‘Perifere identiteit’

nov 28, 17 ‘Perifere identiteit’

Wanneer alles volgens plan verloopt, is vandaag bij uitgeverij Via Libra in Antwerpen een opmerkelijk boek verschenen: op dezelfde dag waarop deze Ster valt in alle voor De Ster ontvankelijke brievenbussen in Kralingen en Crooswijk! Het plaatje toont de omslag van het boek en geeft enkele bijzonderheden. Let vooral op het woord ‘perifere identiteit’ in de ondertitel; in dit stukje vertel ik er iets meer over.

Het begon in de loop van augustus. Toen herinnerden sommigen in Nederland zich dat er goede redenen waren om op 12 december aanstaande met elkaar te gaan spreken over herinneringen aan de vijfentwintig jaar eerder op die datum overleden Bernard Lievegoed (1905–1992; in leven hoogleraar aan de Nederlandse Economische Hogeschool later Erasmus Universiteit Rotterdam, voorzitter Antroposofische Vereniging in Nederland; vele andere kwalificaties; zie De Ster van 24 oktober: desteronline.nl/bernard-lievegoed-nog-steeds-super-actueel.

Deze herinnerings- annex herdenkings-gesprekken zullen op 17 in plaats van 12 december ook officieel plaatsvinden, uiteraard in Zeist. Daarop vooruitlopend komen enkele goede vrienden en ik dus op deze dag met het hier aangekondigde boek over Lievegoed.

Het format, ietwat cryptisch aangeduid als ‘Twaalf brieven …’, is volgens mij nieuw; ik ken althans geen ander boek dat op dezelfde manier in mekaar gezet is. Het begon ermee dat de eerste auteur, Nard Besseling, ons, de drie anderen, vroeg aan elkaar brieven te schrijven met ‘uit de vrije hand’ herinneringen aan Lievegoed.

Zo gezegd zo gedaan, en toen kreeg ik het moeilijk. Als een schreeuwende vlucht vogels [zie plaatjes bij Sterren van afgelopen zomer, desteronline.nl/komkommertijd-1-onvoltooid-leven-sjibbolet-kabinetsformatie en volgende] vielen de herinneringen aan Lievegoed over en om mij heen. Waar en hoe zou ik beginnen?

En toen deed ik – niet voor het eerst – een grote ontdekking. ‘De ochtend is wijzer dan de avond’, leren wij van de sprookjes; als je op de juiste manier door de nacht gaat, krijg je de volgende morgen ‘vanzelf’ (in werkelijkheid als ‘geschenk’ van hogere machten met wie je, terwijl je zogenaamd sliep, even in het voorgeborchte van in het hiertussenmaals verkeerde) een groter of kleiner stukje unieke, schier bovenaardse wijsheid aangereikt.

Zo ontdekte ik in de eerste weken van september dat – om het bijna onverantwoord plat te zeggen (de nuance komt later) – Lievegoed, dood en wel als hij zeker is, nog steeds (? of misschien beter: opnieuw, telkens, af en toe even … ) ‘om mij heen’ was. Daarover schreef ik mijn eerste brief. Perifere identiteit werd het wachtwoord! [Even als memo: ‘Mijn ik-identiteit heeft twee dimensies. In de ene dimensie is mijn identiteit een-op-een gekoppeld aan mijn lichamelijkheid. Ze is met name verbonden met het zenuwstelsel. Voor zover ik mijn identiteit daaraan beleef, benoem ik die als mijn centrale identiteit. Deze centrale identiteit houdt op te bestaan zodra mijn eigen lichamelijkheid waarin ik geïncarneerd ben, er niet meer is. De andere dimensie van mijn identiteit bestaat onafhankelijk van mijn eigen lichamelijkheid. Die is verbonden met de cognitie en dus het zenuwstelsel van alle andere mensen die op een of andere manier weet van mij hebben. Die noem ik ‘perifere identiteit’. Die vergaat niet als ik dood ben, maar blijft na de dood van mijn individuele fysieke lichamelijkheid nog enige tijd bestaan.]

De volgende stap was dat de tweede auteur, Christine Gruwez, niet alleen voor mij de grande dame van de antroposofie in Vlaanderen, dit idee oppikte. Daarna werd perifere identiteit een leidmotief in onze briefwisseling en nu staat het dus in de ondertitel van ons boek.

‘Wie het vatten kan, die vatte het’, citeer ik Matth. 19:12, maar ik bedoel het misschien een beetje anders dan u denkt dat die bijbelwoorden bedoeld zijn. In het Grieks staat ‘hô dynamenos chorein, choreeitto’ oftewel ὁ δυνάμενος χωρεῖν χωρείτω. Het Griekse woord chorein dat hier gebruikt wordt betekent iets als omvatten; het verwijst naar (de) ruimte, met alle aspecten die tweeduizend jaar geleden aan dat begrip eigen waren. Alleen wie het al daadwerkelijk in zich heeft, kan het ook ruimtelijk binnen de ‘omvatting van zijn lichamelijkheid’, in zijn persoonlijke binnenwereld gewaar worden, en het zodoende enigszins begrijpen, maak ik ervan. De Engelse vertaling waarover ik beschik zegt het mijns inziens ook beter: He that is able to receive it, let him receive it.

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

1 reactie

  1. Ida-Marie Hoek /

    Beste Hugo,
    Goed zo; nog altijd bezig om geesteswetenschappelijk te vatten inhouden filosofisch ‘voor allen’ op de markt te brengen, zoals ik je als medische student in 1967 al leerde kennen. Maar ging je niet, zoals ik je ook leerde kennen veel te snel? Wat is nu die ‘dunamenos’, die gevat moet worden? Iets met jouw kairos begrip van doen, en, dacht ik, met echt duurzame sterren; toch niet alleen vervagende herinneringen in mensenzielen tussen geboorte en dood, de tijd, waarin hoogstens nieuwe sterrenstof gemaakt kan worden? Daartoe gaf je dit steradres toch ook niet aan ons door voor de a.s. Ita Wegman herdenking in Dornach? Met h. groet vanuit midden Nederland.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *