Er wordt wel beweerd dat gemeenten onderling geen afspraken maken. Natuurlijk is dat niet waar. Neem nu het weren van auto’s uit de binnenstad: autoluwe zones, milieuzones waar je op kenteken wordt geweerd enz. Daar zijn afspraken over gemaakt. Openbare en geheime. De belangrijkste afspraak is volgens mij – maar dat moet ik nog controleren – dat iedere gemeente op haar eigen wijze de zones inricht. Het doel is natuurlijk dat mensen die in het weekend grote dingen willen kopen en dus hun auto nodig hebben, vanzelf naar winkelcentra en outlets buiten het centrum gaan. Alleen rustig lopend publiek mag de stad in. Zonder te veel uitlaatgassen. Zoals eerder vermeld op deze plek vind ik het vervelend dat gemeentes zoveel moeite doen om winkeliers van hun klanten af te helpen. Maar de meerderheid beslist nu eenmaal en ik ben een minderheid. Toch kreeg ik onlangs weer een sprankje hoop. Autodealers zijn optimistisch. Wat blijkt namelijk? Milieuzones, of op zijn minst de lobby’s daarvoor, worden financieel ondersteund door de grote autoproducenten. Zij doen dit – is mij verzekerd – omdat nu de subsidies op elektrische auto’s in NL sterk zijn verminderd, zij de verkoop van elektrische auto’s willen verbeteren.

Zelf hebben zij geen last van het verdwijnen van klanten in de binnenstad, hun dealers zitten vooral daarbuiten. Men slaat dus 2 vliegen in 1 klap. Om het centrum van een stad in te mogen heeft iemand een elektrische auto nodig. En zolang men die niet heeft, wordt men gedwongen om zijn inkopen buiten het centrum te doen en komt men automatisch langs de autodealer. Sluw hè? Maar het kan ook anders. Gevraagd of degene die mij dit allemaal vertelde zelf een elektrische auto rijdt, zei hij van niet. “Ik rijd met een buitenlands kenteken en daaraan kun je helemaal niet zien wat voor auto het is of hoe oud die is. Ik kom overal in!” Vrolijk dronk hij zijn 6e biertje op en reed weg. Ik liep naar huis, nadenkend, maar niet tobbend.

Eduard Schuringa

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)