Als gematigde salon-columnist maak ik me niet zo snel kwaad. Kwaad worden leidt ook vaak tot niets en je voelt je er na afloop eerder slechter dan beter door. Maar omdat ik van mening ben dat ik als mens alle emoties die er bestaan op zijn minst één keer moet hebben meegemaakt, nu dus wel. Er zijn mensen die om allerlei redenen naar onze stad komen, vluchtelingen, gelukszoekers, opportunisten, zoals ik. Uit ons land zelf, of uit het buitenland. Maar wat blijkt bij de niet-Nederlanders? Dat ze vaak slecht inburgeren. Het samenleven met ons en onze normen en waarden worden niet altijd gewaardeerd en dat levert de nodige conflicten op. Om die reden heeft onze wethouder Schneider bedacht om een 5daagse inburgeringswerkweek te organiseren voor de nieuwe allochtone Rotterdammers. Bravo, goed werk, sta ik helemaal achter.

Ik kan me zelfs voorstellen dat er na 6 maanden nog een opfriswerkweek bij moet komen. Dan kunnen werkelijke ervaringen uitgewisseld worden. Maar, vraag ik de wethouder af, waarom krijgen wij, de reeds jaren in Rotterdam wonende burgers niet ook een werkweek? Een uitburgeringswerkweek? Wij moeten toch ook wennen aan die nieuwgekomenen, met hun klederdracht, hun moeilijke verstaanbaarheid en soms zelfs hun andere geur? Waarom krijgen wij niet zo’n werkweek? Denk daar eens over na. Ruzie komt altijd van twee kanten en niet altijd omdat een van de twee ongelijk heeft. Soms begrijpen we elkaar gewoon niet omdat we anders zijn opgegroeid. Er zijn zo’n 600.000 bewoners in Rotterdam en slechts 1500 mensen die u voor de werkweek wilt selecteren. Doe mij een lol: maak ook cursussen voor ons, die 600.000. Hoeft niet verplicht, hoewel een rechter er misschien wel een taakstraf in ziet, maar geef ons een mogelijkheid. Onlangs had ik een akkefietje met een norse buitenlandse man die dacht dat ik hem uitlachte. Dat was niet zo, ik moest lachen om een poster die achter hem hing, maar ik kreeg hem dat niet uitgelegd. Kort lontje en slechte taalbeheersing. Kortom, meneer de wethouder: wij zijn nu de burgers van Rotterdam. Burger ons uit.

Eduard Schuringa

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)