Willem Donker en het etherisch lichaam – requiem op het uitvaartbedrijf

okt 23, 18 Willem Donker en het etherisch lichaam – requiem op het uitvaartbedrijf

‘Straks dus een dubbel jubileum: tachtig jaar uitgeverij Donker en tachtig jaar Willem Donker. Denkt hij wel eens aan stoppen?’, schreef de NRC 22 februari van dit jaar in een meer dan paginagroot artikel over de Rotterdamse uitgever Willem Donker (1938-2018). ‘Ach, ik kachel nog wel een poosje door, denk ik’, antwoordde Willem. ‘Maar of ik tot de laatste snik uitgever zal blijven …’

Voor zover in de laatste woorden een retorische vraag verborgen lag, is die eerder en sneller beantwoord, en wel bevestigend, dan Willem zelf dacht dat het zou gaan. Zondag 7 oktober is hij tijdens een wandeling in de buurt van de Leuvehaven aan een hartstilstand overleden. Vrijdag 12 oktober was een afscheidsbijeenkomst in de Hoflaankerk. Die was óvervol, ik kende bijna niemand van de aanwezigen.

Het werd een gedenkwaardige gebeurtenis. Zoals gebruikelijk voerden velen het woord; ik kon ze slecht verstaan, mijn gedachten dwaalden af. Mijn ogen bleven af en toe rusten op de kist die naast het spreekgestoelte stond. Daarin bevond zich dus het omhulsel waarin Willem zelf, voor zover zo’n concreet woord als ‘zelf’ hier nog gebruikt kan worden, de afgelopen 80 jaren ‘gehuisd’ had.

‘Hoe zou het met hem zelf gaan?’, vroeg ik mij al dwalend af, en die vraag is uitdrukkelijk niet retorisch bedoeld; ik weet het antwoord. Willem Donker was in de uren waarin wij, om het zo te zeggen, ‘bij hem’, ‘met hem’ waren, bezig met zijn zogenoemde ‘postmortaal levenspanorama’. Dat woord is niet algemeen bekend; het zou goed zijn wanneer het dat wel werd. Wanneer men sterft, ziet men in het niemandsland tussen de laatste momenten van het bijna voorbije leven en de eerste periode van dood, in een overweldigende serie imaginaire beelden de eigen levensloop. In De Ster van 27 februari van dit jaar heb ik erover geschreven: desteronline.nl/nieuwe-sprakeloosheid

Zo begon het, en van die kist dwaalde ik via herinneringen aan Willem, die ik vanaf 1994 goed heb leren kennen, verder naar mijn eigen levensloop, en ik dacht – even aannemende dat ook van mij

Een van mijn zonen heeft een dag na het voorval foto’s gemaakt van mijn gewonde tronie en die [met mijn toestemming; hij vond dat een leuk idee, dus vooruit dan maar] op Instagram gezet; dat genereerde weer nieuwe, nu bezorgd opbellende, ‘omstanders’; het plaatje is een ingezoomd fragment van het pathologische proces rechts bovenin die tronie.

dan op een soortgelijke manier afscheid zal worden genomen – over wat voor lijkredes mensen dan daar zullen uitspreken. Wat is bedacht, was niet erg overweldigend, en leek hoegenaamd niet op hoe ik mij soms concreet probeer voor te stellen dat mijn echte postmortaal levenspanorama er dan uit zal zien. Maar mijn gedachten waren wel voldoende indringend om te maken dat ik na afloop van de afscheidsbijeenkomst een stevige neut nam uit de fles Aberlour 12 jaar gerijpte whisky die ik op mijn 80-jarige verjaardag van een van mijn zonen had gekregen. Daarna moest ik naar een afspraak in de buurt, en op de fiets daarheen gebeurde wat het plaatje illustreert, als u begrijpt wat ik bedoel. Omstanders schoten te hulp, mij werd indringend aangeraden naar de

Spoedeisende Hulp te gaan om het te laten hechten en het werd een hele toestand, maar ik bleef – en blijf nu in dit stukje tekst – volhouden dat al die toestanden niet nodig waren omdat de mens begiftigd is met een zogenoemd ‘etherisch lichaam’ waarin een ‘genezende kracht’ geïncorporeerd is. En deze kracht, die artsen vroeger kenden onder de naam ‘vis medicatrix naturae’, bewerkstelligt dat zo’n onschuldige ‘verstoring van de continuïteit van het weefsel’ [de definitie van een ‘wond’] binnen een paar dagen opgeheven wordt oftewel dat de wond ‘vanzelf’ geneest.

Die oude wijsheid is verloren gegaan, Mister Antikwakzalverij Cees Renckens is in 2004 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op een halfzacht kletsverhaal over dit onderwerp [zie kanker-actueel.nl], maar het etherisch lichaam trekt zich daar niets van aan en intussen, ruim tien dagen na het malheur, is er bijna niets meer van te zien.

Mocht te zijner tijd een afscheidsbijeenkomst inzake mij gehouden worden, dan hoop ik dat iemand de aanwezigen eraan zal herinneren hoe ik een niet onbelangrijk deel van mijn leven gebruikt heb om te laten zien hoe de medische wetenschap toe is aan een nieuw paradigma, waarin het etherlichaam HET centrale thema is.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.


2 Reacties

  1. Frans Wuijts /

    Het is met het etherlichaam al net als met reïncarnatie. Ongeacht wat mensen ervan vinden reïncarneren wij rustig door. Zo trekt het etherlichaam zich ook niks aan van wat mensen daar van vinden.

  2. Hugo Verbrugh /

    Dat wij ‘RUSTIG’ door zouden gaan met reïncarneren onderschrijf ik niet, maar erger is dat ons aetherlichaam alles te maken heeft met ons (zelf)bewustzijn zodat ik bezwaar aanteken tegen de stelling dat het zich niks zou aantrekken wat wij ervan vinden.

Trackbacks/Pingbacks

  1. Heftige onderwerpen - De Ster Online - […] Vorige week ging het hier over een, eigenlijk twee nogal heftige onderwerpen: een uitvaart-bijeenkomst voor en met een dierbare…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *