag en een groot aantal herdenkingsmomenten, het sfeertje van: ‘die dikke deugt niet’.

Dat laatste gaat over [ik citeer Bas Heijne in de krant van 29 april]: ‘ …  het kwestieuze financiële gedoe van VVD-voorzitter Henry Keizer, in kaart gebracht door het platform voor onderzoeksjournalistiek Follow the Money – de mond vol over moraal en ondertussen een miljoenenbedrijf ver onder de waarde voor een habbekrats aan jezelf verkopen.’

Wat zich hier voordoet, verdient veel aandacht. Het is een eigentijdse variant van een oud, klassiek fenomeen. Een sublieme schets van het fenomeen gaf de legendarische NRC-redacteur Emmy van Overeem (1931 – 2012) ooit in de openingszin van haar artikel over een van de pastorale concilies die de Nederlandse bisschoppen tussen 1968 en 1970 georganiseerd hadden: ‘Met tassen vol papieren over liefde en gerechtigheid onder de arm en de gezichten wit-vertrokken van haat en woede is de leken-afvaardiging voortijdig vertrokken uit het pastoraal concilie. Het kille praatfeest had hen niets meer te zeggen.’

‘t Is altijd het zelfde liedje. Tussen denken en doen gaapt de kloof waarin de mens in vrijheid zoekt naar de zin van het leven. Zodoende raakt hij telkens weer in de war. Een van de uitwegen die hij dan zoekt is mooi verwoord door Roos Vonk in een opiniestuk in de krant van 5 mei onder de titel ‘Vecht eerst tegen de Henry Keizer in jezelf”. Ook háár analyse van de zaak met aanpalende suggestie voor de vorming van een eigen oordeel is een oud verhaal: ‘Afgeven op graai-VVD’ers geeft ons een heerlijk, ‘integer’ gevoel. Maar zwaai niet te hard met je vingertje. In onze hang naar morele superioriteit schuilt de hypocrisie.’

Dat is mooi gezegd – maar het is vooral mooi GEZEGD.  Denken is vrij en die vrijheid gaat makkelijk over in vrijblijvendheid en zo kom je vanzelf in het bekende, door Roos Vonk bedoelde zogenaamd ‘heerlijke, “integere” gevoel’. Maar vorming van een oordeel, en zeker hard zwaaien met je vingertje, is een vorm van DOEN, en denken en doen zijn fundamenteel verschillende activiteiten. Over dat verschil heeft  de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), kabinetsadviseur, 24 april een rapport gepubliceerd: ‘Weten is nog geen doen – een realistisch perspectief op redzaamheid’.

Leidmotief in dat rapport het onderscheid tussen het denkvermogen van de mens en wat de WRR noemt ‘doenvermogen’. Dat woord staat in de aanbiedingsbrief van de WRR aan Mark Rutte tussen aanhalingstekens. Het is een nieuw woord. Mijn GVD (= Grote Van Dale) van 2005 kent het niet; alle verwijzingen op Google zijn gedateerd 24 april of later.

Met dit onderscheid actualiseert de WRR een klassiek, misschien wel het oudste thema in de filosofie. Socrates († 399vC) vat het in mijn woorden zo samen:’Ik weet niets, behalve dat ik niets weet, en alleen door iets te doen kan ik misschien iets te weten komen’. Dat was 24 eeuwen geleden, en is, nog steeds, het begin van alle wijsheid. En nu introduceert de WRR het in de Nederlandse politiek!

Wat doe (!) ik met deze nieuwe informatie? Ik bedenk (!) een gedachtenexperiment. Ik schrijf informateur Edith Schippers een brief en stel haar voor dat zij mij benoemt tot filosofisch adviseur van het viertal dat nu een nieuw kabinet bijeen aan ‘t knutselen is. De probleemstelling waarmee ik met Rutte, Buma, Klaver en Pechtold wil gaan werken, haal ik uit het artikel van Roos Vonk: ‘Henry Keizer (is) er oprecht van overtuigd dat hij niets verkeerd deed. Dat zou verklaren dat VVD’ers integriteitsgrenzen blijven overschrijden, ondanks hun kennelijke overtuiging dat fatsoen belangrijk is. Hoe is het mogelijk dat de betrokkenen en het publiek daarover zo verschillend [hier door mij KAPITAAL gespeld] DENKEN?’

Die probleemstelling ga ik uitwerken in een zogenoemd ‘serious game’. Dat  is een spel met een ander primair doel dan puur vermaak. Het voornaamste doel is dan bijvoorbeeld communiceren, werven of selecteren, onderwijzen of [ook hier door mij KAPITAAL gespeld] HET VERWERVEN VAN INZICHT. Zo staat dat in Wikipedia.,

Wordt vervolgd – de introductie in de Nederlandse politiek van het oudste probleem in de filosofie.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)