Herinneringen tussen feit en fictie

apr 24, 18 Herinneringen tussen feit en fictie

Vorige week over schreef ik hier weer eens over mijn favoriete thema: “Reïncarnatie (?)”; zie desteronline.nl/waarheid-en-fantasie-in-de-herinnering.  De conclusie liep vast in  drie vraagtekens. Dat schiet dus niet op. Om toch verder te komen doe ik nog een stap verder terug en verwijs naar wat ik twee weken geleden schreef. Dat ging over reïncarnatie en de Nationale Vertelschool in Enschede; zie desteronline.nl/taal-als-interface

In dit stukje koppel ik de thema’s van de vorige twee weken aan elkaar, en geef ik er een nieuwe draai aan. Om het lekker concreet te maken giet ik het in de vorm van een eerste ontwerp in twee dozijn genummerde punten [mede bedoeld voor eigen gebruik] voor de eerste aflevering van een cursus die ik wil gaan geven over reïncarnatie en de traditie van de vertelkunst oftewel storytelling [dat Engelse woord is tegenwoordig gangbaar Nederlands. Lees maar na via Google].

  1. De tijden veranderen en wij veranderen met hen.
  2. Dat is klassieke oude wijsheid. Nieuw is het inzicht dat nu alles essentiëler anders wordt dan alles ooit eerder anders is geworden.
  3. Nooit eerder in de geschiedenis zijn begin en einde van het leven zó sterk veranderd als ze nu, sinds einde 20e eeuw anders-anders worden dan ze ooit eerder werden.
  4. Vooral begin en einde van het leven worden ‘anders’ anders en zijn nu steeds sterker onderwerp van niet-vrijblijvende, voor ieder mens dwingend relevante politieke discussie. Zie desteronline.nl/nieuwe-sprakeloosheid ,desteronline.nl/aboutaleb-sies-en-hiernamaals, desteronline.nl/wet-op-levensvoltooing, desteronline.nl/brede-discussie-voltooid-leven-wel en vele andere eerdere stukjes in ons mooie Kralings-Crooswijkse maandblad en op De ster Online.
  5. Op opmerkelijke wijze afwezig in deze discussie is het thema reïncarnatie.
  6. Hoe dat komt, kunnen wij ons wel voorstellen.
  7. Reïncarnatie gaat over wat misschien nog komt als je dood bent. Daar weet niemand met zekerheid iets van.
  8. Geen wonder dus, dat bijna iedereen dit onderwerp op een veilig plekje in de comfortzone wegstopt.
  9. Maar dat KAN anders, want reïncarnatie gaat ook over wat er misschien al was voordat je geboren, zelfs voordat je geconcipieerd was.
  10. En dat speelt hier en nu verder. Bovendien heeft dáár iedereen in jouw omgeving mee te maken.
  11. Tot punt 10 hierboven klonk het, voor wie niet op voorhand allergisch is, allemaal nog mooi concreet – maar in dit volgende punt wordt het wazig. Wat gebeurde er, hoe ging het, ‘waar ‘was’ ‘je’ [tussen aanhalingstekens want de vraag lijkt op voorhand onbeantwoord- zelfs niet eens behandelbaar], tussen het einde van je vorige en het begin van je nieuwe leven?

‘Oral history’, mondeling overgeleverde geschiedenis, is een actueel hoofdstuk in de wetenschap van de geschiedschrijving. Het schilderij op de omslag van dit boek is van Jan Steen: Rederijkers bij een raam, 1663-1665.

  1. Maar we gáán door, want op de vraag in punt 11 is zuiver theoretisch filosofisch een goed antwoord te geven.
  2. Het komt van de Griekse filosoof Plato, omstreeks 400-300 v.C. Hij stelde dat eigenlijk al onze kennis voor een groot deel herinnering is.
  3. Hij heeft gelijk. DUS leven ‘ergens’, ‘op een of andere manier’ wel degelijk herinneringen aan vorige levens in ons.
  4. Maar wij zijn ons daar niet van bewust. Dat komt doordat we vlak voor ons geboorte door de Lethe, de rivier van de vergetelheid gaan.
  5. Maar met enige oefening kunnen we deze vergetelheid tenietdoen, en de verloren gewaande herinneringen weer in ons bewustzijn brengen.
  6. Dat proces heet ‘anamnesis’: ‘ana’ = op, omhoog, ‘mnesis’ = herinnering(en).
  7. EN NU KOMT DE STORYTELLING IN HET VERHAAL!
  8. De cognitieve psychologie van de laatste decenniën heeft aangetoond dat herinneringen nooit gewoon ‘bewaard’, ergens ‘opgeslagen’ worden vanwaar we ze weer tevoorschijn kunnen halen. We maken ze, telkens als we ons ervan bewust worden en al helemaal wanneer we ze vertellen opnieuw.
  9. En dat nieuw-maken van oude herinneringen kàn niet zonder dat we dingen weglaten, toevoegen, vertekenen, … … – kortom: zonder dat we onze herinneringen anders maken dan ze waren.
  10. Dat geldt voor alle herinneringen en – en dat is het USP van mijn stukje deze week – dat geldt ook voor anamnesis.
  11. Het goede nieuws daarbij is dat hardop herinneringen vertellen aan mensen die met empathie luisteren kan helpen om de herinneringen zuiverder, waarheidsgetrouwer te maken.
  12. Verhalenvertelkunst, instituties als de Nationale Vertelschool zijn DE perfecte plaatsen om dit te oefenen.

Lees alvast verder in de hierboven aangeduide aanklikbare oudere stukjes in De Ster en ga eventueel verder in

desteronline.nl/akashakroniek-reincarnatie-revisited en desteronline.nl/grensoverschrijdende-ervaringen.

WORDT VERVOLGD (in dit leven!)

Hugo Verbrugh

Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

1 reactie

  1. Het bijschrift bij het plaatje verdient een aanvulling. Het boek stamt uit 1998 en de flaptekst luidde: ‘Lezen en schrijven zijn in de hedendaagse samenleving vanzelfsprekende bezigheden. Dat is niet altijd zo geweest. De verschriftelijking van onze samenleving begon in de Oudheid en is nog steeds niet voltooid. Wanneer men het schrift niet kan of wil gebruiken, neemt men zijn toevlucht tot de oraliteit: het geheel van niet-schriftelijke vormen van communicatie. Het gaat dus niet alleen om het gesproken woord maar ook om houdingen, gebaren, geuren en smaken. In dif boek komen heel uiteenlopende vormen en aspecten van oraliteit aan bod zodat de lezer zich een beeld kan vormen van het enorme belang van niet-schriftelijke communicatie in heden en verleden. Marco Mostert leidt aan de Universiteit Utrecht het Pionierproject ‘De verschriftelijking van de vroegmiddeleeuwse samenleving’.
    Het woord en het begrip ‘verschriftelijking’ hebben in de afgelopen twintig jaar veel meer betekenis gekregen dat de eerder hadden

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *