Vorige week schreef ik hier ook al over Rotterdam. ‘Welke andere stad in de wereld’, vroeg ik daar, ‘heeft als bijzondere attractie een intieme relatie met riolen, een koopgoot en andere fenomenen in de infrastructuur van de stad die in toeristische aanprijzingsteksten nooit genoemd worden?’

Mèt dat dit nummer van De Ster uitgedeeld begon te worden, deed zich een onverwachte samenloop van omstandigheden, een zogenoemde ‘contingentie’, voor. Het nieuws was dat Rotterdam tot nummer vijf verkozen was in de top-10 van ‘top cities in the world’ door de toeristische reisgids Lonely Planet’s Best in Travel 2016.

Aangemoedigd door dit succes van mijn stad doe ik hierbij Lonely Planet een suggestie voor een heel bijzondere, geheime bezienswaardigheid die zeker nog niet in hun reisgids staat. Die bevindt zich op het Tinbergen Plaza op de Campus Woudestein van de Erasmus Universiteit (EUR), maar is alleen waarneembaar voor ingewijden. Vooruitlopend op de vermelding ervan in de volgend editie van Lonely Planet wijd ik de Ster-lezer in het geheim ervan in.

Op die Tinbergen Plaza staan fietsenrekken, bestemd voor studenten en medewerkers in het Mandeville-gebouw. De rekken zijn genoeg voor ongeveer 100 fietsen. Maar bij tijd en wijle komen vijf à tien maal zoveel mensen met de fiets, en willen dan in het gebouw. Velen van hen kunnen dus hun fiets niet op reguliere wijze kwijt. Het gevolg is dat het plein een onappetijtelijke en moeilijk toegankelijke rotzooi wordt.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe het kan dat de vroede vaderen van onze mooie universiteit zo’n onaantrekkelijk tafereel laten voortbestaan. Ze kunnen toch tot duizend tellen, neem ik aan. Waarom worden dan voor amper 10% van de doelgroep fietsenrekken geplaatst?

Dezer dagen heb ik een antwoord op die vraag bedacht. Die fietsenchaos is een doelbewust zo geconstrueerd meta-post-modernistisch filosofisch kunstwerk. De EUR streeft, zoals elke universiteit tegenwoordig, naar zo veel mogelijk studenten en zo veel mogelijk succes in wetenschappelijk onderzoek. Bovendien realiseert zich men bij ons beter dan in énige andere universiteit, dat in deze tijd geld het enige is dat er nog toe doet. ‘Geld is norm en doel’, rapporteerde NRC Handelsblad redacteur Marc Chavannes een aantal jaren geleden na zijn terugkeer als correspondent uit Amerika. Dat is nu intussen hier ook zo.

Daarom is de tijd nu rijp voor een herwaardering van de hiërarchie van de wetenschappen. In het midden van de 19e eeuw vond de Franse filosoof Auguste Comte de sociologie uit als nieuwe wetenschap. Hij was zó onder de indruk van zijn eigen ontdekking dat hij de sociologie meteen bestempelde als DE wetenschap. Daardoor was ze voor hem ook meteen de nieuwe religie voor de moderne tijd.

Nu, anderhalve eeuw later, is de economie, de bastaard-nakomeling van wat vroeger moral philosophy heette, DE wetenschap van en voor onze tijd. Er schuilt dan ook diepe wijsheid in het gegeven dat onze universiteit ruim een eeuw geleden begonnen is als handelshogeschool. Aan alles hangt een prijskaartje.

Maar met dat gegeven moet men discreet omgaan. Bill Clinton mag dan in 1992 president geworden zijn op de slagzin ‘It’s the economy, stupid’, de Zwitsers gaan scherper om met die discretie. ‘Von Geld spricht man nicht. Geld hat man’. ‘Over geld spreekt men niet. Geld hééft men’, is daar het parool.

Deze discretie manifesteren het bestuur en het facilitaire bedrijf van onze universiteit door met het verschil tussen 100 en 1000 in verband met die fietsen en hun rekken op subtiele manier kenbaar te maken hoe economisch denken overal, ook tussen de regels door, tegenwoordig bepaalt wat er er gebeurt in de wetenschap en in de maatschappij.

‘t Is dan ook eigenlijk een beetje indiscreet als ik tot slot stiekem even vraag of er iets bekend is van een financiële transactie tussen de Gemeente Rotterdam en Lonely Planet.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)