Toekomstige historici zullen in de geschiedenis van onze Erasmus Universiteit de datum 15 december 2015 met bijzondere aandacht kunnen gedenken. Op die dag verscheen voor het eerst in de geschiedenis van deze universiteit een publieke aankondiging in de twee talen Nederlands en Duits. Dus nu eindelijk eens niet in het Engels, zoals sinds jaar en dag dagelijks meer gemeengoed wordt! Akkoord, het was relatief onschuldig. Het ging alleen over het menu voor de kerstlunch van de FSW (= Faculteit Sociale Wetenschappen), maar toch…!

Ik hanteer hier misschien een beetje de stijl van de overdrijving, maar het is, wereldwijd, een levensgroot probleem: welke taal spreken wij in de universiteit? Het probleem komt geregeld in het nieuws – maar nooit zó als zou moeten. Een sprékend voorbeeld stond in de krant van 19 december. Het ging over historicus Frank van Vree (1954), tot voor kort decaan van de faculteit der geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij was daar zeer succesvol, maar niet iedereen was alleen maar tevreden over hem. ‘Frank kan enorme verhalen vertellen en steeds verder van je originele vraag afwijken’, wordt in het artikel een student filosofie geciteerd, en die student raakt vervolgens aan waar het aan schort: ‘Als je vraagt naar het minder goede lesgeven bij Engelstalige opleidingen, begint hij te oreren dat studies moeten worden geprofileerd, dat minder mensen geesteswetenschappen gaan studeren, en hoe je een opleiding in de markt moet zetten niet over de Engelse taal bij studies. Dan ben je al weer tien minuten verder’.

Met dit korte commentaar wordt gruwelijk goed samengevat hoe tegenwoordig wordt gesproken en geschreven en zogenaamd gedebatteerd over Engelstalige opleidingen en het probleem van de Engelse taal bij studies: toedekken, wegkijken, er omheen praten, er overheen oreren – dat is het gangbare format. ‘t Is helemaal een variant van scripted reality [= een televisiegenre waarin situ
aties die in het echte leven hebben plaatsgevonden, worden nagespeeld. Het is daarbij voor de kijker niet meteen duidelijk dat er acteurs aan het werk zijn en het dus eigenlijk gaat om fictie].

Maar eigenlijk is dat misschien geen wonder. Het probleem is echt zó fundamenteel dat een bestuurder die niet per se wil proberen te bereiken wat hij of zij echt wil, maar alleen naar de gangbare criteria gewoon gewaardeerd wil worden, er niets mee kan. Het is om moedeloos van te worden.Flammkuchen en Glühwei

Om mezelf toch weer moed in te spreken vertel ik nog even over mijn keuzevak-cursus Toegepaste Wetenschapsfilosofie van vorige maand. Ik had drie buitenlandse studenten. Samen vertegenwoordigden we bijna letterlijk alle vier windstreken als we om de tafel zaten. Links zat een student uit het viertalige Singapore (Brits Engels, Mandarijn, Maleis en Tamil) met Chinese roots, rechts een meisje uit Canada met een Duitse boyfriend wiens taal ze wil leren. Voor die beiden was een variant van het Engels dus de native speech. Tegenover me had ik een Turk met Italiaanse moeder wier taal voor hem zijn eerste moedertaal was. Als hij in die taal een stukje tekst van de anderen vertaalde, klonk muziek. Ikzelf voelde me als enige Nederlandstalige autochtoon helemaal een geestelijke nazaat van Erasmus. Zijn levensmotto verdient het in grote letters in Woudestein te worden gememoreerd: QUAEVIS TERRA PATRIA: zover de aarde zich uitstrekt, is mijn vaderland.

Juist aan onze universiteit dienen de consequenties van die drie woorden tot en met de kleinst denkbare eenheid van denken en spreken te worden doordacht.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)