Vorige week was het bij ons in Kralingen Eurekaweek. Ik schreef toen over mijn herinnering aan mijn existentiële ontmoeting met grafisch ontwerper Kees de Vries die het filosofisch labyrint had getekend dat in het hart van de vorige Ster stond. Het ging over hoe ik in een oogwenk van hem geleerd had dat beelden die je visueel of in je verbeelding ZIET en woorden die je HOORT OF LEEST, verschillende ‘talen spreken’. Op de site van De Ster is het allemaal na te lezen. Vandaag ga ik er nog eens op door.

Het idee van dat filosofisch labyrint was om een BEELD te geven van hoe de mens doolt tussen wijsheid en begeerte. Beelden zijn een ondergewaardeerde dimensie van de menselijke kennis. Veel meer dan we ons ervan bewust zijn, oordelen en handelen we op basis van innerlijke beelden die we uit ons herinnering halen of in onze fantasie oproepen.

Zulke beelden kun je ook in woorden oproepen. Mijn favoriete is de typering van een mannelijk persoon in het romannetje Even Cowgirls Get the Blues (Tom Robbins, 1976): ‘Zijn glimlach lag op zijn gezicht als de eerste kras op je nieuwe auto’. Elke keer als ik die zin opschrijf, moet ik even stoppen om goed te kijken naar wat ik in mijn verbeelding zie. Memorabel is ook deze zin van Kafka: ‘We aten iets wat ongelukkigerwijze niet van ons bord zou verdwijnen voor we het hadden doorgeslikt’ (geciteerd door Marjoleine de Vos, NRC Handelsblad 19 juni 2015).

Nu moet ik even stoppen om te proberen – wat niet volledig lukt – te zien wat precies de overeenkomsten en verschillen zijn tussen die twee beelden.

Deze overwegingen zijn, vergis u niet, lezer, serieuze zaken. Ze vatten een veelbelovende actuele trend in de klinische psychologie, met name in de cognitieve psychotherapie samen. In het kader uitlopende aardappelvan hun specifieke relatie roept de therapeut de cliënt op om in haar of zijn verbeelding mooie beelden op te roepen. Samen kijken ze dan naar die beelden en spreken ze erover. Als ze dat goed doen, kan dat maken dat ze de akelige beelden van de cliënt, die allerlei klachten veroorzaken, wegdringen.

Ik moet weer even stoppen. Nu zie en hoor ik Kees de Vries weer, toen hij bij mij het beeld opriep van een uitlopende aardappel. Ik probeer al een week hem te traceren – lezer, HELP ME DAARBIJ! Lees verder op de site.

Hugo Verbrugh

Terwijl ik dit stukje schreef, bedacht ik dat misschien niet alle lezers – vooral de jongere niet – nog weten wat een ‘uitlopende aardappel’ is. Dat vraag om een toelichting. Vroeger, tot ongeveer eind vorige eeuw, zag je vaak aardappels met rare draadjes eraan. ‘Scheuten’ heten die draadjes in de botanie (= plantkunde). Het zijn nieuwe stengels met bladeren of bladeren en bloemen, die gevormd worden door het uitlopen van een knop. In de aardappelkunde heten ze dus ‘uitlopers’. Ze ontstaan vanzelf als aardappelen te lang of te warm bewaard worden. Een ‘uitlopende aardappel’ is dus een aardappel die zulke uitlopers heeft gekregen. Hij heeft een plaatsje gekregen in het onderwijs van de filosofie doordat ik Kees de Vries had gevraagd om op basis van een plaatje van een veelarmige exotische god(in) een logo voor dit onderwijs te maken. De rest van de toelichting kunt u nalezen in het vorige stukje, dat op de site van De Ster voorlopig bewaard is.

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)