De dagen worden weer langer – over twee weken leven we in de eerste maand van het nieuwe jaar, de maand van Janus Bifrons – de Romeinse godheid met twee gezichten. Met het ene kijkt hij terug naar het verleden, met de andere vooruit naar de toekomst.

Drie weken geleden schreef ik hier over de tijdgeest. De aanleiding was een magistraal boek dat kort tevoren verschenen was: Elisabeth Lockhorn: Andreas Burnier – Metselaar van de wereld (Atlas Contact). Dit is een goed moment om erop terug te komen.

Het boek gaat over een de meest veelzijdige mensen (m/v) die in de vorige eeuw in Nederland geleefd hebben. Voor de Burgerlijke Stand heette zij Catharina Irma Dessaur (1931-2002); vrienden kenden haar als Ronnie of Reinier; ze werd vooral bekend onder haar pseudoniem Andreas Burnier. Haar ware naam is voor iedereen een mysterie. Dat bedoel ik onversneden filosofisch-esoterisch. De rode draad in haar leven was een grillig ritme tussen, zoals het in de filosofie heet, het noumenale, de werkelijkheid zoals die sub specie aeternitatis, in het aangezicht van de eeuwigheid echt is, en de alledaagse werkelijkheid zoals die zich hier en nu voordoet aan onze beperkte kenvermogens, oftewel het fenomenale.

Twee centrale thema’s in haar leven spreken mij bijzonder aan. Het ene is haar uitzonderlijk felle stellingname tegen euthanasie in 1985 en daarna, het andere is de manier waarop ze in haar hele leven omging met de antroposofie en Rudolf Steiner. Inzake euthanasie was zij op afstand de meest uitgesproken tegenstander van de liberalisering en de meest virulente criticaster van de artsen die daarvoor pleitten. Voor zover mij bekend was zij de enige serieuze deelnemer in het debat die de pleitbezorgers van liberalisering van euthanasie praktisch op één lijn stelde met de nazi’s. En het is fascinerend om in het boek van Elisabeth Lockhorn in detail te lezen hoe zij daarin van enkele andere serieuze commentatoren begrip en waar
dering kreeg, en hoe wellicht deze extreme stellingname in de volgende jaren heeft bijgedragen tot de terughoudheid die vanaf eind vorige eeuw meer gemeengoed is geworden. De wegen van de zogenoemde anonieme structuren zijn ondoorgrondelijk.

Van de persoon over wie dit stukje gaat, zijn vele foto’s beschikbaar. Omdat het stukje vooral gaat over hoe deze persoon nu in de herinnering van velen voortleeft, leek het me functioneel niet zo’n foto uit haar voorbije leven op te nemen. Iedereen heeft nu haar resp. zijn eigen beeld van haar. Vandaar ter illustratie alleen een foto van een van de vele beelden van Janus met de twee gezichten.

Van de persoon over wie dit stukje gaat, zijn vele foto’s beschikbaar. Omdat het stukje vooral gaat over hoe deze persoon nu in de herinnering van velen voortleeft, leek het me functioneel niet zo’n foto uit haar voorbije leven op te nemen. Iedereen heeft nu haar resp. zijn eigen beeld van haar. Vandaar ter illustratie alleen een foto van een van de vele beelden van Janus met de twee gezichten.

Maar de wegen die een uitzonderlijk intelligent mens in haar gemoed kan gaan, bijvoorbeeld in de oordeelsvorming over euthanasie, zijn ook ondoorgrondelijk. De mensen in wier leven het euthanasie-probleem daadwerkelijk aan de orde is en de artsen die het werk moeten doen, kennen en begrijpen het verlangen naar de dood dat hier speelt. Misschien kende en begreep Reinier Dessaur dat ook, maar had zij dat ‘opgeborgen’ in een compartiment van haar gemoed waartoe anderen, voor zover ik begrepen heb uit de biografie van Elisabeth Lockhorn, geen toegang hadden

Dat voorbehoud ‘misschien’ uit de vorige zin is mij ingegeven door de intense vertrouwdheid van Reinier Dessaur met het werk van uitgerekend die ene filosoof, Steiner om precies te zijn, die het cruciale argument geeft in verband met euthanasie. Met de dood is helemáál niet alles zomaar afgelopen. In een nieuwe vorm gaat het leven door, en de wijze waarop dat doorgaat, wordt in hoge mate meebepaald door de wijze waarop het leven in zijn aardse vorm is ge- of be-ëindigd: op natuurlijke wijze of door geweld van buitenaf. Dat is, voor wie iets weet van antroposofie, het essentiële argument inzake euthanasie. In de essaybundel ‘Stilstaan bij Sterven. Zes bijdragen rond een verwaarloosd thema in het euthanasiedebat’ van Siegwart Knijpenga e.a. (Christofoor 1998) is dit uitgebreid besproken. Zou ergens in de nalatenschap van Reinier Dessaur iets te vinden zijn dat suggereert dat zij iets van deze argumentatie wist?

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.