‘Beeldend denken’: een verhaal over twee plaatjes

jul 17, 18 ‘Beeldend denken’: een verhaal over twee plaatjes

Vorige week schreef ik hier over een boek dat ik in één adem uitgelezen had [desteronline.nl/een-unieke-ziektegeschiedenis]. Ik illustreerde één aspect ervan aan twee plaatjes, waarvan er één niet was afgedrukt. Deze week gaat het ook weer over een boek en twee plaatjes. Of, liever, het gaat eigenlijk over twee boeken en veel, zeer veel plaatjes, waarvan er twee op het scherm visueel-zichtbaar zijn.

Ik begin met een klein gedachtenexperiment. U, lezers, bent in een museum, ik ben kunsthistoricus, leid u rond en geef toelichtingen, en nodig u nu uit heel geconcentreerd naar het eerste plaatje te kijken. Daar ziet u de omslag van een boek waarvan de titel u bekend zou kunnen voorkomen. Op 13 maart van dit jaar heb ik over een boek van dezelfde drie auteurs en met bijna  dezelfde titel hier geschreven: desteronline.nl/van-oude-en-nieuwe-ziekten-de-kwalen-die-voorbijgaan. In deze ‘revisited’-variant bezinnen wij ons op de vraag wat wij nu anders zouden schrijven in ‘Denken over geneeskunde’ (download hier en hier) als we dat opnieuw zouden schrijven. In mijn rol van rondleidende en toelichtingen gevende kunsthistoricus nodig ik u nu uit om speciaal te kijken naar het plaatje van de berg. Wellicht herkent u de Mont Ventoux, de berg in het zuidoosten van Frankrijk die sinds enkele jaren vooral bekend is in verband met de wielersport in het algemeen en met de daaraan gekoppelde fondsenwerving voor onderzoek naar kanker in het bijzonder. Eén bijzonderheid valt op. Op de top ziet u vier kleine, verticale zwarte streepjes. Als u goed kijkt, ziet u misschien dat het figuurtjes zijn die personen verbeelden. En met een loep kijkend kunt u deduceren dat het vier personen zijn. Wat u op dat plaatje van het libellus-omslag niet kunt zien, wordt op het tweede plaatje opeens duidelijk Daar staan vier mannelijke personen, en de samenhang waarbinnen u beide plaatjes ziet, maakt aannemelijk dat dit de drie auteurs met nog iemand zijn. En die vierde is de Rotterdamse kinderarts Charles de Monchy (1924-2014), wiens werk via via de eerste aanleiding vormde voor de beide boeken.

Op deze manier gaat mijn stukje in De Ster van deze week over fundamenteel nieuwe aspecten van de klassieke relatie tussen beelden en woorden. De mooiste woorden (!) die ik ken om deze relatie te illustreren (!) staan in deze zin [uit een Amerikaans pulp-romannetje]: ‘Zijn glimlach lag op zijn gezicht als de eerste kras op je nieuwe auto’. Je ZIET het voor je, toch? Als je zó iemand tegenkomt, wil je maar één ding: WÈGWEZEN! Alle woorden van de wereld schieten te kort om weer te geven wat in je om gaat.

In de wereld van de woorden ‘spreken’ en verstaan wij een essentieel andere ‘taal’ dan in de wereld van de beelden. De relatie tussen beelden en woorden is een oud verhaal. Maar telkens vernieuwt het zich. In verband met de vier figuurtjes op de beide plaatjes zijn totaal andere, fundamenteel nieuwe aspecten van de klassieke relatie tussen beelden en woorden aan de orde. Het gaat over digitale beeld-productie en -verwerking. Daarbij werken wij met ‘pixels’ oftewel ‘picture elements’. Een plaatje wordt digitaal tot de kleinst mogelijke eenheid uiteengelegd, met die kleinste eenheidjes wordt geschoven en gemanipuleerd, en zo kunnen we oneindig veel, altijd meer of minder levensechte / herkenbare / gelijkende / met opzet niet gelijkende enzovoort, verkleiningen of vergrotingen construeren. Een pdf-plaatje, zoals hier, kan tot 10% gereduceerd of 6400% vergroot worden [het tweede plaatje is 800% van het origineel].

Om dit adequaat verder uit te leggen en te illustreren hoe dit allemaal werkt, zou ik minstens 6400% van de hier beschikbare ruimte nodig hebben; dat werkt dus niet. Ik vat alleen mijn conclusie samen. Er bestaat een maximaal denkbaar grootste vergroting van ieder beeld dat wij zien. Oneindig meer dan de 6400% die de computer ons digitaal kan voorschotelen. Dat beeld bevindt zich niet op een scherm of een billboard of in een boek of een krantje, maar IN ONS ZELF. Wij zien het alleen door introspectie. Zie verder het grote D.o.G.-boek blz. 185, 216 (introspectie) en 208 en 210 (oneindig …); ook het revisited-boekje zelf heeft hier veel over.

Eerdere stukjes in De Ster waarin ik over dit soort thema’s schreef zijn onder meer:

3 april 2013 … https://www.desteronline.nl/zomerteit-hugo-verbrugh/

23 april 2013 … https://www.desteronline.nl/de-correspondent-en-de-moet/

4 juni 2013 … https://www.desteronline.nl/het-probleem-van-de-universiteit-2/

11 juni 2013 … https://www.desteronline.nl/omstulping-een-zomerstukje-samen-met-een-gastauteur/

9 juli 2013 … https://www.desteronline.nl/komkommertijd-1-reincarnatie/

16 juli 2013 … https://www.desteronline.nl/komkommertijd-2-pathologische-anatomie/

23 juli 2013 … https://www.desteronline.nl/komkommertijd-3-geneeskunst/

20 mei 2014 … https://www.desteronline.nl/de-mens-tussen-koe-en-engel/

20 november 2014 … https://www.desteronline.nl/een-vliegende-olifant/

Hugo Verbrugh


Meld u aan voor De Ster nieuwsbrief (U ontvangt een bevestigingsmail)

Abonneer op onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws wekelijks

Uw gegevens zijn beveiligd en u kunt zich altijd uitschrijven door onderaan de nieuwsbrief op "Uitschrijven" te klikken. Uw gegevens worden dan direct verwijderd. Lees hier de privacyverklaring Hiermee geeft u toestemming om wekelijks een nieuwsbrief te ontvangen.

Facebook

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *