Afgelopen weekeinde was het 71 jaar geleden dat Dresden werd gebombardeerd. Er werd niet veel aan herdacht. Maar dit bombardement heeft wel iconische betekenis – of liever, met een begrip dat ik vorige week hier introduceerde: ‘para-iconische’ betekenis

‘Iconisch’ betekent letterlijk ‘van beeldende aard’; ‘para’ betekent ‘naast’. Je ziet of hoort iets, en tegelijk ‘zie’ of ‘hoor’ je in je verbeeld(!)ing daarnaast iets dat nieuwe betekenis geeft aan wat je ziet of hoort. Naast datgene wat je met je gewone zintuigen waarneemt, word je iets gewaar dat iets onthult waarvan je je voordien niet bewust was geweest dat het er was. Dat heet ‘para-iconisch’.

Het ‘iets’ dat in ons collectieve bewustzijn ‘naast’ de fysieke beelden van deze stad na het bombardement voortleeft, is de vraag naar de morele dimensie van dit bombardement. De Russen stonden op een paar kilometer van Dresden, de stad was óvervol met gevluchte Duitse burgers, militair had het bombardement – althans volgens velen geen enkele zin. ‘Dresden 1945’ heeft het morele probleem van luchtbombardementen op weerloze burgers een vaste plaats gegeven in het historisch besef.

De wortels van dat probleem liggen in de Eerste Wereldoorlog. Toen begon bombarderen van weerloze burgers een normaal onderdeel van de oorlog te worden. Daarna kwamen Guernica, WO II met Coventry, Rotterdam, de Battle of Britain, en talloze andere plaatsen in binnenen buitenland. Hamburg juli 1943 was op een speciale manier bijzonder. Er werden zoveel bommen tegelijk afgeworpen, dat een vuurstorm ontstond. Dat is een storm die kan ontstaan wanneer er zich in een bepaald gebied één of meerdere vuurhaarden bevinden. De zuurstof raakt in zo’n gebied op, er worden grote hoeveelheden lucht naar de brand gezogen en die maken dat een vuurstorm zichzelf in stand houdt en door de toegenomen zuurstof steeds hoger oplaait. Dat is ook natuurfilosofisch interessant: het verschijnsel lijkt op zogenoemde ‘emergentie’ in het niemandsland tussen leven en niet-leven.

Illustratie: Deutsche Fotothe

Illustratie: Deutsche Fotothe

Sinds eind vorige eeuw is de algemene belangstelling voor de filosofie van luchtbombardementen op weerloze burgers steeds sterker geworden. Zo lijkt dat althans voor mij, die dit soort zaken al decennia lang in de media volg.

Een actueel argument haal ik uit recente krantenberichten over de toestand boven Syrië, waar strijdende partijen elkaar over en weer beschuldigen [‘Burgers voor Kremlin blijkbaar doelwit’, kopte NRC Handelsblad 11 februari].

‘De eerste die sneuvelt in een oorlog is de waarheid’ luidt een bekende waarheid (!); ik citeer dit terwijl wij in Nederland in vredestijd leven, ‘The first casualty of war is truth’, in de oorspronkelijke woorden (1918) van de Amerikaanse senator Hiram Warren Johnson (1866-1945).

De eerlijkheid gebiedt me toe te voegen dat er heel wat documentatie beschikbaar is die twijfel rechtvaardigt of het echt waar (!) is dat deze man dit als eerste gezegd heeft. Die documentatie en die twijfel laat ik voor wat ze zijn; ik noteer vandaag alleen nog dat we sinds 10 maart 1971 anders over waarheid en oorlog zijn gaan denken dan voorheen. Op die dag sprak Rinus Michels de iconisch geworden woorden ‘Voetbal is oorlog’. (hoort daar het recente nieuwtje over de omgekochte Willem II speler bij? Red.)

Geschiedenis gaat vooral over oorlogen, en geschiedschrijving is oorlog, durf ik nu te stellen, en dat geldt vooral als het over controversiële onderwerpen gaat. Volgende week komt zo’n controversieel onderwerp ter sprake: de geschiedenis van de parapsychologie.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)