De rechtspraak is een bedrijf. Een groot bedrijf zelfs, met medewerkers als rechters uiteraard, managers (veel te veel), boekhouders (niemand mag er met het geld vandoor gaan), bodes (de belangrijkste medewerkers van de rechtspraak naar mijn idee), archiefmedewerkers (ook heel belangrijk, er mag geen dossier zoekraken), maar ook juridisch medewerkers. Deze ondersteunen de rechters bij het maken van een vonnis. Ook belangrijk werk dus.

Het is gebruikelijk dat rechters en juridisch medewerkers hun kennis bijvoorbeeld gebruiken als lid van een plaatselijke bezwaarschriftencommissie. Zulke commissies behandelen bijvoorbeeld bezwaren tegen het stopzetten van een gemeentelijke uitkering, et cetera. Een juridisch medewerker die lid wordt van zo’n commissie verricht als het ware nuttig vrijwilligerswerk. Daarnaast is het leuk, je komt nog eens iemand tegen en het geeft ook een beetje aanzien.

Het bestuur van de Centrale Raad van Beroep, een van onze hoogste rechtsorganen, wilde dit mooie werk aan banden leggen. Het zou niet meer toegestaan worden omdat zaken die behandeld zijn door een bezwaarschriftencommissie uiteindelijk in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep terecht kunnen komen. Nu was het natuurlijk al zo dat een juridisch medewerker bij de Centrale Raad van Beroep zich niet ging bemoeien met een zaak waar hij eerder als lid van de commissie betrokken was. Dan zou je als het ware over de kwaliteit van je eigen werk moeten adviseren. Maar het bestuur van de Centrale Raad van Beroep wilde dus een algehele uitsluiting van het lidmaatschap.

Wat deed dus de juridisch medewerker van de Centrale Raad: die ging in hoger beroep bij zijn eigen baas, het bestuur (rechters) van de Centrale Raad. Dat bestuur wilde op zijn beurt niet over zijn eigen oordeel beslissen en haalde er drie staatsraden van de Raad van State bij voor een onafhankelijke beslissing. Alles heel netjes geregeld dus. Het bestuur van de Centrale Raad kreeg van de externe collega’s ongelijk: juridisch medewerkers moeten de mogelijkheid behouden lid te zijn van bijvoorbeeld een bezwaarschriftencommissie. De ondergeschikte ambtenaar won dus van de hoogste baas. Waarna iedereen weer zijn eigen werk kon uitvoeren.

En daar gaat natuurlijk wel eens wat mis: ooit raakte een dossier bij de rechtbank zoek. De griffiemedewerkster belde mij daarop en vroeg met duidelijke gêne of ik een kopie van het dossier kon opsturen naar de rechtbank. Natuurlijk, € 5,- per bladzij, en het dossier was zeer omvangrijk, waarop de griffiemedewerkster direct antwoordde: dat is goed! Heb toch maar  geantwoord dat het tarief een grapje was. Het recht is al duur genoeg tenslotte.

Ton Rhijnsburger

Advokatenkollektief Rotterdam

Website: www.akrotterdam.nl
Facebook: /advokatenkollektief


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.