Voltooid Leven en het verzuim van Kamerlid Pia Dijkstra (D66) en haar medestanders

sep 10, 19 Voltooid Leven en het verzuim van Kamerlid Pia Dijkstra (D66) en haar medestanders

Bijna drie jaar geleden, op 18 december 2016, verscheen het begrip ‘Voltooid Leven’ in het publieke debat. Op die dag presenteerde Kamerlid Pia Dijkstra (D66) het wetsvoorstel ‘Waardig Levenseinde’. Sindsdien circuleert het concept ‘voltooid leven’ in de media als een soort gebed zonder einde [= iets dat maar doorgaat en waar geen einde aan lijkt te komen]. Maar vorige week maandag 2 september gebeurde toch weer iets dat echt lijkt te zijn. Toen zette Pia Dijkstra de discussie over voltooid leven weer op scherp door in het Algemeen Dagblad te verklaren dat zij haar initiatiefwet binnenkort naar de Tweede Kamer stuurt. “Mensen op hoge leeftijd die gaan lijden aan het leven, moeten de gelegenheid krijgen om op een zelfgekozen moment te overlijden”, zoals Trouw het de volgende dag kort en bondig samenvatte.  Zulke mensen [hoe identificeer je deze ‘zulke mensen’ die ‘lijden aan het leven’?] … “MOETEN de gelegenheid krijgen … “ – van wie “moet” dat? Daar is discussie over. ‘ Dat was niet de afspraak, zeggen coalitiegenoten CU en CDA  Eén van de gevoeligste onderwerpen uit de kabinetsformatie van 2017 leidt opnieuw tot spanning in de coalitie’, schreef de NRC 3 september. ‘Tweede Kamerlid Pia Dijkstra kondigde aan dat zij begin volgend jaar HOE DAN OOK haar initiatiefwet voor euthanasie bij ‘voltooid leven’ indient. Het kabinet laat momenteel een onderzoek doen naar hoe groot de problematiek is van mensen die levensmoe zijn en uit het leven willen stappen. Maar Dijkstra zegt nu dat ze “ONGEACHT DE UITKOMSTEN VAN DAT ONDERZOEK” met haar voorstel komt [accentuering van mij, HV]. Dat klinkt keihard eigentijds en huiveringwekkend herkenbaar. ‘Wetenschap is ook maar een mening’, en ‘voltooid leven’ is gewoon een zaak van verdergaande emancipatie, toch?

Foto: Sebastiaan ter Burg

Nee, dus. Uit de baaierd argumenten, bezwaren, commentaren, … you name it, die in mij leven, haal ik er nu één naar voren. Men kan de stelling verdedigen – en ik doe dat hierbij – dat analyse van de zogeheten Bijna Dood Ervaring aan het licht heeft gebracht dat de mens in de eerste ogenblikken na zijn dood in zijn verbeelding een overweldigend panorama van zijn voorbije leven “ziet”. Nooit en nergens in alle teksten over voltooid leven heb ik ook maar een aanduiding van dit gegeven gevonden. De verzwijging daarvan is een verzuim van zodanige ernst dat mevrouw. Dijkstra gewoon teruggefloten moet worden. [Van wie “moet” dat? Dat moet gewoon van mij (HV), op grond van wat ik in een wetenschappelijk discours volgens de regels van de wetenschap meen te kunnen stellen.] Op de donderdagen 26 september, 3, 10, 17, 31 oktober, 7 november 2019, 10.00 – 12.30 uur loopt in HOVO [= Hoger Onderwijs Voor Ouderen’] van de Erasmus Academie, een cursus door dr. Ton Vink ‘Voltooid leven en andere dilemma’s rond een goede dood’; ik heb hem een mailtje gestuurd met alvast deze tekst en een korte toelichting EN de vraag of ik op een van de ochtenden ‘vanuit de zaal’ mijn stelling mag komen presenteren en toelichten.

