Ik heb niets met paarden. Daar zit niets speciaal achter – geen jeugdtrauma, geen angstcomplex, geen neurose – gewoon niks. Maar ik heb wel, zoals de lezers van De Ster weten, heel veel met Rotterdam – en dus met het CHIO. Vanaf 2003, mijn start bij De Ster, heb ik er bijna altijd in deze tijd van het jaar over geschreven. Dat ging dus altijd ook over paarden. Binnenkort is het weer zo ver, en voor dit jaar heb ik iets speciaals bedacht. De kop boven dit stukje stelt al iets in het vooruitzicht maar hij kan ook misverstanden oproepen. Het lijkt immers misschien ludiek te worden, want de woorden ‘mijn … [dit-of-dat; vul maar wat in] …  begrijpt me niet’ vormen een klassieke oneliner, en zijn navenant geschikt voor spot en erger. Maar dit stukje wordt letterlijk bloedserieus.

Ik begin lang geleden, ongeveer vijf eeuwen vóór het begin van onze jaartelling. Toen ontstond de eerste filosofie en wetenschap in Europa. Begrip over de mens en de wereld werd ‘gekleed’ in de leer van de vier ‘elementen’ alias aggregatietoestanden: aarde (vast), water (vloeibaar), lucht (gasvormig) en ‘vuur’, dat voor ons niet een aggregatietoestand maar voor de oude Grieken wel een element was. En dat was niet alles. Er was nog een vijfde element, nog ‘vuriger’ dan het vuur zoals wij dat ook nog kennen. Dat was de kwintessens van de schepping, de quinta (= 5e) essentia.

Dat was de aether, de bovenste luchtlaag in de hemel. Dat element ademen de goden in- en uit, heel anders dan de aardgebonden lucht die stervelingen ademen. Voor de oude Grieken was aether ook de ‘substantie’  waaruit licht zich vormt. Aether is de ziel van de wereld, aether omhult bergtoppen, wolken, sterren (die zouden geconcentreerde vuren van aether zijn), de zon en de maan. De ‘verdedigingslinie van oppergod Zeus’ is ook een kwaliteit van aether: hij scheidt de aarde van de onderwereld.

Edward Gal en Undercover (Foto beschikbaar gesteld CHIO)

De antroposofische variant van de alternatieve geneeswijzen kent deze aether als de speciale kwaliteit die als een soort immateriële ‘substantie’ het leven in stand houdt. De werkingswijze van de aether kan vergeleken worden met die van een zintuig. Zowel in de zintuigen als in de aether zijn zgn. ‘hardware’ en ‘software’ onlosmakelijk met elkaar verweven. Binnenwereld en buitenwereld gaan vloeiend in elkaar over. Ik zie en hoor in mijn binnenwereld wat buiten mij gebeurt. Ieder levend wezen heeft een aetherische ‘structuur’ in zich en een aetherische omhulling om zich heen. Deze aetherische kwaliteit werkt altijd en overal waar levende mensen interacties met elkaar hebben. Waarnemen, ervaren, begrijpen, gewaar worden, voelen, ‘toepassen’ door te (re)ageren gaan vloeiend in elkaar over. In één speciale relatie, de man-vrouw vice versa, werkt de aetherische kwaliteit soms, vaak, eigenlijk altijd min of meer, en vaak vooral ‘meer’, speciaal. Vandaar dat het op de plaats van de puntjes in de eerste alinea, vaak dáár over gaat. ‘Mijn vrouw begrijpt me niet’, moppert hij; ‘mijn man begrijpt me niet’, klaagt zij.

En nu introduceer ik ter ere van het 69e Concours Hippique International Officiel in Rotterdam een stelling over paardrijden en aether. Kampioen wordt die ruiter (m/v), die nooit zal zeggen wat in de kop boven mijn stukje staat. Integendeel – zij of hij heeft de kunst geleerd en/of verstaat die van nature, om haar of zijn aetherische omhulling en die van haar of zijn paard zó perfect op elkaar af te stemmen, dat die twee elkaar optimaal begrijpen. Wie daar mee over wil weten toetse ‘Paardenfluisteraar’ in op Google: daar staat veel leerzaams over wat ik hier betoog. Alleen de verwijzing naar de kwaliteit van het aetherische heb ik er zelf bij bedacht.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)