‘Zou het dan toch waar zijn?’

dec 18, 18 ‘Zou het dan toch waar zijn?’

Het is weer de tijd van De Donkere Dagen Voor Kerstmis, allemaal koud en nat en grijs en zwart. Gelukkig gloort er licht aan de kim. Als de volgende Ster van Kralingen-Crooswijk verschijnt, worden de dagen alweer langer, en zijn we beland in het nieuwe jaar. Maar nu ben ik nog in de stemming om terug te kijken – en het wordt echt een beetje een kerst-nieuwjaarsverhaal.

Het begint ruim een halve eeuw geleden, ergens eind november omstreeks 1947. Veel was toen anders dan nu, veel is hetzelfde gebleven. Sinterklaas komt aan – niet met een grootse landelijk gevierde intocht, alleen op vele plaatsen lokaal, en er is geen sprake van enig gedoe inzake Zwarte Piet. In Arnhem ben ik er met mijn moeder bij op de Rijnkade. Veel herinner ik me er niet van – alleen een paar vage beelden van kinderen met ouders. Eén herinnering is onvergetelijk – vooral doordat mijn moeder er in volgende jaren vaak over gesproken heeft. Een van de kinderen, iets jonger dan ik, is zó onder de in druk van het feitelijke gebeuren, dat hij hardop tegen zichzelf zegt: ‘Zou het dan tòch waar zijn?’

Het is een mooi stukje realisme. Ieder nieuw mensenkind houdt onvoorwaardelijk voor waarheid wat de oudere, al langer aanwezige medemensen hem voorhouden. Inzake Sinterklaas blijkt dan, ergens halverwege de kinderenjaren dus, dat het niet helemaal waar is wat men hem voorgespiegeld heeft. Problemen geeft dat hoegenaamd nooit. Hoe dat komt, ligt vervat in mijn behoedzame formulering dat het ‘ … niet helemaal waar is’. Er ligt veel mooie, echte waarheid verborgen in het legendarische ritueel dat is opgebouwd rond Nicolaas van Myra (ca. 280-350). Alleen moet men, om die te onderkennen, éven door de kleurrijke uitdossing heen kijken van de zgn. Goedheiligman, en vooral door het heel andere aspect van de kleur van het sinterklaas-en-zwarte-piet-feest waardoor Nederland sinds een paar jaar internationaal in opspraak is gekomen.

Als het lukt om dat kleur-probleem van Piet weg te werken, zal niet alleen de kou uit de lucht zijn, maar kan ook het realisme van het Sinterklaasfeest op een hoger plan getild worden. ‘Pakjesavond’ kan een soort variant van het ‘coming of age’ worden, een ‘rite de passage’, waardoor het kind één op één met de volwassenen kan spelen.

En dat niet alleen. ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen’, leren wij weliswaar uit de Handelingen der Apostelen (20:35), maar dat is natuurlijk wel héél hoog gegrepen. Dichterbij en, inderdaad, realistischer, is het om voor andere deelnemers aan het feest surprises maken, wetende dat je er zelf ook (minstens) één krijg. De traditie om bij de surprises elkaar in dichtvorm enige feedback te geven, maakt het zelfs nog echt leuk ook.

Een paar bijzonderheden verdienen vermelding. Op 15 januari 2015 werd het Sinterklaasfeest op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst. Drie jaar later kookten de rapen bijkans over van de gaarheid in verband met de zwartheid van Piet. Op 17 november 2018 lanceerden enkele Facebook-relschoppers een nepbericht om met nadruk ook de zwarte kleur van Zwarte Piet daarin betrekken. Althans zo lijkt het; wie al die voorbije weken wat in cyberspace gedaan heeft en wat daarvan echt resp. nep was en/of nog steeds is, valt niet te achterhalen. Wel staat vast dat Godfried Bomans omstreeks 1970 in zijn katholieke jeugdherinneringen (‘Beminde Gelovigen’) schreef: ‘Wie van plan is een boek te schrijven over de evolutie van het religieus besef in Nederland … , die kan ik eenvoudig middel aan de hand doen. Hij moet de figuur van Sinterklaas nemen. De telkens wisselende manier waarop deze behandeld wordt, is een aardig symbool van de godsdienstige beleving, die elke nieuwe generatie weer door de juiste houdt.’

Ik kan niet voor mijn generatie spreken, maar voor mezelf stel ik dat het een goede manier is om in de toekomst het feest van Sinterklaas en roetveeg Piet te vieren onder het motto ‘Het is veel aardiger om te geven en te ontvangen dan om alleen maar te geven’. En aangezien op afzienbare termijn de realiteit van de reïncarnatie onderkend zal worden, mogen wij daarop vooruit lopen door in te zien dat wij [= alle witte mensen] allen in een vorige incarnatie een zwarte huidskleur hadden en/of in een volgend leven zullen krijgen.

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

1 reactie

  1. Frans Wuijts /

    Je slotzin straalt een onverwoestbaar optimisme uit. Chapeau!

    Een goede Kersttijd!
    Frans

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *