De titel van mijn stukje van vandaag heb ik gejat uit Trouw van afgelopen zaterdag, eerste katern, rubriek Opinie, blz. 27 en 28. Die zeven woorden stonden letterlijk zo boven een artikel van Irene Gosselink: ‘Het gebruik van beeldschermen bij baby’s, peuters en kleuters heeft veel negatieve effecten’, waarschuwt zij (ruim 1400 woorden!): ‘Jonge kinderen leren veel beter door te zien, te horen én te ervaren/voelen/bewegen dan door alleen te zien en horen vanaf een plat scherm’.  trouw.nl/opinie/haal-jonge-kinderen-alsjeblieft-achter-dat-beeldscherm-vandaan Waar heb ik dat eerder gelezen of gehoord? Op veel plaatsen en vanaf al heel lang geleden. Voor het eerst omstreeks 1960. Ik studeerde in Utrecht, leerde Frits Wilmar kennen, arts voor kinderen met een beperking in Zeist. Die wist veel van neuropsychologie. Hij kende bij voorbeeld het toen onbekende boek ‘Der Gestaltkreis – Theorie der Einheit von Wahrnehmen und Bewegen‘ van Viktor von Weizsäcker (1940). In 1964 schreef hij een klein boekje: ‘Over de invloed van radio en televisie op kleuters en jonge kinderen’: televisie is voor kinderen tot tien jaar letterlijk ’geestdodend’. De aard van het medium maakt dat ze niet kunnen nabootsen wat ze op de buis zien, en dat bewerkstelligt een mentale verlamming. Recente inzichten in de cognitieve neurowetenschappen geven steun aan de stelling van Wilmar. Samen met Peter van Domburg, neuroloog en neurofysioloog, heb ik, toen die inzichten bekend werden, een her-uitgave van dit boekje gemaakt. Deze heruitgave werd op 24 oktober 2008 gepresenteerd in een expert meeting waar vijftig deskundigen en betrokkenen uit politiek, media, wetenschap, onderwijs, opvoeding en jeugdzorg discussieerden over de invloed van televisie op de mentale ontwikkeling van kinderen. Het verslag van deze meeting alsmede de heruitgave van het boekje van Wilmar zal ik digitaal beschikbaar maken zodra één geïnteresseerde zich gemeld heeft.

Tekst loopt door onder de afbeelding

De afbeelding op de omslag van het verslag is een illustratie van ‘de parabel van de peuter bij de wasmachine’. De clou van die parabel is de mix van begrip en onbegrip die wij vaak tegenkomen als we over het werk van Wilmar spreken en schrijven. Iedereen die met kleine kinderen omgaat, weet dat ze gefascineerd kunnen kijken naar hoe de trommel van de wasmachine draait. Op blz. 77 en elders van de heruitgave van het boek wordt dit toegelicht. Wat daar niet staat, is een commentaar dat we in het Reformatorisch Dagblad van 24 oktober 2008 aantroffen. Ik citeer: ‘De tv kent maar één register: van amusement. In die zin stompt het veel-kijkende kinderen af. Maar er is meer. De tv voorziet in een groot aantal beelden. Kinderen gaan niet drie uur voor een draaiende wasmachine zitten kijken, terwijl het voor veel kinderen geen enkel probleem is als zij drie uur voor de tv hangen’. Dat is volkomen juist – maar daar gaat het niet om bij de draaiende wasmachine. Het gaat erom dat het kind actief en met gebruikmaking van al zijn zintuigen kan ‘meedoen met’ de was-machine (bij voorkeur uiteraard begeleid door moeder of andere volwassene): vooraf de vuile was erin (eventueel ruikt het kind dat die vuil is!), zeep in het bakje, deurtje dicht enzovoort, en ten slotte de schone was uit de machine halen. Zo draagt het werk met de wasmachine bij aan de ontwikkeling van de motorische intelligentie (zie blz. 238 van het boek). En alleen daarom gaat het. (H.V.)

Hugo Verbrugh

PS: Ik heb twee maal eerder over dit thema geschreven in De Ster

desteronline.nl/koning-geen-televisie-mocht-kijken en

desteronline.nl/heftige-onderwerpen


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.