De RET, Rotterdamse Electrische Tram (* 4 april 1927) , heeft snode plannen. In het kader van de noodzakelijke bezuinigingen en wellicht mede beïnfluenced door de asfaltlobby, gaan ze aan de tramlijnen morrelen. Onder andere beramen ze de opheffing van tramlijn 7 (Willemsplein, Willemskade, Westplein, Museumpark, Eendrachtsplein, Kruisplein, Rotterdam Centraal NS, Weena, Pompenburg, Meent, Noorderbrug, Zaagmolenbrug, Crooswijksestraat, Boezemstraat, Boezemsingel, Vlietlaan, Jericholaan, Mecklenburglaan (‘mijn’ tramhalte), Voorschoterlaan, Essenlaan, ’s Gravenwetering, Erasmus Universiteit, Burgemeester Oudlaan / Woudestein).

Dat trek ik mij hevig aan, want sinds ruim een jaar ben ik (* 1937), voorzichtig gezegd, motorisch ietwat gehandicapt geraakt. Iets realistischer gezegd: ik ben en word steeds erger een strompelend wrak. De Grootgrut-supermarkt, praktisch aan de overkant van de straat, kan ik, steunend op een therapeutische  stok, met enig moeite bereiken; de tramhalte met een rollator met iets méér moeite idem; fietsen zou levensgevaarlijk zijn. En nou … gaat mijn tramhalte me door de neus geboord worden!  ‘Ammenooitniet’!  Dat zal Rotterdam weten!

De titel van mijn stukje is geïnspireerd op A Streetcar Named Desire. Dat is een toneelstuk van de  Amerikaanse schrijver Tennessee Williams, die er in 1948 de Pulitzer-prijs  voor drama mee won. Het stuk beschrijft de culturele botsing tussen twee symbolische figuren, Blanche DuBois, die staat voor het rijke leven van de blanken in de zuidelijke Verenigde Staten van Amerika, en Stanley Kowalski, een typische representant van de stedelijke immigrant-arbeider.

Illustratie: Op 11 september vorig jaar werd door bejaarde bewoners van het Termaathuis in Kralingen beproefd of het in- en uitstappen van een (aangepaste) bus doenlijk was. Nu stopt tram 7 nog bij hen voor de deur. Dat in het bijzijn van wethouder Vincent Karremans en Rotterdamse ombudsman Marianne van den Anker. De proefneming bleek geen succes.

Het stuk werd in het Nederlands bekend onder de titel ‘De tramlijn die verlangen heet’. De allegorische titel is ontleend aan de Desire tramlijn in New Orleans, die deze naam droeg omdat het eindpunt in Desire Street was gelegen. In de dialoog vertelt Blanche dat ze met deze lijn gereden heeft. De tramlijn, die sinds 1920 bestond, werd in 1948, een jaar na het verschijnen van Williams’ toneelstuk, in een buslijn omgezet. (van Wikipedia)

Ik kàn het niet laten hier diepe verwantschap in te onderkennen…

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.