Ik zal de lezers van De Ster op de hoogte houden.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

2 Reacties

  1. D. van Ardenne /

    Baas in eigen lijf’

    Pia Dijkstra heeft een missie. Haar niet aflatend gevecht om mensen op hoge leeftijd die hun leven voltooid achten het recht te geven op euthanasie. Heel veel ouderen in Nederland,waaronder ik zelf, willen deze keuze hebben. Het is gewoon een zaak van barmhartigheid en beschaving. in Zwitserland ziet men euthanasie als een mensenrecht.

    Hugo Verbrugh, ik ken u niet. Weet alleen dat u een boek(en) hebt geschreven over reïncarnatie en dat u bent geïnteresseerd in paranormale zaken. U komt met een warrig verhaal over de bijna dood ervaring en dat die aan het licht zou hebben gebracht dat in de eerste ogenblikken na de dood de mens in zijn verbeelding een panorama van zijn leven voorbij ‘ziet’ komen. En dan schrijft u, “nooit en nergens in alle teksten over voltooid leven heb ik ook maar een aanduiding van dit gegeven gevonden’. Wat voor u een overtuiging en misschien wel een soort geloof is, hoeft dat voor anderen niet te zijn. In uw optie moeten we een natuurlijke dood sterven, anders reïncarneren we niet goed!!? Er is geen bewijs voor en er is nog nooit iemand na zijn dood komen vertellen dat het allemaal doorgaat en we allemaal reïncarneren. Ook ik heb op dit gebied het een en ander gelezen o.a het boek -Eindeloos Bewustzijn- van Pim van Lommel.

    Terug naar Pia Dijkstra en haar missie. Ik heb een enorme bewondering voor deze vrouw en haar standvastigheid. Mensen zijn erg tam geworden. Vroeger gingen we nog de straat op voor Baas in eigen Buik en Vietnam. Ik zou zeggen, alle oudjes die dood willen de straat op. Niet omdat zij ‘levensmoe’ zijn maar omdat zij klaar zijn met het leven. Baas in eigen lijf lijkt mij wel iets. Het zal tijd worden dat we vrij zijn in het kiezen van ons levenseinde.
    Jammer van het mooie Panorama!

    Met vriendelijke groet, D. van Ardenne

  2. Hugo Verbrugh /

    Dank voor deze verhelderende reactie [ik meen ‘verhelderend’ absoluut niet ironisch, laat staan cynisch of anderszins negatief, maar onversneden letterlijk!]. Ik antwoord u even onversneden eerlijk: ik heb mij kennelijk niet voldoende duidelijk uitgedrukt, want dat u in mijn tekst leest, heb ik niet zo bedoeld.
    Ik vat zo kort mogelijk in andere woorden puntsgewijs samen wat ik wil(de) zeggen:

    I. Mijn stukje komt op u over als ‘een warrig verhaal … dat die aan het licht zou hebben gebracht dat in de eerste ogenblikken na de dood de mens in zijn verbeelding een panorama van zijn leven voorbij “ziet’ komen”. …

