‘t Was een ongekend tafereel, vorige week zondagochtend. Het eerste wat je zag als je naar buiten keek, was: de hele wereld is wit. Ik herinnerde me niet het ooit zó overweldigend besneeuwd te hebben gezien.

Iets anders was ook nieuw. Herinneringen zijn wisselvallige fenomenen, maar ik weet redelijk zeker dat ik dit sinds ik met pensioen gestuurd ben, bijna twintig jaar geleden, nooit eerder gezien heb. En minstens even zeker ben ik van iets anders in mijn herinnering. Zó lang van te voren en zó nauwkeurig is sneeuw en kou nooit eerder voorspeld.

Dat laatste komt allemaal door een relatief nieuwe ontdekking, de zogenoemde ‘poolwervel’. Het Dagblad van het Noorden had er 10 januari al een heel verhaal over:

dvhn.nl/extra/Valt-de-winter-aan-het-einde-van-de-week-echt-in

Op Wikipedia vind ik meer gedetailleerde informatie: Een poolwervel is een groot lagedrukgebied rond of in de buurt van een van de polen van de aarde, dat langere tijd op dezelfde plek blijft. Het is een verschijnsel hoog in de atmosfeer en heeft invloed op het weer aan het aaardoppervlak. De eerste doorlopende metingen aan de stratosfeer werden gedaan door Richard Scherhag in 1951. Hij gebruikte radiosondes om temperatuurmetingen van de bovenste laag van de stratosfeer (ongeveer 40 km hoogte) te maken. Hij observeerde de eerste plotselinge stratosferische opwarming op 27 januari 1952. Hij en zijn groep brachten de temperatuur van de bovenste laag van de stratosfeer in kaart door middel van radiosondes en raketsondes. In 1979, toen het  satelliettijdperk begon, namen meteorologische metingen in aantal toe.

Intussen zet dit evenzeer perfect voorspelde als totaal onverwachte meteorologische fenomeen natuurlijk allerlei nieuwe gedachten in beweging. Wat is “((het) weer” eigenlijk precies?

‘De ter plaatse heersende gesteldheid van de atmosfeer, namelijk met betrekking tot bewolking, vochtigheidsgraad en temperatuur’, karakteriseert de Grote Van Dale.

Maar wat is precies bedoeld met ‘ter plaatse’? Het woord ‘meteoron’, waar ons woord ‘meteorologie’ van afgeleid is, geeft een behulpzaam antwoord. Dat betekent ‘alles wat tussen hemel en aarde is’, en in die betekenis komt ‘meteoron’ dicht bij het begrip ‘aether’: het zogeheten vijfde element, de quintessens, van de klassieke elementenleer (aarde, water, lucht, vuur en aether) zijn. Dat is tot nu toe in de academische literatuur een blinde vlek gebleven: desteronline.nl/covid-19-en-het-aetherisch-lichaam

De de beelden op de televisie van al die vrolijke en uitgelaten mensen in de buitenlucht, die deden alsof ze perfect gezond waren, riep nog een andere associatie bij mij op. ‘Weer en wind’, het domein van de meteorologie, buiten, lijkt een beetje op ‘gezondheid en welbevinden’ in en om het lichaam. Dat is het domein van de geneeskunst. En zoals meteorologie alleen doet aan beschrijven en voorspellen, vaak ook met aanwijzingen voor veilig verdergaan richting toekomst, maar niet aan therapie doet, zo deed de geneeskunst in de tijd van Hippocrates, omstreeks 400 v.C., waarin het aetherbegrip leidmotief was, alleen aan prognose en leefregels.

Zou het iets zijn om in de opleiding tot meteoroloog meteo-julianadorp.nl/Meteorologie/Opleiding-meteoroloog een vergelijkbaar keuzevak in te lassen? ‘Filosofie van de meteorologie’ oftewel ‘Weervoorspellingskunst’ helemaal gecentreerd rond het begrip ‘aether’.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.