Ruim een halve eeuw geleden creëerde de Canadese socioloog Marshall McLuhan het begrip ‘the global village‘, De ‘aardbol‘ is één groot allesomvattend ‘dorp‘ geworden was de boodschap. Een prachtig bewijs voor deze stelling beleven we dezer dagen aan het corona-virus. Alles hangt tegenwoordig met alles samen, de wereldgeschiedenis wordt afgeteld in minuten.

De filosoof die graag zijn zegje wil doen, voelt zich als een kind in een speelgoedwinkel. Waar zal ik beginnen? De krant reikt me een mooie klaroenstoot aan als start. ‘”Elke ramp is een roepstem tot bekering”, kopte het hoofdredactioneel commentaar van het Reformatorisch Dagblad vorige week naar aanleiding van de pandemie die ons treft. God zendt ziekten naar de mensen omdat het SGP-beleid ten aanzien van abortus en euthanasie niet wordt uitgevoerd, was de suggestie.’

Met deze ferme taal opende een stuk tekst van Ad van Nieuwpoort, predikant te Bloemendaal en Joost Röselaers, predikant van Vrijburg Amsterdam in de NRC van zaterdag. ‘Het is een door de eeuwen heen bekende reflex in fundamentalistische kring om aan de hand van selectief bijbelgebruik “God” voor het eigen karretje te spannen’, concluderen ze. Dan volgt een ruim 600 woorden lang betoog over het woord quarantaine. Dat zou je kunnen vertalen als ‘veertigheid’ en dat wordt dan door de beide dominees via de veertig dagen vastentijd voorafgaand aan Pasen gelinkt aan een oproep om ‘de kans te baat nemen om stil te staan bij het leven dat we zo gewoon zijn gaan vinden. Is het bijvoorbeeld wel zo wenselijk dat we onze productie hebben uitbesteed aan landen als China? Deze beginnende pandemie ontmaskert onze manier van leven als een uiterst broos en afhankelijk bestaan. Ook afhankelijk van dubieuze regimes en dito systemen.  … Misschien moeten we maar eens in mentale quarantaine gaan. Immers: never waste a good crisis. Een veertigdagentijd om eens te resetten.’

De alerte lezer proeft in bovenstaande regels misschien een soort afkeur in mijn oordeel over het betoog van Van Nieuwpoort en Röselaers. Helemaal ongelijk zou hij daarin niet hebben – maar wie ben ik om iets van te zeggen van hun redenatie? Span ik niet ook een populaire notie voor mijn karretje, toch? En is dat niet veel erger omdat immers ‘filosofie’ tegenwoordig veel populairder is dan ‘God’?

Het kind in de speelgoedwinkel word een beetje onzeker. Ik herinner me de uitdrukking ‘the captain of the men of death‘. Die werd in 1903 gelanceerd in het Journal of the American Medical Association. Hij is bedoeld om aan te duiden dat tuberculose als doodsoorzaak was verdrongen door longontsteking, en dat men er goed aan zou doen het begrip ‘oorzaak’ hier behoedzaam te gebruiken. Men moet ERGENS aan dood gaan, en hoe ouder men wordt, hoe meer factoren gaan samenwerken om de te dood te bewerkstelligen. In de NRC woedde een mini-discussietje over dit thema. Eén lezer schreef: ‘Ik denk dat artsen wel weten wat de hoofdoorzaak is bij overlijden (twijfelgevallen daargelaten).’ Dat noopte mij tot de volgende reactie:  ‘Het probleem is dat de beperktheid van onze kennis maakt dat ieder natuurlijk sterfgeval aetiologisch (= inzake oorzaak en gevolg) een twijfelgeval is. Ritters Historische Wörterbuch der Philosophie heeft 12 ‘Fundstellen’ (= vindplaatsen) voor het begrip ‘hoofdoorzaak’. Oftewel ‘wie het PRECIES EN MET ZEKERHEID weet, mag het zeggen.

Voorlichting en bewustmaking inzake dit woordgebruik is een mooie opdracht aan de Vereniging voor Filosofie en Geneeskunde. Die ‘stelt zich ten doel actuele discussies in de geneeskunde te ondersteunen vanuit de filosofie, door reflectie op antropologische, kentheoretische en ethische vooronderstellingen. Zij verheldert de structuur van het debat, bevordert beargumenteerde meningsvorming, en richt zich daarbij op de brede doelgroep van professionele zorgverleners, patiëntorganisaties en overige geïnteresseerden’. filosofieengeneeskunde.nl/over-de-vfg/#mission-statement

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.