    1. ‘De’ filosofie, dat wil zeggen de Europese filosofie die sinds vele eeuwen onze (= van de bewoners van West Europa) mindset vormt, begon met Socrates [ca. 400 vC]. Die had maar één waarheid: ‘Ik weet alleen dat ik niets weet’. Dat bedoelde hij ironisch oftewel: ‘Louter als individu kan en weet ik niets, maar in gesprek met een of meer anderen kunnen we samen verder komen’.
    2 .In de overgang tussen Oudheid en Middeleeuwen, omstreeks 400, stelt Augustinus dat Plato de ware aard van de filosofie heeft afgelezen van de ware aard van de mens [De Civitate Dei, VIII, 4 en IX, 25]. Dat is een boude bewering, maar Augustinus geeft argumenten en die krijgen steun door moderne wetenschappelijke inzichten. De mens leeft in een polair dynamisch evenwicht tussen innerlijk bewustzijn en uiterlijk handelen. Vita activa en vita contemplativa zijn klassieke uitdrukkingen voor deze polen; het mensbeeld volgens input en output is een andere manier om hetzelfde te zeggen. De ware aard van de mens ligt in de onverbrekelijke samenhang tussen deze beide polen. In de moderne neurowetenschappen wordt deze samenhang gethematiseerd in de theorie over de eenheid van waarnemen en bewegen die in 1940 is gelanceerd onder de naam ´Der Gestaltkreis´. Deze theorie werd lange tijd beschouwd als meer filosofisch interessant dan als neurologisch relevant, maar dat perspectief verandert nu recent neurofysiologisch onderzoek aan proefdieren heeft aangetoond dat processen in hersencellen rechtstreeks spierbewegingen kunnen bewerkstelligen.
    3. In de Middeleeuwen woedde een geestesstrijd inzake de vraag hoe de mens zich in de loop van zijn leven algemene begrippen, die als zodanig niet van buitenaf, niet via de zintuigen binnenkomen, de universalia, eigen maakt. Twee partijen streden om het juiste antwoord. De ene partij stelde: het kind vraagt en maakt zich de per definitie juiste antwoorden van de volwassenen eigen. Zodoende sprokkelt het, bottom up, zijn inzicht en begrip aangaande de algemene begrippen bijeen. Het leert de sociaal als juist benoemde namen van de dingen, en alleen dáár gaat het om. Deze partij werd bekend als de nominalisten. Eerst, vóór algemeen begrip, komen de afzonderlijke zintuigindrukken van de dingen [res (meervoud!)]. “De algemene begrippen komen in de loop van het leven van het kind ná de zaak”. Universalia sunt post rem. In de benoeming van wat je van buiten af, van enige afstand ziet, is de mens oneindig vrij. Extreem nominalisme leidt tot vrijblijvendheid, laissez-faire – alles mag, alles kan. De andere partij, de realisten, beleefde dit nominalisme als een schandaal. De mens komt niet, zoals de nominalisten menen, als een onbeschreven blad, een tabula rasa, ter wereld. De algemene begrippen zijn niet willekeurige ‘namen’ die de mens min of meer toevallig van buiten af leert als hij gaat praten. De mens is een microkosmos, een kopie in miniatuur van de schepping als geheel. Hij brengt herinneringen mee aan hoe de schepping echt is: de ‘anamnesis’ volgens Plato. In zijn gewone kennis weet de mens niet dat hij dit in zich heeft. Hij vergeet ze .Dat komt doordat hij voor zijn geboorte door de Lethe, de ‘rivier van de vergetelheid’ gaat. Maar ze leven in hem en hij kan leren ze zich te herinneren. De mens is een microkosmos, een miniatuur-kopie van de schepping. Vandaar de namen ‘realisme’ en ‘realisten’ voor deze andere partiji. De namen die het kind leert, werken alleen als een soort trigger om de anamnesis operationeel te maken: top-down. ‘De algemene begrippen gaan vooraf aan,komen eerder dan, functioneren al vóór de zaak’:Universalia sunt ante rem.
    4. De in punt 3 genoemde geestesstrijd speelt in deze tijd opnieuw. Er is een revolutie gaande in de kennis- en wetenschapsfilosofie. Het realisme maakt een comeback mee. De universiteit is gevangen in de klauwen van het nominalisme dat in het begin van de moderne tijd gewonnen heeft. De ‘naam’ van deze revolutie is ‘het cognitieve paradigma’. Omstreeks 1972 werd door de opkomst van de artificial intelligence een nieuw begrip nodig om eenheid te scheppen in de vele verschillende intelligente, mentale, psychische functies en vermogens van de mens die tot dan toe in verschillende regionen van geest en/of ziel quasi ‘gelocaliseerd’ werden. Dat werd cognitie, en het heeft wereldwijd school gemaakt. Het leert ons om overeind te blijven tegenover het feit dat wij ‘ burgers van twee werelden’ zijn, levenslang zwalkend tussen, zoals het meestal heet, lichaam en geest. Leidmotief in dit cognitieve paradigma is een herwaardering van Descartes.
