In de rubriek ‘Levenslessen’ in de NRC van 9 augustus stond een artikel van Tracy Metz waarin een verwijzing zou hebben moeten staan naar een werk van Marten Toonder uit 1975/76, maar die ontbrak . Dat verzuim ga ik hier een beetje goedmaken.

Het NRC artikel gaat over hoe schimmeldraden een verfijnd ondergronds communicatienetwerk van de natuur vormen, een ‘Wood Wide Web’. “Het netwerk heet mycelium, en is een weefsel van  schimmeldraden waaruit paddenstoelen groeien. Het is het natuurlijke internet waarmee bomen elkaar boodschappen en voedingsstoffen kunnen doorgeven …”.

Dat lijkt supernieuw, en dat is het ook, maar onder de naam ‘Heer Bommel en de weetmuts’ heeft Toonder met zijn profetische genie al bijna een halve eeuw geleden een tot in de details geloofwaardige poëtisch-filosofische beschrijving gegeven. De samenvatting in Wikipedia telt ruim vierduizend woorden; ik moet mij hier dus tot het uiterste beperken.

Heer Bommel zoekt paddenstoelen en krijgt via via per ongeluk een schimmelig gedrocht dat een beetje kan praten op zijn hoofd, waardoor hij opeens een alwetende polymath (= veelzijdig geleerde) van mythische proporties is geworden. Verwerkelijking van de hieruit voortkomende dreiging van totale rampspoed wordt alleen voorkómen door een stoet van bekende, minder bekende en slechts éénmaal hier optredende figuren uit de Bommelparade die in dit verhaal eendrachtig samenwerken: buurvrouw Annemarie Doddel, bediende Joost, professor Prlwtskofski en assistent Alexander Pieps, Kweetal de breinbaas en zijn collega Pee Pastinakel, journalist Argus, bibliotheekmedewerkster juffrouw Drulkes,  agent Stappers, burgemeester Dickerdack, commissaris Bullebas, brigadier Snuf, Schilder Terpen Tijn, de markies de Canteclaer, ambtenaar eerste klasse Dorknoper, doctorandus Zielknijper, de voorzitter van de Kleine Club: de  Heer O. Fanth Mzn, Wammes Waggel, deelnemers aan de jaarlijkse optocht van de dwergen Mispel Hop, Monkel Oor, Tamar Venkel, Ber Beris en Karwij, Dokter Schnitzel, professor Sickbock, dienstdoende nachtzuster Juultje, en, uiteraard Tom Poes.

Als echte Rommeldammer en Toonder-fan voel ik mij uitgedaagd, en weet ik wat mij te doen staat.

Over een week zal ik begonnen zijn aan mijn vijfde levensfase. Direct daarna begint het academisch jaar weer. Dat is een goed moment om iets nieuws te beginnen.

Ik neem mij voor een over het ius promovendi [= het recht om op te treden als promotor] beschikkende hoogleraar aan de EUR te gaan zoeken die mij gaat begeleiden als auteur van een proefschrift over Marten Toonder als avant garde polymath. Voor de eerste drie hoofdstukken heb ik de outline al klaar. Ze gaan over

  1. Toonder als voorloper inzake herkenning en ontmaskering van alternatieve feiten, nep-wetenschap, fake nieuws en aanverwante Trumpiana die nu steeds meer hoogtij vieren.
  2. Impliciete voorlopers inzake het weetmutswerk (I): Leven en werk van Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland, in 1906 benoemd tot directeur van het Phytopathologisch Laboratorium omdat ze goedkoper was dan de mannelijke kandidaten. Een jaar later kreeg ze een collectie levende schimmels aangeboden. Dit werd de basis voor het latere Centraal Bureau voor Schimmelcultures (CBS), met de grootste verzameling schimmels ter wereld. Westerdijk zou bijna 50 jaar directeur blijven van het Phytopathologisch Laboratorium.
  3. Impliciete voorlopers inzake het weetmutswerk (II): Gustav Theodor Fechner (1801-1887), een pionier in de experimentele psychologie en een grondlegger van het psychofysische onderzoek EN auteur van het hierboven afgebeelde boek: een actuele her-uitgave van zijn boek uit 1848!

Wordt vervolgd!

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.