De mens tussen koe en engel

mei 20, 14 De mens tussen koe en engel

Twee weken geleden schreef ik hier over het recent verschenen boekje van Ger Groot, ‘Plato in de tijden van Photoshop’. In super-eigentijds jargon vat Groot daarin enkele actuele highlights samen van vijfentwintig grote filosofen. Op de omslag van het boekje staat de kop van de grote filosoof Plato als handvat voor een USB-stick. Dat is zeldzaam raak getroffen. Het plaatje heeft iconische kwaliteit, zoals het tegenwoordig in het jargon van de mediakenners heet. Het vat in één beeld een immens actueel verhaal samen. De eerste die me erop wees, was collega- columnist Jacques Beket. “Wat een prachtig plaatje heeft de uitgever op de omslag van dat boek gezet”, merkte die spontaan op toen ik twee weken geleden in de redactie-burelen van ons deelgemeentelijk weekblad mijn voor uitdeling aan anderen bestemde exemplaren van De Ster kwam halen. [Voor lezers bij wie De Ster van 6 mei al met het oud papier is afgevoerd: het plaatje staat ook op [niet-binnen-en-niet-buiten-de-filosofie].

De waardering van Jacques voor het omslagplaatje is een mooi aangevertje voor een vervolg-stukje. Dat gaat over de aanbeveling waarmee ik mijn stukje van 6 mei afsloot. Het boekje van Groot moge een tweede editie krijgen, stelde ik toen, maar graag met twee aanvullingen die het nòg beter zullen maken. Ten eerste krijge het boek een 26-ste hoofdstuk, over de wereldwijd meest gelezen filosoof van de 20e eeuw, Rudolf Steiner, vooral bekend als de Number One van het wetenschappelijk-filosofisch-levensbeschouwelijk systeem dat bekend staat als antroposofie. Ten tweede geve de auteur toelichtingen op de 25 gefotoshopte plaatjes van de filosofen die in het boek staan. Zoals die in het boek er nu uitzien, zonder uitleg, zijn die onbegrijpelijk.

De engel en de koe schurken tegen elkaar aan en worden er allebei beter van, gedachtig aan het Latijnse gezegde asinus asinum fricat: de ezel krabt de ezel als ze allebei jeuk hebben. Hier geldt dus angelus fricat vaccam vice versa

De engel en de koe schurken tegen elkaar aan en worden er allebei beter van, gedachtig aan het Latijnse gezegde asinus asinum fricat: de ezel krabt de ezel als ze allebei jeuk hebben. Hier geldt dus angelus fricat vaccam vice versa

Die twee aanbevelingen hebben alles met elkaar te maken. In de herfst komt in de Kunsthal in Rotterdam een grote tentoonstelling van werk dat door Steiner geïnspireerd is. Dat zal Steiner een beetje bekend maken in onze stad en omgeving. Met name de artistieke aspecten van zijn werk zullen dan aandacht krijgen. ‘Zijn gedachtegoed was inspiratiebron voor Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en andere kunstenaars, en hij was een pionier op het gebied van de organische architectuur’, schreef de Kunsthal begin van dit jaar.

Dat is op zich heel goed, maar het kan ook misverstanden oproepen. Steiner heeft essentieel meer gedaan dan kunstenaars inspireren. Hij heeft een revolutionair nieuwe filosofie gebracht inzake de wisselwerking tussen zintuiglijk waarnemen en denken. Antroposofie is een fundamenteel nieuwe beeldentaal. Een antroposoof probeert de werkelijkheid in imaginaties te schouwen, zoals het soms geformuleerd wordt in ons jargon [ik schrijf deze twee woorden als de antroposoof die ik zelf ook ben]. Dat is echt méér, iets heel anders dan alleen artistieke vernieuwing. Dat is filosofische avant garde, en dat zou in het 26ste hoofdstuk de aandacht kunnen krijgen die het verdient.

Hoe men dan Steiner als illustratie bij dat nieuwe hoofdstuk zou kunnen afbeelden in het beeldjargon van de de fotoshopperij, weet ik nog niet. Ter overdenking voeg ik aan dit stukje een ietwat gefotoshopt plaatje toe van iets anders dat met Steiner te maken heeft. Het stelt een engel voor, en staat in het park rond het Goetheanum, het internationale centrum van de antroposofie in Dornach, bij Bazel in Zwitserland. De koe erbij is louter jokkernij van de fotografe, Charlotte Fischer. ‘Vacca angelum fricat vice versa’, lijkt zij te willen zeggen: de koe en de engel inspireren elkaar. Dat beeld illustreert het antroposofische idee dat de mens in de schepping een tussenpositie tussen dier en engel bekleedt.

Hugo Verbrugh

Facebook

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *