‘Zou het dan toch waar zijn?’

dec 05, 17 ‘Zou het dan toch waar zijn?’

Herinneringen zijn rare dingen. Zo’n compacte openingszin moet je natuurlijk toelichten. Het eerste wat daartoe bij me opkomt, is een vraag: ‘Zijn herinneringen reëel of niet?’

Het eerste antwoord dat dan komt, is: ‘dat hangt er van af wat je onder reëel verstaat’. Dat lijkt een dooddoener maar dat is het niet. Ik licht dit toe aan een actuele herinnering. Of het wel of niet een reële herinnering is, weet ik niet.

Omstreeks 1946 zag ik met mijn moeder de aankomst van Sinterklaas per boot over de Rijn in Arnhem. Noteer het ‘omstreeks’. Ik was toen omstreeks 9 jaar oud. Waarschijnlijk geloofde ik toen niet meer aan Sinterklaas. Maar het kan [ALS in die jaren zo’n intocht plaats vond] ook in 1943 of zelfs 1942 zijn geweest [maar niet in 1944 of 1945, want toen was ik met Sinterklaas niet in Arnhem; dàt zijn essentieel reële herinneringen]. Waarschijnlijk geloofde ik in ’42 en ’43 nog wel aan Sinterklaas, want toen was ik 5 resp. 6. Wat ik mij redelijk reëel ook ‘herinner’ is dat mijn moeder mij na 1946 meerdere malen vertelde over hoe wij daar 5 december ‘anno negentien-twee- of -drie- of zes- of misschien zelfs -zeven-en-veertig aan de Rijnkade waren en hoe zij een ander jongetje tegen zijn moeder hoorde zeggen wat nu als titel boven dit stukje staat. Zó een overtuigende indruk maakte die aankomst op hem.

Ik laat nu Sinterklaas even voor wie of wat hij is, en noteer alleen dat volgens mij iedereen uit eigen ervaring wel varianten kent van wat ik hier beschrijf. Het is een algemeen verschijnsel en wordt steeds actueler. NRC had er 25 november een boeiend verhaal over (van Karel Knip in katern Wetenschap). Ik citeer:

‘Het geheugen is een onbetrouwbare partner. … Hoe ver kan het falen en fabuleren van het geheugen gaan?  … Het boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van de psycholoog Douwe Draaisma uit 2001 beschrijft de indrukwekkende kracht én onthutsende zwakte van het menselijk geheugen … Wie het werk zo lang na de verschijningsdatum leest vraagt zich af of het oordeel over het menselijk geheugen in die zestien jaar niet is bijgesteld. Pas de laatste twee decennia is in volle omvang duidelijk geworden hoe gebrekkig het geheugen is. Internet geeft ons inmiddels toegang tot krantenarchieven, YouTube stelt ons in staat oude films te herzien, de smartphone houdt bij waar we waren, wat we deden en zeiden en doet dat – heel belangrijk – veel terloopser dan een dagboek. Herinneringen aan het verleden zijn op elk moment te checken. Keer op keer levert dit schokkende ontdekkingen op. … Het is een rommeltje daarboven [de auteur bedoelt: in ons brein], het is er rommeliger dan we ooit konden nagaan. Dat pijnlijk inzicht danken we aan de micro-elektronica, het klinkt een beetje ouwelijk. Anderzijds behoedt die elektronica ons voor ergerlijke onzin. In 1997 is in deze rubriek een griezelige toevalligheid beschreven. Van een lezer die maar eens in de vijf jaar opbelde was een aantekening gevonden en gearchiveerd. Minder dan een uur later belde hij op, een huiveringwekkende coïncidentie. Toen daarna nog meer aantekeningen boven water kwamen bleek dat hij wel twee keer per jaar belde. Zulke fouten maken we niet meer.’

En zo is het, en zo veranderen de tijden. Het plaatje met bijschrift licht verder toe wat ik hier wil zegen.

‘Iedereen heeft zijn eigen waarheid’, zeggen sommige postmodernisten. Dat is natuurlijk onzin. Maar wel heeft iedereen zijn eigen herinneringen, en die zijn voor iedereen een andere eigen mix van reële waarheid en fictie. Inzake Sinterklaas weet ik ‘uit de eerste hand’ een paar bijzonderheden uit het recente verleden redelijk zeker. Ten jaar geleden, eind november 2007, had mijn levensgezellin een prachtige plaat opgehangen van Sinterklaas die over de daken rijdt. Kleindochter Andrea, toen ruim twee jaar oud, riep als eerste blijk van herkenning toen ze die plaat zag: ‘Boekje!’ En pas toen zag ik het ook: Sinterklaas zit inderdaad op zijn paard in zijn boek te lezen terwijl Zwarte Piet met de cadeautjes bezig is, maar je moet goed kijken om dat te zien, en wat Andrea trof was allereerst het – inderdaad opvallend kleine – boekje waar Sinterklaas vol aandacht in zat te lezen. En DIT is echt waar gebeurd.  Deze tekening is overgenomen uit het boekje over Sinterklaas in de serie Jaarfeestenboekjes  van de Zonnejaargroep, uitgegeven door ABC Antroposofie, Assen, 2007. ISBN 13: 978 73310-51-2.73310-51-2

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

1 reactie

  1. Ruud Schmitz /

    Jammer dat je het ondanks de introductie die toch doet vermoeden dat je dieper in zult gaan op het onderwerp valse herinneringen nog steeds voornamelijk hebt over falend geheugen. Ik had me op meer verheugd…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *