Vorige week begon de herfst. Traditiegetrouw werd toen ook het nieuwe Academisch Jaar geopend. Wat ik erover las en hoorde, was tegelijk oud en nieuw. Het klonk vertrouwd en revolutionair.

‘Een Duits woord waart door de universiteiten en dat is Bildung’, opende een artikel erover in NRC Handelsblad van redacteur Maarten Huygen (‘Studie moet ook karakter vormen’, NRC Handelsblad 31 aug.). Het Duitse woord werd genoemd in zeker vijf toespraken bij de opening van het academische jaar.

De stemming waarin het artikel was geschreven deed me denken aan twee bekende Nederlands gezegdes. Het ene is de eerste regel van het gedicht ‘Mei’ van Herman Gorter (1889) die, enigszins aangepast, als titel boven dit stukje staat. De andere associatie is minder poëtisch: ‘Eén zwaluw maakt nog geen zomer’.

Maar de lente is wel het seizoen van de hoop en het nieuwe leven, en de strekking van het artikel van Huygen geeft waarachtig nieuwe hoop. Germaniste en hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Utrecht Beatrice de Graaf betoogde aan de Erasmus Universiteit dat Bildung ook normen, waarden, ethiek en idealen vormt. Huibert Pols, rector magnificus van de Erasmus universiteit, ziet Bildung als ‘de Duitse traditie van zelfcultivering – en de daarmee verbonden bredere academische ontwikkeling van onze studenten’. Dat houden we erin!

Zoals alles wat in de natuur en in de cultuur gebeurt, kwam deze nieuwe aandacht voor Bildung niet als een donderslag bij heldere hemel. In NRC Handelsblad van 17 januari jl. schreef Marc Chavannes over de verwarring tussen politiek en management die nu overal door Nederland waart. Overal wordt, maak ik ervan, onvoldoende onderscheid gemaakt tussen waar het echt om gaat, het doel, en de maximalisering van de economische efficiency om dat doel te bereiken. De core business van de universiteit is wetenschappelijke vorming, maar alle aandacht gaat nu naar maximale rendementen in de zgn. Weetkunde (mooi nieuw woord van Margriet Oostveen, NRC Handelsblad 25 mei 2014): de kunst om zo veel mogelijk studenten zo snel en zo efficiënt mogelijk zó te dresseren dat ze de zogenaamd juiste antwoorden bij de meerkeuzevragen aanvinken. Een week later kwam de universitaire vorming in de krant ter sprake in een redactioneel commentaar dont forgetvan Hendrik Spiering in het katern Wetenschap: ‘Wat is beter: begrijpen of verklaren? … “Begrijpen” is Bildung. “Verklaren”, dat is het verbinden van feiten aan wetmatigheden. … Meten is weten, … De Verklaarpartij wint. Begrijpers hebben al decennia de tijdgeest tegen zich’. Well roared, lion!

In februari jl. kwam Bildung en wat daar allemaal bij hoort al uitvoerig ter sprake in Erasmus Magazine. Aangemoedigd door de vlucht die het nu landelijk genomen heeft in de universiteiten en de serieuze media durf ik me aan een Erweiterung [mooi Duits woord voor ‘verbreding, verruiming, verdieping’] te wagen. Bildung zonder filosofie is leeg – maar wat is filosofie? Eén karakterisering is, kort door de bocht, dat alle Europese filosofie in essentie een paar voetnoten is bij Plato. En wat is het centrale begrip bij Plato? ‘Anamnesis’: herinnering. De mens komt op aarde met een doel. Dat doel bereiken, of op z’n minst nastreven – dáár gaat het hem/haar om in dit leven. Maar wat dit doel precies was, vergeet hij/zij vlak voordat zij/hij hier aankomt. Levenskunst is oefening in ‘biografische herinnering’: de kunst om opnieuw te weten te komen waarvoor je hier bent gekomen. Deze anamnesis is nu al het kernbegrip in het ProbleemGestuurd Onderwijs in de filosofie. Anamnesis worde nu het leitmotiv in de universitaire Bildung.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)