Vorige week vond in Utrecht een opmerkelijke promotie plaats. Ingrid Kloosterman (1983) verdedigde haar proefschrift ‘Wetenschap van gene zijde – Geschiedenis van de Nederlandse parapsychologie in de twintigste eeuw’. Het verdient veel aandacht.

Een paar dagen voor de promotiepersbericht had de Universiteit Utrecht een persbericht de wereld ingestuurd. Dat bericht is van hetzelfde laken een pak. ‘Tot onze standaardopvatting van wat wetenschap is, lijkt onderzoek naar geesten, telepathie of psychokinese niet te behoren’, begon het. ‘Toch kende in Nederland de parapsychologie voor een groot deel van de twintigste eeuw een zekere academische inbedding. In haar proefschrift schetst Ingrid Kloosterman de geschiedenis van de Nederlandse parapsychologie in haar academische context. Hieruit blijkt hoezeer de parapsychologie met de psychologie verweven was. De schrijver en pionierpsycholoog Frederik van Eeden maakte zich eind 19e eeuw al hard voor onderzoek naar bovennatuurlijk verschijnselen.’

Voor wie een beetje ingewijd is in wetenschap en filosofie, is dit bericht een bizar mengsel van mededelingen, beweringen, oordelen, implicaties, suggesties, misvattingen en andere cognitieve ingrediënten. Het is een perfect aangevertje voor enkele kanttekeningen bij het gangbare academische bedrijf.

Inhoud en strekking van een proefschrift vallen per definitie binnen ‘de standaardopvatting van wetenschap’. In die opvatting ‘lijkt’ niet, maar is, ook per definitie, geen plaats voor onderzoek naar ‘geesten, telepathie of psychokinese’. Daarom is ‘Wetenschap van gene zijde’, ook weer per definitie, onmogelijk. Dat geldt voor beide betekenissen die men kan geven aan het woordje ‘van’ in die titel: ‘omtrent’ of ‘vanuit’. In de wetenschap bestaat domweg niet zoiets als ‘gene zijde’. De notie van een hiernamaals is een onversneden individuele geloofszaak. Wetenschappelijk kan men psychologisch en sociologisch onderzoeken wat en hoe mensen in verband met ‘gene zijde’ denken, voelen en willen, maar dat is een absoluut ander verhaal.

Althans dat was tot tot ruim een eeuw geleden zo. Vanaf het einde van de 19e eeuw tot aan zijn dood heeft Rudolf Steiner (1861-1925) gewerkt aan een exacte wetenschap over wat hierna komt. Sindsdien werkt hij er vanuit ‘gene zijde’ (!) verder aan. Zó althans voelen veel antroposofen dat. Binnen de standaardopvatting van wetenschap zijn Steiner en zijn antroposofie een blinde vlek. Toch komt wereldwijd zijn werk op steeds meer mensen overtuigend over, en die zijn niet allemaal geschift, toch?

En dan nu Ingrid Kloosterman. In diezelfde tijd waarin Steiner leefde en op aarde werkte kwam de parapsychologie op. Van meet af aan was die parapsychologie een geschifte mix van twee onverenigbare opvattingen over wat wetenschap is en hoe parapsychologie daarin past. En die twee opvattingen streden niet met elkaar, maar kissebisten over en weer en/of negeerden elkaar. Wetenschap van gene zijdeKritisch-sceptische wetenschappers gingen binnen de standaardopvatting van wetenschap transparante verklaringen zoeken voor ogenschijnlijk bovennatuurlijk verschijnselen. Mensen met een anima naturaliter religiosa zagen hun kans om ‘bewijs’ te vinden voor hun geloof in postmortaal voortbestaan. Beide categorieën parapsychologie-adepten kregen voor hun eigen gevoel hun gelijk bevestigd. Ingrid Kloosterman geeft een perfect verslag van hoe dat in Nederland al die tijd is gegaan. Wetenschappelijk en filosofisch is haar tekst net zo leeg als haar onderwerp.

Voor de ingewijde is er intussen toch hoop. Standaarden kunnen veranderen; standaardopvattingen van wetenschap idem. ‘Onderzoek naar geesten’ kan wel degelijk een plaats krijgen in de wetenschap. Klassiek is onderzoek naar de zogeheten ‘geest van de plaats’, de genius loci. Een treffend voorbeeld gaf Winston Churchill. Op 13 mei 1941 werd het Engelse Lagerhuis gebombardeerd. Op 28 oktober 1943 startte de herbouw, geïnspireerd door Churchill’s motto “We shape our buildings, and afterwards our buildings shape us”.

Onze geesten worden gevormd door de omgeving die wij creëren. Dat is een van de leidmotieven van de filosofie van de vrijheid zoals Steiner die opvat. Dit is zuiver ‘geestelijke beïnvloeding’. Zij werkt via de mneme oftewel het collectieve bewustzijn. Het idee daarvan kende Steiner al; het woord ‘mneme’ komt van de Duitse psycholoog Richard Semon (1906). Eind vorige eeuw vond de Engelse bioloog Richard Dawkins zijn eigen variant uit [‘The selfish gene’, 1975]. Dat is vooruitgang, toch? In Rotterdam-Architectuurstad begrijpen wij dat.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)