    5. Descartes wordt soms aangeduid als de ‘vader van de moderne filosofie’. Die eretitel dankt hij aan zijn mantra-achtige samenvatting van hoe de mens en zijn kennis heeft samenhangen. ‘Cogito ergo sum’: ik denk dus ik ben. In iets meer woorden geparafraseerd: wanneer je zó ver gedacht hebt als je kùnt denken, blijft maar één zekerheid over: ik besta alleen dáárdoor, dat ik twijfel. Ik besta uit twee delen. Het ene is ‘uitgebreid in de ruimte’ (res extensa); daarmee handel ik. Het andere is onruimtelijk (res cogitans); daarmee weet en denk ik. De twee rēs hebben niets met elkaar van doen. Ze zijn incommensurabel. Er is niet één gemeenschappelijke maatstaf (mensura), er is zelfs niet één begrip dat in beide dimensies kan worden toegepast. Tussen ‘ik ben = besta’ en ‘ik denk = twijfel’ bevindt zich alleen het lege woordje ‘dus’. Een dergelijke mens kan dus (!) helemaal niet bestaan. In leegte is niets. Tussen de mens en zijn kennis is een in essentie onoverbrugbare kloof. Om die kloof te overbruggen verzon de psychiater Johan Heinroth in 1818 het woord ‘psychosomatik’. Het is een perfecte illustratie van wat Goethe in zijn Faust de duivel, Mephistopheles, laat zeggen: ‘ Denn eben wo Begriffe fehlen, da stellt ein Wort zur rechten Zeit sich ein. Mit Worten läßt sich trefflich streiten, mit Worten ein System bereiten, an Worte läßt sich trefflich glauben, von einem Wort läßt sich kein Iota rauben.’
    6. Twee eeuwen later gaf Gilbert Ryle (1900-1976) de Cartesiaanse leegte in de kloof tussen psyche en soma de naam ‘the ghost in de machine’. De ‘geest’ met alle gedachten die daarin kunnen opkomen was intussen letterlijk een spookverhaal geworden. In onze huidige, door doxa en nominalisme beheerste denktrant, zijn ‘geest’ en ‘ziel’ en ‘psyche’ totaal abstract geworden noties, volkomen losgemaakt van het concreet lijfelijk-lichamelijk leven inclusief willen en handelen. De psychiater/filosoof Ludwig Binswanger (1881-1966) zag het nog concreter. ‘Die Grundidee von Descartes, die zur Subjekt-Objekt-Spaltung der Welt geführt hatte, …’, betitelde hij als ‘das „Krebsübel“ der Wissenschaft’.
    . Een diepzinnige variant van de ironie die wij overal in de geschiedenis kunnen ontwaren, leeft in het gegeven dat Descartes zelf het oorspronkelijk helemaal niet zo bedoeld had. In zijn eerste tekst over wat zijn ‘cogito’ zou worden, schreef hij als resultaat van intensieve introspectie: “Il faut conclure et tenir pour constant que cette proposition: «Je suis, j’existe» est nécessairement vraie, toutes les fois que je la prononce, ou que je la conçois en mon esprit.” Dat beredeneerde dit niet; hij beleefde het naar lichaam, ziel en geest rechtstreeks zo. Niks cogito ergo sum” – niks “ik denk dus ik ben”. Ik ben, heel eenvoudig, als zodanig een denkend wezen. Denken is de determinant van mijn leven. In feite is Descartes door de vertekening die latere lezers van zijn verhaal gemaakt hebben de vader van het oer-misverstand van onze eigentijdse filosofie geworden.
    . Tot zover over [mijn en ‘andermans’ = “anderemensens”] ‘cognitie’ = eenheid van [1] subjectef/individueel geloven/’weten’ waarin absolute vrijheid heerst [2] intersubjectieve communicatie over wat ik weet / jij weet / wij weten / men weet / … … ; hier heerst relatieve (on)vrijheid en objectief ‘weten’ [noteer de aanhalingstekens rond weten] = onbetwijfelbare feitelijkheid [bijv. ‘De aarde is rond en draait in een ellips om de zon’ of ‘De genetische informatie is vastgelegd in DNA = DesoxyriboNucleicAcid en niet in een eiwit]; hier heerst absolute onvrijheid: wie dit niet erkent, doet niet meer mee. Ofewel objectief-intersubjectief-intersubjectief is een gradueel verschil van 0 – via 0, 000 001 en 0, 999 999 naar – 1 voor wie het liever kwalitatief ziet: cognitie is een fenomeen in alle kleuren inclusief infrarood en ultraviolet.

