Het verhaal over het raadgevend referendum is zó ingewikkeld dat het nu pas begint.

De vorige week keek ik vooruit naar het referendum en deelde met u een aantal standpunten van voor- en tegenstanders van het associatieverdrag. Wat niet langskwam is de controverse die ontstond nadat de NOS had geweigerd de opkomstpercentages tijdens de stemming door te geven. Dat brengt mij tot de strijd tussen realisme [= inclusief weten – weten en handelen hangen wederzijds samen] en nominalisme [= kaal, eenzijdig consequentieloos weten – principieel onverschillig zijn].

Nu licht ik die strijd toe met een simpel voorbeeld. Spellen wij ‘muizeval’ of ‘muizenval’?

U kent het probleem. Panne-koek of panne N koek, gemeente-raad maar niet gemeentenraad, maar weer wel kerkenraad en prullenbak; hoe zou het zijn met de kattebak?

Daarover doormijmerend kwam ik op nog andere ‘wel-of-niet-met-eenn-’woorden, en via via kwam ik op de muizenval resp. muizeval. Voor mijn gevoel bestaat er een wereld van verschil tussen een muizeNval en een muizeval.

Toen ik dat gevoel nader bekeek, kreeg het steun in mijn denken. Eigenlijk spreken we over twee verschillende zaken wanneer we het hebben over een muizenval respectievelijk een muizeval.

Wat is een muizenval? Een muizenval is een contraptie (uitvindsel) om muizen mee te vangen. Vroeger werd zo’n muis meteen nadat hij gevangen was automatisch ter dood gebracht, maar muizenvaltegenwoordig hebben we muisvriendelijke muizenvallen en kan de mens die die val gezet heeft de daarin gevangen muis levend en wel naar buiten brengen [zie plaatje].

In deze nieuwe manier van omgaan met de muis manifesteert zich een nieuw respect voor de muis als zodanig, en dit nieuwe respect verwijst naar het oudste probleem van de filosofie. Dat probleem gaat over de oorsprong van onze kennis. Begint onze kennis bij de afzonderlijke dingen zoals we ze waarnemen, of begint onze kennis bij de algemene begrippen omtrent de dingen zoals
we die alleen kunnen denken?

Ik neem weer de muis als voorbeeld. Hoe komen wij aan onze kennis omtrent de muis? Gaat dat zo, dat we eerst in de buitenwereld afzonderlijke exemplaren muizen zien, vervolgens concluderen dat die kleine grijze beestjes die we zien andere schepsels zijn dan ratten of katten enzovoort, en geven we ze ten slotte een naam, in dit geval min of meer toevallig, het woord ‘muis’? Of is de volgorde juist andersom? Gaat het soms zo, dat wij als mens van nature, al voordat we geboren zijn en in de buitenwereld kunnen waarnemen, in onze binnenwereld begiftigd zijn met kennis over algemene begrippen, onder andere dus van het algemene begrip omtrent de muis als zodanig, en herkennen we vervolgens in de buitenwereld die kleine grijze beestjes als afzonderlijke exemplaren van dit algemene begrip?

Deze vraag staat bekend als de ‘universaliënstrijd’: de strijd om de algemene begrippen oftewel de ‘universalia’. De ene partij, de realisten, meende dat de algemene begrippen in de mens aangeboren zijn, en dat die dus in onze kennis eerst kwamen. De andere partij meende dat we helemaal niets aangeboren meekrijgen, en dat de algemene begrippen louter willekeurige namen zijn die we geven aan de dingen die we eerst zien. Daarom heette die partij de ‘nominalisten’.

In de Middeleeuwen werd over die vraag hevig gedebatteerd, en vandaag de dag komt het probleem dus terug in letter ‘n’ tussen de muis en de val waarin hij gelokt wordt. De muizeval-zonder-n is gemaakt door mensen die in de universaliënstrijd de kant van het realisme kiezen en is bestemd voor de muis als zodanig. De muizenvalmet-n lokt afzonderlijke muizen aan, al die afzonderlijke schepseltjes die alleen min of meer toevallig de naam ‘muis’ gekregen hebben. Muizenvallen zijn voor nominalisten.

De muisvriendelijke muizeval lijkt mij een uitvinding van een realist. Resoneert die veronderstelling bij u?

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)