‘Er was eens … ‘ Zo beginnen sprookjes. De intertekstuele logica schrijft voor dat dus ook het begin van alles een sprookje moet zijn. Daar gaan we!

Er was eens niets. Toen kwam iets. Dat was een singulariteit. Wat dat is, weet niemand. Dat mag in sprookjes. Op het zelfde moment knalden ‘niets’ en ‘iets’ op elkaar en dat produceerde een godsdreun-van-moet-je-nog-ver waarvan de echo’s sinds het begin der tijden steeds sterker nog stééds dóórklinken.

Na onmetelijk lange tijd begon het opnieuw. Er waren eens twee geliefden. Ze woonden in twee voorname gezinnen in Verona (Italië): ‘Two households, both alike in dignity, In fair Verona, where we lay our scene, From ancient grudge break to new mutiny, Where civil blood makes civil hands unclean. [Shakespeare, Romeo and Juliet, 1597]. Een van de beroemdste quotes uit de wereldgeschiedenis komt hieruit. “What’s in a name? That which we call a rose by any other name would smell just as sweet”, verzucht Juliet Capulet.

Hertaald volgens intussen ruim vier eeuwen ouder geworden Nederlands: “Ach wat … – Zeg maar wat. Het doet er toch allemaal niks toe. Kijk maar naar Den Haag.

Dylan Yesilgöz: wat is een nareiziger nou eigenlijk? Over die enkeling die toegelaten is, hoeven we toch niet moeilijk te doen?

Caroline van der Plas: onze boeren produceren voedsel: kwark, zuivel, vlees en eieren! Wat is daar mis mee? Sterker nog: voor elke koe die in Nederland verdwijnt, komen er elders op de wereld twee terug die meer uitstoot produceren.

Geert Wilders: alle problemen worden door migranten veroorzaakt. Dat weet ruim de de meerderheid van de bevolking. Nederland is vol.

Pieter Omtzigt is veel te bedachtzaam. Dat maakt hem te langzaam, helemaal als hij omringd is door coalitiepartners.

Met dank aan Carolina Trujillo van wie ik enkele stukjes tekst uit haar column in de NRC gejat en verhaspeld heb op een manier die absoluut niet zou mogen als niet evident was dat dit alles bedoeld is als een variant van Haagse legepraat. www.nrc.nl/nieuws/2024/05/03/rode-leugens-a4197815

(illustratie:) Wikimedia Commons. NASA’s Hubble Space Telescope has revisited the famous Pillars of Creation, originally photographed in 1995, revealing a sharper and wider view of the structures in this visible-light image.

Fijnproevers verwijs ik naar e-tcetera.be/whats-in-a-name/:

Romeo and Juliet bevat een van Shakespeares beroemdste oneliners: ‘What’s in a name?’ Deze verzuchting van Julia komt voor in de al even beroemde balkonscène, waarvan de bekendste regels in vertaling luiden: O, wees een andere naam. Wat zegt een naam? Een roos zou toch niet minder lekker ruiken als je haar met een ander woord benoemde? Deze passage stelt een thema aan de orde dat me in dit stuk nooit eerder zo was opgevallen: de arbitrariteit van taal. Het idee dat er geen intrinsieke band bestaat tussen woorden en hun betekenis werkt zowel bevrijdend als beklemmend. Bevrijdend, omdat ieder spreken, iedere benoeming, iedere naamgeving dan op conventies berust en dus kan worden overschreven. (De talloze, vaak duivels moeilijk of helemaal niet vertaalbare woordspelingen in dit stuk, benutten deze vrijheid ten volle.) Beklemmend, omdat je dan ook nooit zeker bent van wat een woord, een naam, een beeld werkelijk betekent. Julia wil Romeo graag losmaken van alle connotaties die zijn naam oproept: ‘ jij blijft / jezelf, al was je naam niet Montague.’ Zijn naam is niet wat hem definieert. In een verbluffende regel stelt Julia zichzelf voor als een geschikter alternatief voor de arbitraire identiteit die gesuggereerd wordt door een naam: weg ‘Romeo’, neem liever dan een naam die niets met jou te maken heeft: mij. Neem mij helemaal. Maar ook dit blijft taal natuurlijk, een talig verzet tegen de talige orde. Romeo’s antwoord beklemtoont dan weer de machtige vrijheid om met andere woorden ook een andere werkelijkheid op te roepen: Ik neem je op je woord. Noem mij je liefde en ik ben herdoopt, dan zal ik nooit meer Romeo zijn.Als je met andere woorden, andere namen, een andere wereld kunt verzinnen, kun je ook een wereld, een werkelijkheid wissen door haar naam te schrappen.

… EN NOG BIJNA TWEEDUIZEND WOORDEN!

Frank Albers (1960) is docent wijsbegeerte en Amerikaanse cultuur & literatuur aan de Artesis Hogeschool Antwerpen. In opdracht van het Nationale Toneel vertaalde hij eerder al Titus Andronicus, Hamlet, en Koning Lear. Blogadres: frankalbers.blogspot.com

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.