Onlangs zijn de Algemene Beschouwingen over de Prinsjesdag-stukken gehouden. Het thema wonen stond gelukkig hoog op de agenda. Dat moest ook wel, want tot 2030 zijn er 900.000 extra woningen nodig. Het kabinet investeert de komende tien jaar voor de tweede keer 100 miljoen per jaar voor een impuls voor het bouwen van die 900.000 woningen. In totaal gaat het om twee miljard euro uit de schatkist. Voor woningcorporaties is 500 miljoen euro per jaar beschikbaar. Om voor kwetsbare mensen een huis te vinden is bovendien 50 miljoen euro per jaar beschikbaar. Tientallen gemeenten krijgen dit jaar nog een financiële bijdrage voor de flexibele huisvesting van dak- en thuislozen, arbeidsmigranten en andere ‘spoedzoekers’, zoals mensen die gescheiden zijn.

Woonprotest
Het kabinet neemt stevige maatregelen: het versnellen van de woningbouw, het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters jonger dan 35 jaar en de huurverlaging voor financieel kwetsbare mensen met een sociale huurwoning. Toch moet er in mijn ogen meer gebeuren. Om mij heen zie ik grote problemen voor jongeren ontstaan. Die worden voor een groot deel veroorzaakt door de crisis op de woningmarkt. Starters beginnen met inkomensonzekerheid omdat zij vaak flexbanen hebben. Er zijn te weinig betaalbare woningen beschikbaar en het financieren van een woning is ook steeds minder bereikbaar. Zo wordt het kopen van je eerste woning steeds verder opgeschoven. Huisje, boompje, beestje en je eigen keuzes maken is tegenwoordig pas op latere leeftijd mogelijk. Deze belemmeringen en onzekerheden maken dat een jonge generatie zichzelf niet kan ontstijgen. Steeds meer jongeren bouwen geen eigen kapitaal op en beschikken dus niet over hulpbronnen om eventuele risico’s op te vangen. Een samenleving waarin je dat alleen nog kan bereiken dankzij de jubelton van je ouders lijkt me niet de bedoeling. Ik wil dat iedereen dat kan bereiken. De woonprotesten tegen het woonbeleid begrijp ik. De demonstranten lieten volgens mij niet alleen hun stem horen voor het recht op een dak boven hun hoofd. Ik zie in de woonprotesten ook het gevecht voor het geluk, de persoonlijke ontwikkeling en de vrijheid die horen bij een eigen woning.

Woning delen
Op deze plek heb ik eerder geschreven dat de woningnood voor een deel opgelost kan worden als er doorstroming plaatsvindt. Dankzij het bouwen van geschikte seniorenwoningen komt een behoorlijk aantal woningen vrij voor starters en gezinnen. Bovendien heb ik gepleit voor meer woningbouw aan de randen van onze steden en dorpen. Daar komt nog wat bij. Ik hoor veel verhalen van mensen die wel samen willen wonen maar dit om financiële redenen niet doen. Door de zogenaamde ‘kostendelersnorm’ is het financieel onaantrekkelijk om je woning met een ander te delen als je een AOW- of bijstandsuitkering hebt. Onderdak bieden aan een dochter of zoon die na een echtscheiding dakloos raakt of na het afstuderen niet meer op kamers kan wonen wordt nu financieel bestraft. Nu de verhuurdersheffing op de helling staat, is het wellicht tijd om in te zien dat de kostendelersnorm bijdraagt aan dakloosheid. Laten we maatregelen nemen die de woningnood echt oplossen. Laten we het individu voorop stellen en de keuze om (weer) samen te wonen voor iedereen mogelijk maken. Ik hoop dat we de tweedeling en ontwrichting in onze samenleving zullen stoppen.

Karima Bouchtaoui

Instagram karimaopinsta

Mail k.bouchtaoui@pspzh.nl


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.