Het is november. De dagen worden korter. De herfst loopt op zijn einde. De jaarwisseling komt in zicht. Mensen worden serieuzer. Die indruk krijg ik tenminste. Of vergis ik me? Is het misschien gewoon mijn vergevorderde leeftijd die mij in dit neergaande seizoen tot somberte drijft? Hoe dan ook – ik voel dat ik een beetje moe word van al die brieven die ik naar de krant zou willen schrijven over wat ik daar lees en wat ik moet beoordelen als niet waar, niet juist, niet correct, niet goed, en die ik dus niet echt schrijf.

Maar voor één keer maak ik, al is het maar uit een streven naar behoud van zelfrespect, naar de lezers van De Ster toe, een uitzondering.

Ik citeer wat Gerard de Korte (60), bisschop van het bisdom Groningen- Leeuwarden en Theoloog des Vaderlands, in de krant van 9 november over onze regeringsleider zegt. Hij doet dat in de rubriek ‘Het Grote Verhaal’ onder de titel ‘Rutte is een gelovig man, maar hij mag het niet tonen’.

‘Als persoon vind ik hem heel sympathiek. Een geweldig retor. Men zegt ook wel: Mann ohne Eigenschaften. Dat is het gevaar als je zo’n verbinder bent. Je moet een beetje wegpoetsen waar je zelf voor staat.’

‘Der Mann ohne Eigenschaften’, daar gaan we weer. Met deze kwalificatie verwijst men naar de roman met deze titel van Robert Musil (1880-1942), een klassiek boek waarover iedereen wel eens gehoord, maar dat niemand gelezen heeft. Ook wat mgr. De Korte hier zegt over wat ‘men ook wel zegt’, slaat, met permissie, nergens op, en al helemaal niet op Mark Rutte.

De roman van Musil speelt in 1913 in het ‘kaiserliche und königliche’ Oostenrijk-Hongarije, door Musil aangeduid als Kakanien. De hoofdpersoon, Ulrich, is een jongmens uit de betere burgerkringen. Als pupil van de militaire academie relativeert hij in een opstel zowel de vaderlandsliefde als de absoluutheid van God, wat hem in ernstige moeilijkheden brengt met zijn postzegelopvoeders. De rest van zijn leven verloopt net zo. Drie pogingen tot een carrière – officier, ingenieur en wiskundige – mislukken vervolgens ook. Dat komt niet omdat hij niet goed genoeg zou zijn, integendeel, hij is in alle vakken briljant, maar om heel andere redenen. Hij loopt domweg vast in het onleefbare milieu van simplistisch positivisme, hypocriet machtsdenken en zelfgenoegzaam vooruitgangsgeloof van de jaren voor 1914 in Europa in ‘t algemeen en in Oostenrijk-Hongarije in ‘t bijzonder. ‘Soms (was) het hem te moede, alsof hij geboren was met talenten, waarvoor tegenwoordig geen doel bestaat’, en hij besluit een jaar ‘verlof van het leven’ te nemen, en in de loop van de roman gaan zowel zijn leven als de roman zelf als een nachtkaars uit.

Hoe de carrière en het leven van Rutte verder zullen gaan, is net zo ongewis als het leven, maar alleen wie absoluut niet weet waar hij het over heeft, zal hem vergelijken met Ulrich. Alle persoonlijke en politieke vrienden en (serieuze) tegenstanders van Rutte zijn het erover eens dat hij het professioneel en persoonlijk goed doet.

‘Men zegt …’ is een totaal ander verhaal. Het Frans heeft de uitdrukking ‘on dit’; in het Engels is ‘on-dit’, zo leer ik uit Engelse en Amerikaans woordenboeken, zelfs een zelfstandig naamwoord: a piece of gossip, rumour. In goed Nederlands: verzinsel, legepraat. Of een nieuw woord dat ik hier bedenk: een ‘menzegtje’.

Vandaag de dag mag iedereen alles wat in hem of haar opkomt aan mekaar leuteren en debiteren – dat is een fact of life. Maar dat een bisschop niet immuun blijkt te zijn voor dit endemische en besmettelijke functioneel analfabetisme, verbaast me. Dat wilde ik hier even kwijt. [Een kleine surfexpeditie leverde als resultaat de herkomst van dit ‘menzegtje’: Maurits Westerbeek Journalist en columnist, 31 maart 2013. 111 reacties – niet één correctie. Zie: http://www.joop.nl/. Hierbij dus alsnog]

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)