    II. Nu over uw ‘… een natuurlijke dood sterven, anders reïncarneren we niet goed!!? Er is geen bewijs voor en er is nog nooit iemand na zijn dood komen vertellen dat het allemaal doorgaat en we allemaal reïncarneren.’ …’.
    Dat ligt [beter: ‘Dat beweegt zich!] dus ook tussen 0 en 1.
    Ik vat weer zo goed mogelijk kort samen:

    1. De zgn. BDE, tegenwoordig meestal aangeduid als N(abij de)DE, is een nieuw fenomeen. Er zijn, zo ver de geschiedenis teruggaat, berichten over mensen die verteld hebben wat ze beleefden toen ze meenden dat ze dood waren, maar de echte geschiedenis van de NDE als nieuw fenomeen begon in 1892, met de eerste publicatie hierover, van de Zwitserse geoloog en alpinist Albert Heim von Sankt Gallen. Hij had alle berichten verzameld die hij kon vinden van mensen die, net als hij zelf, onverwacht opeens door een ongeval gemeend hadden dat ze dood zouden gaan.
    2. In de volgende decenniën werd de BijnaDoodErvaring een min of meer bekend thema in de Europese cultuur. Maar vanaf het midden van de 20e eeuw werd deze ervaring een essentieel ander verhaal. De intensive care kwam op, en steeds meer mensen die al meer of minder lang ernstig ziek waren of bijna fataal gewond waren geraakt, bleven leven. Sommigen maakten dan iets mee dat enerzijds meer of minder lijkt op, maar anderzijds in enkele belangrijke opzichten verschilt van wat in 1892 in de eerste publicatie was gerapporteerd. Dat verschil kreeg niet de aandacht die het moet krijgen, maar de BDE werd een intens populair item in de media.
    3. In de media verschenen steeds meer berichten maar ze gingen steeds vaker over andere, minder pregnante ervaringen – over ‘licht aan het eind van de tunnel’, over visioenen in de geest van Jeroen Bosch etc. Zoals te verwachten, waaierde de discussie alle kanten uit, en in de volgende jaren werd de BDE een bekend en controversieel item.
    4. Rond de eeuwwisseling was het een tijdlang een regelrechte hype. Die tijden zijn voorbij, maar iets anders is niet voorbij: de vraag of de BDE/NDE énige reële kennis geeft over wat er gebeurt nadat een mens gestorven is, dan wel zomaar een vrijblijvend visioen is dat het brein onder bijzondere omstandigheden soms ‘produceert’.
    5. In de hoogtijdagen van het debat werd die vraag enerzijds vaak met nadruk gesteld en navenant tegenstrijdig beantwoord, anderzijds door velen, vooral in wetenschappelijke kringen bejegend als prototype van een probleem dat in het kader van de laicité als een soort ‘vrije kwestie’ afgedaan moet worden en dus terecht genegeerd wordt. Op het hoogtepunt, omstreeks 2000, verwierf cardioloog Pim van Lommel wereldfaam met werk over de BDE waarvan ik hierbij voorspel dat het de geschiedenis zal ingaan als een mega-misverstand.
    6. Anno 2019 doet dit aspect van de BDE/NDE zich in de media niet meer zo hard voor als twintig jaar geleden, maar intussen is wel iets nieuws aan het gebeuren. Het ‘voltooid leven’ initiatief zoals dat nu speelt, bevordert voortgaand agnosticisme. Dat kan onherstelbare gevolgen krijgen voor iedereen. Als de mens maar lang genoeg volhoudt dat er niets te weten valt over een eventueel hierná, zal dit hierná, dat misschien echt bestaat, als gevolg van die verwaarlozing van de aandacht ervoor gaandeweg verdwijnen en er ten slotte als zodanig daadwerkelijk niet meer zijn. Dat lijkt mij aanleiding voor een agonizing reappraisal [de vakterm voor een wereldwijde acute noodsituatie die in 1953 vanuit Amerika in het publieke debat kwam] van de vraag of de BDE/NDE wel of niet een reële voorspellende waarde heeft inzake wat na dit, al dan niet expliciet als ‘voltooid’ beschouwde, leven komt.
    7. Een nieuwe tijdgeest gaat door de wereld. Hij brengt een als ‘existentieel’ te karakteriseren nieuw type emancipatie op gang. De essentie is een relativering van het verschil tussen leven en dood. Het absolute verschil tussen dood en leven verandert. Een nieuw type relatie ontwikkelt zich.
    Een van de onmiddellijke consequenties van deze verandering is ‘toepassing’ ervan in het programma ‘Voltooid leven’. Het wordt normaal dat mensen zelf gaan bepalen dat, wanneer en hoe zij hun leven als ‘voltooid’ beschouwen en dan zelf, met of zonder hulp van een of meer anderen, dit ‘voltooide’ leven beëindigen. Een consequentie van deze toepassing is dat zekerheid moet ontstaan over wat nu wereldwijd ‘rondzingt’ als de BDE. Daartoe omschrijf ik het in de vorm van een ‘beoogde wetenschappelijk feit’ zó: Soms maakt een gezond mens absoluut onverwacht pèr-acuut iets mee waardoor zich als een flashbulb memory de beleving ‘Nu ben ik dood’ in hem of haar voordoet. De eerste beschrijving hiervan (1892, van Albert Heim) heeft het karakter van de eerste tekst over een nieuw paradigma. Achteraf kunnen deze mensen vertellen hoe zij zonder angst opeens in een zeer helder moment van denken gewaar worden hoe hun gedachtegang versnelde. In een flits zien zij hun leven aan zich voorbijschieten, direct daarna zijn ze weer geheel bij bewustzijn. Dan weten ze onmiddellijk wat ze meegemaakt hebben. Ze weten voor de rest van hun leven, dat hun beleving authentieke waarheid weergeeft en een soort ‘voorschouw’ biedt op wat hen te wachten staat wanneer ze echt dood zullen zijn. Ze voelen een intens verlangen er met anderen over te spreken en worden tegelijk gewaar dat alle woorden van de wereld ontoereikend zijn om ook maar iets van de authentieke flavour van de beleving aan anderen mee te delen.
    8. Ik stel hierbij voor om (1) deze beleving te duiden als de originele, authentieke Near Death Experience oftewel een anticipatie op het ‘persoonlijk postmortaal levenspanorama’ dat de facto in de eerste momenten na de echte dood optreedt, om deze NDE (2) zodoende te ‘codificeren’ als ‘wetenschappelijk feit’ , en om (3) hierover een publiek debat te entameren met bijzondere aandacht voor deze stelling: ‘De enige theorie die bruikbaar is om de punten (1) en (2) uit te werken ligt in het mensbeeld in termen van ‘wezensleden’ volgens het mensbeeld van de antroposofie van Rudolf Steiner die lichaam, ziel en geest van de mens tijdens het leven bijeenhouden, die tijdens een NDE, waarin de tijd daadwerkelijk zeer kort, een exaifnês, stil staat, éven (bijna) helemaal los van elkaar komen, en na de dood definitief uiteenvallen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *